HIER HEEFT GEWOOND

De steen op het geboortehuis van Theo Thijssen, dichtbij de Westertoren in de Jordaan, werd in 1987 aangebracht en twee jaar later door een kleindochter van de schrijver, onderwijzer, vakbondsman en politicus alweer verwijderd. Dat was een daad van protest, omdat de gemeente Amsterdam het pand in het kader van de stadsvernieuwing wilde afbreken. Zover is het echter niet gekomen: onder druk van een krachtige lobby kwam de gemeenteraad op zijn besluit terug. Het huis werd weliswaar gesloopt, maar vervolgens herbouwd en in oude luister hersteld. Sinds 11 maart 1995 is hier, op de benedenverdieping, het Theo Thijssen Museum gevestigd. En de gedenksteen is natuurlijk ook teruggekeerd.

Wie Thijssen zegt, zegt Kees de jongen, de titel van zijn bekendste boek, handelend over de twaalfjarige Kees Bakels, die met de `zwembadpas' onsterflijk is geworden. Van 1898 tot 1921 was Thijssen schoolmeester in Amsterdam en daarna bezoldigd hoofdbestuurder van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers. In 1933 werd hij lid van de Tweede Kamer voor de SDAP, wat hij is gebleven tot de Duitse bezetting in 1940. Daarnaast was hij van 1935 tot 1941 lid van de Amsterdamse gemeenteraad.

In het kleine museum (open van donderdag tot en met zondag tussen twaalf en vijf uur 's middags) wordt de tijd van Theo Thijssen weer tot leven gebracht met foto's, tekeningen, boeken, brieven, documenten en enkele persoonlijke bezittingen van de schrijver. Opvallend is een boekenkast die zijn vriend en collega Jan Mens, tevens meubelmaker, voor hem had ontworpen.

Achterin hangt een foto van Thijssen uit 1941. Hij is dan sterk vermagerd als gevolg van zes weken gevangenschap in het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg. Op de avond van dinsdag 25 februari dat jaar werd hij door de Sicherheitspolizei gearresteerd in verband met de zojuist uitgebroken Februaristaking. De Duitsers dachten dat ze met Thijssen, een vakbondsman tenslotte, een van de leiders van die actie te pakken hadden. Ten onrechte, want de staking (naar aanleiding van het brute optreden tegen de joden) was niet georganiseerd, maar spontaan opgekomen. Toch werd Thijssen pas op 9 april vrijgelaten.

Zeer verontwaardigd was hij over de slechte toestanden die in de gevangenis heersten. Een wc bijvoorbeeld ontbrak, de gedetineerden moesten hun behoeften doen op een emmer. Thijssen was vastbesloten daar na de oorlog als Kamerlid werk van te maken, maar hij heeft de bevrijding niet gehaald.