`Je kunt een Griek om een business plan vragen'

Griekenland ontwikkelt zich als `het economische wonder' aan de Middellandse Zee. Maar daar is geld voor nodig en grote buitenlandse investeerders ontbreken.

Convergeren, het woord ligt Grieken in de mond bestorven. Dat wil zeggen de Grieken die een mening over de toetreding van hun land tot de Europese Monetaire Unie hebben zeg maar de spraakmakende elite. De overgrote meerderheid van de bevolking zal, als ze de specifieke betekenis al kent, het hele woord waarschijnlijk geen zier kunnen schelen, ook al gaat het over hen.

,,Zeven jaar geleden, in 1993, lag het Griekse inkomen per hoofd van de bevolking op 60 procent van dat van West-Europa, nu is dat 70 procent. We zijn dus 10 punten geconvergeerd'', zegt professor Yannes Stournaris. ,,Tegen pariteit, natuurlijk'', voegt hij eraan toe; dat heeft de komst van de euro in Griekenland al bewerkstelligd.

Stournaris: ,,De OESO voorspelt dat Griekenland het hardst groeit in de EU op Ierland na. Griekenland doet het beter dan het gemiddelde in de EU wat betreft het begrotingstekort; alleen met de staatsschuld is het niet goed gesteld, maar die gaat wel omlaag.'' De professor tevens adviseur van de minister van Financiën en Economische Zaken (in Griekenland een gecombineerde portefeuille) – kijkt de bezoeker tevreden aan. ,,De kloof tussen ons en de rest van Europa dicht heel snel.''

En nu hij het toch over Ierland heeft, dat land, evenals Portugal trouwens, scoort beter dan Griekenland als het om buitenlandse investeringen gaat. Griekenland incasseert maar 2 tot 2,5 miljard dollar per jaar, Portugal wel 8 miljard dollar. Dat is een probleem, voor Griekenland, zegt hij.

Het meeste geld komt uit Europa, uit de VS komt minder en Japan koopt vooral Griekse obligaties. De buitenlandse investeringen nemen gelukkig wel toe. Dat komt door de grotere rol van Griekenland nu het in de regio het eerste euroland wordt (in juni beslissen de staats- en regeringsleiders van de EU daarover op hun Europese top in Portugal).

Voor buitenlandse investeerders is Griekenland inderdaad een perfecte partner, zo prijst Jason S. Stratos zijn land aan. Hij is werkgeversvoorzitter, of preciezer: president van de federatie van Griekse industrie. In een oud statig pand in hartje Athene ontvangt hij de bezoeker. In de wanden op zijn kamer zitten scheuren. Is zijn organisatie arm? Strasos begint aan een lange uiteenzetting over de wijze waarop de Griekse werkgevers zijn georganiseerd, om dan verstrooid op te kijken: ,,Wat was de vraag ook weer?''

Of u arm bent?

Ja, zijn federatie is arm. Maar de 80 aangesloten industriële organisaties zijn nog armer. Niemand wil hem opvolgen; hij is al jarenlang werkgeversvoorzitter, maar tijdens zijn voorzitterschap is de industrie gaan bloeien. Het gebrek aan buitenlandse investeerders zit ook hem dwars. Hij snapt niet waarom ze wegblijven. De regio is een veelbelovende markt. Grieken kennen als geen ander de buurlanden. ,,We hebben historische banden, culturele, we kennen hun mentaliteit, ze zijn niet bang voor ons, we zijn geen grote macht die ze zal opslokken. We hebben inmiddels meer dan 3.500 bedrijven in Zuidoost-Europa en rondom de Zwarte Zee.''

En het tweede voordeel, zegt hij: ons loonniveau is 70 procent van de EU, en, hoewel we snel convergeren, zal dat toch nog vele jaren ons voordeel blijven, net als onze goede arbeidskrachten waarmee we zeker al tien jaar op voet van vrede leven. ,,Alle demonstranten die u op tv ziet zijn ambtenaren of semi-ambtenaren.''

Panagiotis A. Karalis kan dat verhaal bevestigen. Hij is directeur van Nationale-Nederlanden in Griekenland. ,,Wij begrijpen de Balkan, wij bouwen vertrouwen op door met ze te praten, pas daarna doen we zaken met ze. Je kunt de Bulgaar niet meteen om een business plan vragen. Hij weet niet wat dat is. Hij leeft in een andere wereld.''

Europese bedrijven gebruiken tegenwoordig dan ook Griekse bedrijven voor marktpenetratie in deze regio, vertelt Karalis. Ook de Griekse rol in het Midden-Oosten en zelfs in Turkije wordt groter. ,,Er zijn al Griekse verzekeringsbedrijven die joint ventures hebben opgericht met Turkse verzekeraars.''

Nationale-Nederlanden zit al sinds 1980 in Griekenland (door er een bedrijf over te nemen). In 1982 is een levensverzekeringsbedrijf onder eigen naam opgericht (nu 14 procent marktaandeel). Nationale-Nederlanden, of liever ING, is intussen actief als bankverzekeraar met 90 kantoren in het hele land en 2.300 agenten die exclusief voor ING werken.

Het Duitse Allianz is de grote buitenlandse concurrent; de buitenlanders hebben een derde van de Griekse levensverzekeringsmarkt in handen. Een markt met een grote potentie, zegt Karalis, net als trouwens die voor beleggingsproducten (waarin ING wereldwijd een grote speler is), vooral door de komst van de euro.

Grieken zijn massaal overgestapt op mobiele telefonie. Straks kunnen ook Grieken met hun mobiele telefoons op Internet surfen. Heeft Karalis er al over gedacht om verzekeringen via Internet te verkopen?

We hebben een website, zegt de goedlachse Karalis opeens bijna verlegen (www.ing.gr), om er snel aan toe te voegen dat Grieken contact nodig hebben, elkaar willen zien, om vertrouwen te wekken. Internet komt er snel aan, weet hij, heel snel, maar nee, verzekeringen verkoopt hij niet via Internet. Alsof de vraag hem overvalt. Hoe minder je land georganiseerd is, hoe belangrijker vertrouwen is, zegt hij nog maar eens, kijk maar naar wat de Grieken op dat punt in de omringende landen presteren.