Centraal-Azië verliest `oase van democratie'

Kirgizië verliest zijn reputatie als democratische oase in Centraal-Azië – een ontwikkeling met gevolgen voor de hele regio.

Jarenlang heeft Kirgizië bekend gestaan als de enige ex-Sovjet-republiek in Centraal-Azië waar hervorming en democratie, respect voor minderheden en persvrijheid serieus werden genomen. In Kazachstan, Tadzjikistan, Oezbekistan en Turkmenistan heersten autoritaire of dictatoriale regimes – dat van Askar Akajev stak daar heel prettig tegen af.

In die reputatie komt de klad. In april vorig jaar werd Toptsjoebek Toergoenalijev, leider van de oppositiepartij Erkin en ex-rector van de universiteit van de hoofdstad Bisjkek, tot een voorwaardelijke vrijheidsstraf veroordeeld wegens belediging van Akajev. Dit jaar is de oppositie nog veel harder aangepakt. De parlementsverkiezingen van februari en maart werden zo duidelijk gemanipuleerd dat de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) er schande van sprak. Nauwelijks waren ze voorbij of de belangrijkste leiders van de oppositie verdwenen een voor een in de cel: eerst Toergoenalijev, inmiddels verdacht van een moordcomplot tegen Akajev, daarna Amila Alijev, de campagneleider van 's lands belangrijkste oppositiechef Feliks Koelov, vervolgens Koelov zelf en gisteren ook Danijar Oesenov, ex-kandidaat voor het presidentschap. Oesenov werd opgepakt op de beschuldiging de rechtspraak te hebben gehinderd door te weigeren een door de rechtbank benoemde verdediger te accepteren in een proces tegen hem wegens mishandeling. Die zaak is al ruim vier jaar oud.

Vooral de arrestatie van Koelov is een veeg teken. De voormalige Kirgizische vice-president en oud-burgemeester van Bisjkek is de belangrijkste uitdager van Akajev bij de presidentsverkiezingen van eind dit jaar. In maart verloor hij de strijd om een zetel in het parlement door manipulatie: zijn regimegezinde uitdager kreeg in de eerste ronde zestien procent van de stemmen, in de tweede 56. Twee bij de fraude betrokken functionarissen gaven later openlijk hun aandeel in het bedrog toe. Op 22 maart werd Koelov zonder omhaal van zijn bed op de afdeling cardiologie van een ziekenhuis gelicht en opgesloten op beschuldiging van machtsmisbruik in 1997 en 1998. Het klimaat is inmiddels zo verslechterd dat het bestuur van Koelovs partij Ar-Namys (Waardigheid) gisteren besloot onder te duiken uit vrees voor arrestatie.

Een belangrijk element voor Akajevs hardere optreden lijkt zijn kennelijke voornemen zich tijdig te ontdoen van zijn belangrijkste rivalen bij de presidentsverkiezingen van december. Koelov is de enige concurrent die hem kan bedreigen. Akajev rechtvaardigt het hardere optreden met verwijzingen naar opdringend islamitisch fundamentalisme.

De OVSE stelde gisteren in een verklaring de onderdrukking van de oppositie aan de kaak. Op dezelfde dag gaf ook de OVSE-rapporteur voor minderheden, Max van der Stoel, uiting aan zijn scepsis. Na een gesprek met Akajev zei hij dat,,onze bezorgdheid er niet minder op is geworden''.

De verdwijning van de enige democratische oase in de regio kan gevolgen hebben voor het hele gebied. In een recente analyse stelt Radio Vrijheid dat Akajevs afglijden naar een autoritair bewind in het Westen de mening kan versterken dat men in Centraal-Azië nu eenmaal niet rijp is voor democratie en dat men autoritaire regimes als onvermijdelijk moet accepteren. Het gevolg van die conclusie: de druk op die regimes om zich aan de spelregels te houden, zal afnemen. Door echter autoritaire regimes stilzwijgend te accepteren, aldus deze analyse, kan het Westen een probleem scheppen dat het het meest vreest: dat van een oplevend islamitisch fundamentalisme. Tot dusverre komt dat fundamentalisme in Centraal-Azië nauwelijks voor. Waar het voorkomt, is het geïmporteerd uit Afghanistan. Maar als de onderdrukking toeneemt kan die situatie veranderen.

Bovendien, aldus deze analyse van Radio Vrijheid, kan – naarmate dat fundamentalistische verzet daadwerkelijk toeneemt – het Westen tot de conclusie komen dat een herstel van de Russische dominering van Centraal-Azië, ofwel direct ofwel onder de paraplu van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) een prijs is die mag worden betaald voor het indammen van het fundamentalistische gevaar. Daarmee zou het vermogen van het Westen om de zaak van de democratie in Centraal-Azië te stimuleren, alleen maar nog verder afnemen.