Weer eens de monarchie

Terwijl het kabinet zwijgt en de Tweede Kamer niet nieuwsgierig is, krijgt het volk de indruk dat de inburgeringscursus van Máxima Zorreguieta met reuzenschreden vordert. Nederlandse les, verhuisd naar Brussel, enz. enz. Als er niets tussen komt, wordt de Argentijnse de nieuwe Nederlandse koningin naast koning Willem-Alexander.

Voor het zo ver is, moet een probleem worden opgelost. Haar vader is, zoals nu iedereen weet, minister van Landbouw geweest onder generaal Videla, die onder meer terroristische methoden gebruikte om zich te handhaven. Ook iemand die alleen verantwoordelijk is voor de Argentijnse veeteelt, weet daarvan, en blijft minister. Hoe we dat ook wenden of keren, dat is de waarheid.

Nu ontwikkelen zich twee theorieën, de romantische en de staatsrechtelijke. De romantische zegt dat het meisje de daden van haar vader niet kunnen worden aangerekend, dat jong geluk door zulke overwegingen niet mag worden verstoord, en dat de aanwezigheid van de levenslustige Argentijnse de Nederlandse monarchie goed zal doen. De staatsrechtelijke theorie volgt een onverbiddelijk scenario. Komt het tot een huwelijk, en daarna ook nog tot de inhuldiging, dan is het onvermijdelijk dat de ouders van de bruid, vervolgens koningin wel meer dan één keer op het bordes verschijnen, en ook zullen deelnemen aan feesten en plichtplegingen.

In de westelijke wereld heerst op het ogenblik een drang naar zuiverheid. Het is een algemene sfeer, die gekenmerkt wordt door een behoefte tot het afrekenen met groot en klein onrecht uit het heden en een bereikbaar verleden. De arrestatie van Pinochet en de Joegoslavische verdachten, het aftreden van de Europese Commissie, het plan van de nieuwe onafhankelijke aanklager om Clinton na zijn presidentschap nog te vervolgen, en zelfs het Nederlandse onderzoek naar declaratiegedrag, misschien zijn het stuk voor stuk symptomen van een opnieuw ontwaakte behoefte aan openbaar fatsoen en afkeer van corruptie. Nederland wil geen schoonvader met een onopgehelderd Videla-verleden toejuichen. Volgens het staatsrechtelijk scenario is de zich voorspoedig ontwikkelende prinselijke romance op weg zich tot de zaak-Máxima te ontwikkelen.

Moet er een `wetenschappelijk historisch onderzoek' komen naar de schoonvader van de toekomstige koning, zoals prof. H. von der Dunk heeft voorgesteld? Kabinet en Kamer zien er niets in. Het zou naïef van de verantwoordelijke ministers zijn, als ze niet na de eerste tekenenen van de `vriendschap' grondig hun licht hadden opgestoken, en hun antwoorden voorbereid, voor het geval de heugelijke tijding wordt gelanceerd. We nemen dus aan dat, toen de vriendschap openbaar werd gemaakt, al zo'n onderzoek was gedaan. Het is, als een meisje of jongen met de uitverkorene aankomt, niet alleen een Nederlands gebruik dat de ouders vragen wat de vader doet.

Als dus nog onderzoek wordt gedaan, is het kabinet daar rijkelijk laat mee begonnen. De geruchten, altijd weer de `hardnekkiger wordende geruchten', doen vermoeden dat het nu snel moet worden afgerond. En als er al resultaten liggen, is het verstandig, niet te lang met publicatie te wachten. Te lang volgehouden geheimhouding wordt tot geheimzinnigheid en daarmee de oorzaak van het wantrouwen dat men had willen vermijden. Er moeten conclusies over de heer Zorreguieta worden getrokken, niet over een huwelijk. Na de publicatie kan dan nog van alles gebeuren. Dan zijn er, in het algemeen gezegd, twee mogelijkheden. De vader kan als een passabele ex-politicus eruit komen, of in het slechtste geval wordt of is iets opgedolven waardoor hem, als hij een gewoon persoon was, de toegang tot het land desnoods ontzegd zou kunnen worden. In hoevere de Kamer en het volk dan bereid zijn, de staatsrechtelijke te volgen? Over de baaierd van discussies durf ik niet te speculeren.

Het kan ook anders gaan. Het Historisch Nieuwsblad en HN publiceren deze week de resultaten van enquêtes over de monarchie en de `populariteit' van koningin Beatrix. Dat zijn verschillende onderwerpen. De monarchie is een instituut dat kan worden vervangen door een republiek. Vroeger gebeurde dat via een opstand. De monarchie was het eigendom, het symbool en de top van een klasse. De andere klasse, die van het volk, was miskend, terzijde gesteld, onderdrukt. Dan brak de revolutie uit en de rollen werden omgedraaid. Dat is de historische, de klassieke gang van zaken.

De verdienste van de Nederlandse monarchie in deze jaren is dat die zich door geen enkele klasse – of nu de oude klassen praktisch zijn verdwenen, geen politieke stroming heeft laten annexeren, en zich ook niet als de top van een klasse kan laten beschouwen. Het staatshoofd laat zich niet politiseren. Dat is in een nabij verleden wel eens anders geweest. Koningin Beatrix komt de eer toe, deze neutraliteit te hebben hersteld.

Nu blijkt zich een ander vraagstuk aan te dienen. Is ze niet te `kil' bij al haar `professionaliteit'? Is ze wel populair genoeg? Het is meer een zaak van persoonlijke smaak dan een staatsrechtelijk probleem. Van populariteit leven de bekende Nederlanders en de televisiesterren. Er is pas werkelijk een reden voor achterdocht jegens de monarchie als een staatshoofd bij Joop van den Ende zijn licht zou opsteken. Een jolig staatshoofd, optredend volgens de eisen van de populariteit van de dag, lijkt me een reden om eens over een revolutie te gaan nadenken.