BRUSSEL

Een wandeling door Brussel maakt duidelijk waar de surrealistische schilder René Magritte de inspiratie voor zijn doeken vond. Geen Belgische stad roept een vreemder soort verwondering op dan Brussel. Vormeloos beton heeft zich schaamteloos geperst tussen stijlvolle huizen in art déco. Struiken groeien uit dakgoten van vervallen gevels die grenzen aan fraai gerestaureerde panden. Soms is Brussel juist zo mooi door de confrontatie met de lelijkheid.

Voor wie de contouren van het wanstaltige Philipskantoor even wegdenkt, stralen de witgepleisterde huizen en de barokke kerk op het plein van de oude Begijnhofwijk een rust uit die je meeneemt naar een klein Italiaans dorp op zondagmiddag.

Even verder strekt de Vismarkt zich uit over de gedempte kaaien. Ooit de haven van Brussel, nu de plaats voor de beste visrestaurants van de stad. Ook hier waart het surrealistische spook rond. De huidige Sint-Katelijnekerk aan de Vismarkt oogt imposant, maar is nauwelijks honderdvijftig jaar oud en valt in stukken uiteen. Op de kasseien van het voorplein, waarover Jacques Brel zong dat zijn grootouders er dansten, ligt nu een laag asfalt.

Aan de zijkant van het Katelijneplein, verborgen in de Vlaamse Steenweg 46, bevindt zich op de overdekte binnenplaats van de theaterbibliotheek de mooiste gevel van Brussel. Wie het niet weet zal er nooit komen, want deze gevel van La Maison de Bellone is vanaf de smoezelige straat niet te zien.

Dat schoonheid boven verval kan uitstijgen, bewijst de verderop gelegen Antoine Dansaertstraat. Vijftien jaar geleden was deze straat triest, levenloos en uitgewoond. Nu geldt de Dansaertstraat als het meest trendy winkelgebied van Brussel. In de oude panden kwamen jonge ondernemers die mode verkopen van spraakmakende Vlaamse ontwerpers als Dries van Noten, Dirk Bikkembergs en Ann Demeulemeester.

De nieuwe avant-gardesfeer van de wijk zorgde ook voor de bloei van opmerkelijke restaurants, winkels en populaire cafés in de Antoine Dansaertstraat en de straten rond het Sint-Goriksplein.

De licht hellende Lombardstraat aan de overkant van de Anspachlaan snijdt de toeristenstroom die zich voortdurend

tussen de Grote Markt en

Manneken Pis beweegt onherroepelijk in twee stukken.

Verderop, in de Gasthuisstraat 25, bevindt zich een paleis, hoewel de kleine etalage dit niet doet vermoeden. Iedereen loopt hier dan ook voorbij.

Toch telt de interieurwinkel Noir d'Ivoire drie verdiepingen vol kamers met mysterieuze lampen en smeedijzeren bedden. Het prachtig vergane herenhuis lijkt op een theater waar de acteurs even een pauze houden.

Wie de Lebeaustraat naar boven volgt, verliest de magie van het surrealisme. Hier, op de Grote Zavel, regeert de verfijnde smaak van antiquairs en pâtisserieën. Hier heeft de schoonheid duidelijk gewonnen, maar Brussel verbergt zijn mooiste plekken achter groezelige gevels.

PIETHEIN BURMANJE