Moet moet

Donna is zeer vroeg, goed van smaak en resistent tegen rolmozaïekvirus. Maar Helda is niet alleen ongevoelig voor rolmozaïek, zij is ook bestand tegen zwartevaatziekte en bovendien rijkdragend. Dan hebben we het nog niet eens over echte en valse meeldauw, vetvlekkenziekte en knolvoet. Alleen zaadtelers weten dat Donna en Helda geen dames maar stoksnijboonsoorten zijn.

Elk vakgebied heeft z'n eigen woorden en uitdrukkingen. Soms overlappen die gebieden elkaar. Zo leest u momenteel deze woorden in hoofd- en kleine letters. Ik noem ze echter kapitalen en onderkast. Dat komt omdat ik regelmatig met de hand poëzie en proza van anderen zet uit losse loden letters. Die hebben een kerf om aan te geven wat de voorkant is van het letterstaafje. Een handzetter ziet aan de bovenkant, spiegelverkeerd, onmiddellijk het verschil tussen een c en een e, en i en een j. Maar voor de zekerheid liggen ze ver uiteen in de letterkast, in de jaren tachtig gewild als met snuisterijtjes gevuld wandobject. Mijn atelier staat vol zetbokken die op hun beurt zijn gevuld met letterkasten en daarin liggen weer honderden over verschillende vakjes verdeelde losse loden letters.

De teler teelt, de drukker drukt en de typograaf typografeert, meestal anoniem. Hij of zij ordent tekst en illustraties opdat de lezer leest wat de schrijver beweert. Soms publiceert een typograaf een eigenhandig geschreven tekst. Huib van Krimpen, zoon van befaamd letterontwerper J. van Krimpen, legde vorig jaar Vergeetboekje. Termen en begrippen uit de praktijk van de boekdruk voor de glazen. Wie het lemma Kerf opslaat wordt beloond met: `Een gleufje aan de onderkant van het letterstaafje, waardoor de zetter op het gevoel weet hoe hij de letter in de haak moet zetten.' Dat met haak een zethaak, een vernuftig instrument waarmee men losse letters tot regels smeedt, wordt bedoeld is duidelijk. Zonder twijfel bedoelt Van Krimpen met `onderkant' van het letterstaafje niet de onder maar de voorkant. Eigenaardig is het verzwijgen van het onder handzetters, tijdens pauzes, populaire dobbelspelletje Kerfje gooien.

,,De `leek' zal de namen moeten kennen om zonder al te veel misverstand met de vakman van gedachten te kunnen wisselen'', meent Van Krimpen. Een spiegelverkeerde opvatting. Zetters, boekdrukkers en typografen praten uitsluitend onderling over een hoerenjong of over rafelzetsel, rug en kopkruis, justeren, uitdrijven, doorslaan, schoon en weerdruk. Weldenkende boekdrukkers (zetters praten zelden met `leken') verwachten al eeuwenlang niet dat buitenstaanders genoemde termen gebruiken. Opdrachtgevers willen slechts een tekst gedrukt zien, bij voorkeur zonder drukte.

Moet moet, is mijn devies. Moet = `Aanduiding voor wat op de achterkant van een in boekdruk bedrukt vel als een reliëf zichtbaar is. De drukker streeft ernaar met zo weinig mogelijk moet te drukken, maar een lichte moet is onvermijdelijk', stelt Van Krimpen in zijn hier nog steeds te bespreken boekje. Ik streef dat helegaar niet na. De moet die een loden letter tijdens het drukken maakt in het papier beschouw ik deels als kus van de auteur, deels van de letterontwerper. Plus een zoentje van de drukker en van de typograaf, wiens werk weliswaar onzichtbaar dient te zijn maar die desondanks toch ook verlangens heeft. Zeker, zeker, het zijn persoonlijke motieven. Maar mijn overtuiging dat moet met mate moet heeft een helaas door velen over het hoofd geziene reden: elk voor boekdruk ontworpen lettertype komt alléén volledig tot recht door een extra randje inkt om de letterafdruk (de kraal). Een bijkomende reden is dat een moet bij boekdruk hoort als een drukrand bij ets en linoleumsnede.

De handzetter werd al in het begin van de vorige eeuw van zijn bestaan beroofd, eerst door zetmachines (Mono- en Linotype) en rond 1965 door fotozetsel. En toen, en toen... kwamen de afwrijfletters in zwang. Vandaag de dag werken vormgevers van websites, flyers en wat dies meer zij nog altijd met voor een andere drukprocedé ontworpen lettertypes. Ocharm, bijna niemand beseft dat afwrijfletters altijd verbasteringen zijn. Ergerlijke mutaties. Zaadtelers noemen dat cultivars. De letters die Johann Gutenberg en Laurens Jansz Coster, Aldus Manutius en Christoffel Plantijn, Giambattista Bodoni en John Baskerville lang geleden gebruikten zijn niet geschikt voor laser en inkjetprinters. Het kraaltje ontbreekt.

Huib van Krimpen: Vergeetboekje. Termen en begrippen uit de praktijk van de boekdruk. Uitgeverij De Buitenkant, Amsterdam. ISBN 90 76452 21 0. ƒ34,50