Kamer uit kritiek op minister Van Aartsen

Een meerderheid van de Tweede Kamer (PvdA, CDA, D66) en het bestuur van het EU-Waarnemeningscentrum tegen racisme en vreemdelingenhaat te Wenen, dat vrijdag officieel wordt geopend, zijn boos op minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken). De critici verwijten hem dat hij er met een ,,onhandige aanmoedigingsbrief'' aan al zijn EU-collega's om naar Wenen te komen, aan heeft bijgedragen dat de coalitie van christen-democraten (ÖVP) en de extreemrechtse FPÖ die Oostenrijk sinds 4 februari regeert, bij de opening van het centrum toch vertegenwoordigd zal zijn. Namelijk door minister van Buitenlandse Zaken Benita Ferrero-Waldner (ÖVP). Het bestuur van het waarnemingscentrum dat had willen vermijden door slechts president Klestil en de andere EU-staatshoofden uit te nodigen.

Oud-minister Van Thijn, lid van het bestuur van het centrum, zegt Van Aartsen herhaaldelijk te hebben gewaarschuwd en noemt hem ,,dwars''. PvdA en D66 zien Van Aarstens brief als ,,onhandig'' en het Kamerlid Verhagen (CDA) typeerde de brief als ,,klungelig''.

Minister Van Aartsen heeft op 16 februari meegedeeld het van belang te vinden als ministers uit de andere EU-landen naar de opening van het centrum zouden gaan. Na overleg met zijn Belgische en Luxemburgse collega's op 17 februari heeft hij daarna 23 februari zijn collega's, ook zijn Oostenrijkse, ,,want het ging immers om een EU-instituut'', aangemoedigd ook naar Wenen te gaan. Dat was vijf dagen voordat het waarnemingscentrum de staatshoofden uitnodigde, aldus de woordvoerder van Buitenlandse Zaken.