Een grote doos met 3.250 stoelen

Vandaag opent in Amsterdam-Zuidoost de nieuwe Pathé-bioscoop zijn deuren voor het publiek. Met veertien zalen en 3.250 knalrode stoelen is het de grootste bioscoop van Nederland.

Nederland gaat steeds meer op het autoland Amerika lijken: de nieuwe megaplex bij het voetbalstadion De Arena in Amsterdam-Zuidoost is bijna een drive-in-bioscoop. ,,Dit is de eerste bioscoop in Nederland die niet in een woonwijk is gevestigd'', zegt theatermanager John van der Rhee over de nieuwe megabioscoop die vanavond vlakbij het Arena-stadion in Amsterdam-Zuidoost voor het publiek opengaat. ,,De bioscoop is in de eerste plaats gericht op Amsterdammers die buiten de ringweg wonen. Die kunnen de bioscoop heel gemakkelijk per auto bereiken. Ze zijn hier binnen korte tijd vanaf de ringweg, en kunnen hun auto onder de bioscoop parkeren. Maar ook het trein- en metrostation Bijlmer is hier vlakbij. Voor mensen die hier in de omgeving in kantoren werken gaan we lunchpauzevoorstellingen draaien. Van maandag tot en met donderdag kunnen ze het eerste deel van een film zien en vervolgens van dinsdag tot en met vrijdag het tweede.''

De Pathé-bioscoop, die ongeveer 50 miljoen gulden heeft gekost, is de eerste van de attracties die het gebied rondom de Arena zullen vullen. Over een paar jaar staan hier theaters, een middelgrote popzaal, een discotheek, restaurants, winkels, warenhuizen en ook woningen die tezamen een volwaardig stadscentrum vormen. Precies zoals het tegenwoordig hoort, wordt het uitgaansgebied `gethematiseerd': geïnspireerd door de Arena zal een groot deel van het winkeloppervlak worden gebruikt voor de verkoop van artikelen en diensten die iets met sport te maken hebben. In de veronderstelling dat sport gezond is, is het gebied al gedoopt tot `GETZ Entertainment Center', waarbij GETZ staat voor Gezondheid, Entertainment, Theater en Zaken.

Men hoeft geen stedenbouwkundige te zijn om te voorspellen dat het GETZ Entertainment Center door zijn uitstekende bereikbaarheid populair wordt onder buitenwijkers en gaat concurreren met de Amsterdamse binnenstad. Maar of de nieuwe megaplex vandaag en de komende maanden al veel publiek zal trekken is minder zeker. De modderige omgeving is vooral aantrekkelijk voor bouwtoeristen en bovendien is de bioscoop zelf ook nog niet af. Een groot deel van de gevel van de bioscoop moet nog worden bekleed met roestvrije geperforeerde staalplaten en de glazen pui aan de Arena Boulevard bestaat nog voor een groot deel uit ondoorzichtig kunststof. Hoe lang het gaat duren voordat de bioscoop in volle glorie valt te bewonderen is onzeker, maar ook de al voltooide geveldelen zien er nogal provisorisch uit. Veel gevelplaten bobbelen al en ook het curieuze patroon waarin ze op de gevel zijn aangebracht zijn, doet afbreuk aan de strakheid van het ontwerp.

De megaplex in Zuid-Oost zal tot de voltooiing van de uitbreiding van het Tuschinski Theater in het Amsterdamse centrum de grootste bioscoop zijn van Nederland. Veertien zalen telt het gebouw, met in totaal 3.250 stoelen. De grote zaal heeft 602 stoelen – ongeveer de helft van de grote zaal van Tuschinski – de middelgrote telt 322 stoelen en de overige 12 zalen variëren in omvang van 282 stoelen tot 118.

De Amsterdamse megaplex, ontworpen door Frits van Dongen van de Architecten Cie, is duidelijk verwant met de megaplex op het Rotterdamse Schouwburgplein van Koen van Velsen. Het zijn allebei grote machine-achtige gebouwen die in de verte doen denken aan Duikers beroemde Cineac-bioscoop uit de jaren dertig in Amsterdam. Beide gebouwen zijn eigenlijk nauwelijks meer dan kolossale dozen en beide hebben een prominente knik in de gevel gekregen. Zowel in Rotterdam als in Amsterdam correspondeert deze knik met de onderzijde van de grote zaal.

Natuurlijk zijn er meer verschillen dan overeenkomsten tussen beide gebouwen. Van Dongen heeft van zijn bioscoop een opener gebouw gemaakt: een groot deel van de gevel langs de Arena Boulevard is van glas en maakt de trap en de foyer met zijn `kassacitroenen' goed zichtbaar.

Deze knalgele bollen zijn de enige frivoliteiten die de megaplex kent. Voor de rest is de aankleding van het interieur opvallend terughoudend. De vloeren zijn zwart, de wanden zijn voornamelijk grijs geschilderd of met groenige glasplaten bekleed en leidingen langs het plafond worden grotendeels aan het zicht onttrokken door fijnmazige staalnetten. Ook in de zalen, die allemaal dezelfde vormgeving hebben gekregen, overheersen grijstonen. Alleen de stoelen zijn, zoals het hoort in een theaterzaal, knalrood.

Toch heeft de nieuwe Pathé-megaplex ook een aantal ronduit spectaculaire elementen. Het eerste dat na binnenkomst opvalt, is dat de ruimte van de foyer niet wordt ontsierd door steunpunten van de grote zaal die erboven ligt. Even opzienbarend is de joyeuze 25 meter brede trap van glas, waaronder 3.100 neonlichten aan- en uitfloepen en zo zorgen voor op- en neergaande lichtgolven. Wie Nederlands theatraalste trap van de afgelopen jaren beklimt of de opzienbarende roltrap met diagonale én rechte delen neemt, wordt boven overgoten door bovenlicht dat door drie lichtschachten naar binnen valt en kan via een luchtbrug van matglas naar de grote zaal. Alleen de trap en de luchtbrug zijn al een bezoek aan het gebouw waard. Bezoekers die per se een film willen zien, komen terecht in een fauteuil met riante beenruimte en uitstekend zicht op het doek. Ook het geluid is buitengewoon goed.

De Pathé Arena heeft ook een paar subtiele noviteiten. Zo is elke zaal voorzien van een kijkraam, zodat het personeel tijdens de voorstelling niet naar binnen hoeft om te kijken of alles in orde is en de bezoekers niet worden gehinderd door klapperende deuren en hinderlijke lichtinval. ,,Comfort is een van de dingen waarmee we de Nederlander tot meer bioscoopbezoek willen verleiden'', zegt John van der Rhee. ,,Bovendien begint, vanaf half twaalf 's ochtends tot half elf 's avonds elke 10 à 15 minuten in dit theater een film. Zo worden spitsuren en rijen wachtenden voorkomen. Deze megaplex moet een bestemming worden waar men op de bonnefooi naar toe kan.''