Israelische premier roept hulp schoonheidskoningin in

De Israelische premier, Ehud Barak, is negen maanden na zijn grote verkiezingszege in problemen geraakt. De vredesprocessen met Syrië en de Palestijnen zijn vastgelopen, en ook in het binnenland zijn er spanningen.

De Israelische premier Ehud Barak voelt nauwelijks negen maanden na zijn grote verkiezingszege op ex-Likudpremier Benjamin Netanyahu de politieke grond onder zich wegzakken. Volgens een opiniepeiling van enkele dagen geleden zou hij slechts met een minimale meerderheid tot premier worden herkozen als Netanyahu opnieuw zijn tegenstander zou zijn. Zijn adviseurs hebben hem dan ook dringend geadviseerd zich tot het uiterste in te spannen om het tij te keren. En dus liet Barak zich met zijn onafscheidelijke onnatuurlijke lach op zijn gezicht door enkele tv-stations en kranten interviewen. De nieuwe Israelische schoonheidskoningin werd nog geen dag na haar kroning naar Baraks bureau in Jeruzalem gedirigeerd om de volgende dag met hem op foto's in de populaire kranten te verschijnen.

De boodschap van Barak aan het Israelische volk is van een onthutsende eenvoud: ,,We zijn op de goede weg. Wees geduldig. Wat ik in de verkiezingscampagne heb beloofd wordt nagekomen. Vertrouw op me.''

Zo kan een chef-staf, en dat was Barak, een leger voor een grote militaire actie toespreken. De soldaten hebben geen totaalbeeld van de situatie. Maar de Israelische burgers hebben dat wel. Zij constateren dat Baraks grote belofte van vrede en voorspoed een droom blijft. Tenzij er nog iets onverwachts gebeurt in de komende weken, smoort het Israelisch-Syrische vredesproces in het drijfzand na de mislukte top tussen de Amerikaanse president Bill Clinton en de Syrische leider Hafez al-Assad in Genève. Dit vredesproces is vastgelopen op Israels afwijzing van de Syrische eis dat het de hele Hoogvlakte van Golan, tot en met de oostelijke oevers van het meer van Tiberias, terugkrijgt. Dat president Assad voor de oorlog in 1967 in dat meer zwom, is voor Barak geen doorslaggevend argument. Hij mag op een paar honderd meter afstand van het meer, met verder de hele Golan-hoogvlakte weer in zijn bezit, naar deze grote zoetwaterplas kijken. Anders is er geen schijn van kans dat het Israelische volk `ja' zal zeggen tegen een vredesreferendum. Zo'n nederlaag gaat Barak angstvallig uit de weg.

Ook echte vrede met de Palestijnen ligt niet in het verschiet. Daarmee valt het gordijn voor een bloeiende Israelische vredeseconomie. Reeds nu wordt na jaren van toevloed van buitenlands investeringskapitaal in economische kringen van het begin van een zich aftekenende dollardroogte gesproken. Nog nooit is het verband tussen vrede en economische groei in Israel empirisch aangetoond. Het is echter een feit dat de Israelische economie na het autonomie-akkoord van Oslo met de Palestijnen in 1993 in bloei schoot. Miljarden dollars vonden hun weg naar Israel dat op de kantoren van de grote internationale concerns werd gezien als een mooie springplank naar vreedzaam Midden-Oosten.

Deze week zei Barak dat de voor juli aangekondigde terugtrekking van het Israelische leger uit Zuid-Libanon niet tot onmiddellijk oorlogsgevaar (vanuit Syrië) zal leiden. Barak gaf de Arabische opperbevelhebbers de raad om de Israelische strijdkrachten niet op de proef te stellen. Hoe geruststellend dat ook moge klinken, investeerders houden niet van dergelijke taal.

Israel wordt al weken geplaagd door stakingen in de overheidssector en van artsen in de ziekenhuizen. Verwachtingen van snelle economische groei worden bijgesteld. Er is geen zicht op het einde van de nu al drie jaar durende economische recessie. De werkloosheid blijft langzaam oplopen en staat nu op 9,3 procent. De aanzwellende onrust aan het arbeidsfront knaagt ook aan Baraks populariteitscurve. Alsof dat niet voldoende is, heeft hij te maken met groeiende onrust in zijn regeringscoalitie wegens oplopende spanning tussen de seculiere Burgerrechtenpartij en de ultraorthodoxe Shas-partij over het toezicht op het afzonderlijke onderwijssysteem van Shas. De reeks financiële schandalen waarbij de top is betrokken, niet alleen president Ezer Weizman (die echter wegens gebrek aan bewijs niet zal worden vervolgd) en ex-premier Benjamin Netanyahu maar ook Barak (manipulatie van verkiezingsfondsen), dragen ook bij aan een gevoel van malaise in het joodse land.

Baraks positie is niet te benijden. De oppositiepartijen hebben de politieke zwakte van Barak onderkend en beginnen aan te dringen op vervroegde algemene verkiezingen. Barak heeft echter nog voldoende politieke kaarten in handen om met een wisselende regeringscoalitie aan de macht te kunnen blijven. Als hij tenminste meer begrip kan opbrengen voor de politieke eisen van de Arabische partijen die tien van de 120 zetels in het parlement bezetten.

Barak handelt alsof zijn besluit om het Israelische leger uit Libanon terug te halen zijn politieke reddingsboei is. Maar dan moet die terugtrekking wel smetteloos verlopen en niet worden gevolgd door verplaatsing van de strijd van de shi'itisch-fundamentalistische beweging Hezbollah uit Zuid-Libanon over de grens heen naar Israel. Ook Palestijnse strijdgroepen in Libanon die tegen Arafat gekant zijn, zouden met dergelijke acties snel een nogal explosieve situatie tussen Israel, Libanon en Syrië kunnen scheppen.