De paleisramen staan wijd open

De federalisering van de Belgische staat heeft de monarchie geen windeieren gelegd. Het koningshuis heeft macht en gezag.

DE BELGISCHE EVENKNIE van ons Paleis Het Loo, het Museum van de Dynastie, staat pal naast het Koninklijk Paleis te Brussel. Het statige pand vertelt de geschiedenis van het Belgische koningshuis. Maar dit museum ademt vooral huiselijkheid – de bezoeker waant zich te gast bij de Eerste Familie van het land. In de vitrines liggen alledaagse voorwerpen van de koning, zijn broer, zijn vader en zijn grootvader. De inspectietocht maakt één ding vooral duidelijk: de Belgische monarchie is nog betrekkelijk jong.

Maar in die korte tijd, sedert 1831, is het koningshuis erin geslaagd diep het collectieve geheugen van onze zuiderburen binnen te dringen. Dat was niet moeilijk. Het wemelde in de koninklijke familie van kleurrijke figuren, die hetzij door persoonlijk optreden, hetzij door tragische levensomstandigheden een vonk deden overslaan. Na Leopold I (de gezaghebbende koning-diplomaat) en Leopold II (de legendarische schepper van de Congo) volgde Albert I, die de bijnaam `Ridder-Koning' verwierf door zijn heldhaftige verzet tegen de Duitse invallers in de Eerste Wereldoorlog. Hij verongelukte in 1934 bij een klimtocht op de rotsen van de Ardennen. Een jaar later kwam de populaire koningin Astrid bij een auto-ongeluk om het leven. Zij liet een weduwnaar achter, Leopold III, en drie jonge kinderen onder wie de latere Boudewijn I en Albert II.

Sommigen zien een verband tussen de Belgische geobsedeerdheid met hun koningshuis en hun gebrekkige nationaal gevoel. De koning, zo luidt de redenering, moet compenseren voor waar de staat in tekortschiet. Dat gold zeker in de jaren negentig, toen door de federalisering van de staat maar weinig overbleef. Van koning Boudewijn werd toen gezegd dat hij de enig overgebleven Belg was, alle anderen waren of Vlaming of Waal.

Ook daarvoor vond de monarchie haar primaire bestaansrecht in het overbruggen van de binnenlandse tegenstellingen en het bij elkaar houden van bevolkingsgroepen. Dat laatste was duidelijk aan het licht getreden tijdens de `Koningskwestie', die het land na de Tweede Wereldoorlog jaren in haar greep hield. Inzet was de vraag of Leopold III wegens zijn politieke opvattingen en zijn gedrag in bezettingstijd op de troon kon blijven. Vlamingen en Walen kwamen steeds vijandiger tegenover elkaar te staan. De Walen namen de koning vooral zijn tweede huwelijk uit 1941, met de Vlaamse Lilian Baels, kwalijk. Leopold werd een splijtzam voor de natie en moest aftreden.

Intussen hielden de politici zich tijdens de Koningskwestie voornamelijk bezig met de vraag of Leopold III tijdens de oorlog buiten zijn constitutionele boekje was gegaan. In de Grondwet van 1831 waren de bevoegdheden van de koning nauw omschreven. Het was een arrangement dat de Belgische vorsten als te beklemmend beschouwden. Zij wilden méér macht, omdat, vonden zij, het land wegens zijn verdeeldheid om een sterke regering vroeg. In 1944, vlak voordat hij door de Duitsers in krijgsgevangenschap werd afgevoerd naar Oostenrijk, dicteerde Leopold III zijn Politiek Testament waarin hij het politieke bestel desavoueerde en zich uitsprak voor de vestiging van een koninklijk regime. De politici vonden dat hij daarmee het establishment integraal had beledigd en zichzelf compleet onmogelijk had gemaakt.

Dergelijke koninklijke oprispingen zijn daarna uitgebleven. Maar aan het eind van de regering van Boudewijn I waren vriend en vijand het erover eens dat, als gevolg van het onvermogen van de politieke klasse om de communautaire problematiek de baas te blijven, de invloed van het staatshoofd op het regeringsbeleid aanzienlijk was toegenomen.

De federalisering van de Belgische staat heeft de monarchie dus geen windeieren gelegd. De speelruimte die het koningschap aldus verwierf, werd door Boudewijn benut om de samenhang van de deelgemeenschappen te bevorderen en om moreel-ethische vraagstukken op de politieke agenda te krijgen. In 1990 verraste hij zijn premier met de mededeling dat hij de abortuswet weigerde te ondertekenen. De politici moesten maar een manier bedenken om uit deze onmogelijke situatie te komen. Uiteindelijk trad de koning anderhalve dag terug om de ministers in de gelegenheid te stellen de wet te bekrachtigen. Maar het was hem gelukt zijn gewetensbezwaar tegen de abortuswet te etaleren.

De huidige koning schuwt de publiciteit evenmin als het gaat om morele kwesties. Zo haalde hij in een televisietoespraak in 1996 uit naar de overheid, die hij laksheid verweet in het schandaal rondom de kinderontvoerder Dutroux. De autoriteit, die daaruit blijkt, spreekt boekdelen – in Nederland zou Beatrix haar persoonlijke denkbeelden alleen in haar kerstboodschappen kunnen uitdragen. Met zijn moreel elan loopt het koningschap mooi in de pas met het `ethisch reveil' dat het beleid van de huidige regering kenmerkt. En dat is niet de enige parallel. De politieke vernieuwing van de laatste tijd is niet beperkt gebleven tot de Brusselse Wetstraat. Ook Laken is hierin meegegaan. Dat is goed te zien in de beeldvorming van de monarchie.

Tijdens de lange regeringsperiode van Boudewijn I had het Belgische hof een soort kloosterachtige strengheid uitgestraald. Deze koning, die tegen zijn zin veel te vroeg op de troon was gekomen, had de bijnaam le roi triste. Dat was wegens zijn ongelukkige jeugd. Daarna was hij er niet vrolijker op geworden. Zijn huwelijk in 1960 met de ultrakatholieke Dona Fabiola de Mora y Aragon was tot verdriet van beide echtelieden kinderloos gebleven en die omstandigheid had, meer dan wat dan ook, bijgedragen tot de bestendiging van het sombere imago van de monarchie.

Dat veranderde onder Albert II. Deze joviale Bourgondiër, de tegenpool van zijn introverte broer, gooide meteen de paleisramen wagenwijd open. Met zijn spontaniteit, die een nieuwe, informelere koningsstijl verried, stal Albert de harten van de Belgen en loochende hij de algemene verwachting dat hij niet meer dan een tussenkoning zou zijn. En in de plaats van de onheilspellende koningin Fabiola kwam nu de lieftallige Paola, door Adamo al in de jaren zestig als la dolce Paola bezongen.

De koning en koningin hadden in het verleden met huwelijksproblemen te kampen gehad, en toen vorig jaar het bestaan werd onthuld van een buitenechtelijke dochter van de koning, ging Albert daar in zijn kerstboodschap vrijmoedig op in. Hij wenste omwille van zijn geloofwaardigheid zijn onderdanen opheldering te verschaffen.

Dat past geheel in de toegenomen openheid van het hof. Toen de oudste zoon van de koning, kroonprins Filip, zich verloofde met de Vlaams-Waalse Mathilde d'Uzekem d'Acoz, nodigde men 1.500 `gewone' Belgen uit om het feest samen met de koninklijke familie te vieren. Bij het huwelijk van prins Filip en prinses Mathilde, afgelopen december, zond de VRT de hele dag rechtstreekse beelden uit van de plechtigheid en de feestelijkheden daarna. Het populariteitsoffensief van de monarchie duurt onverminderd voort en het land bevindt zich nu al een hele tijd in de greep van de `Mathilde-hype'. De Belgische monarchie is springlevend.

Jaap van Osta is historicus en gespecialiseerd in de monarchie.