Griekenland: óf succes óf vernieuwing

De Grieken gaan zondag naar de stembus. Het is een nek-aan-nek race tussen de socialistische regering die op successen wijst en de rechtse oppositie die betoogt dat het tijd is voor vernieuwing. ,,Er bestaat een beter Griekenland en dat willen wij.''

,,Wij kunnen het beter!'' Zo luidde de leus waarmee twee maanden geleden de Griekse oppositiepartij, de Nieuwe Democratie (ND) de campagne voor de parlementsverkiezingen van 9 april inging. Er rezen interne bezwaren: hielden deze woorden niet in dat de regerende socialistische PASOK het onder premier Simitis zelf ook wel goed had gedaan? De slogan werd aangepast. Het woordje `beter' werd aangehouden, maar het werd nu opgenomen in een simpel wijsje, gezongen door kinderkoor, met als tekst: ,,Er bestaat een beter Griekenland, en dat willen wij.''

Het Griekse publiek wordt met het wijsje al weken dood gegooid, maar het lijkt wel te werken. Oppositieleider Kostas Karamanlis wijdt, waar hij ook verschijnt, uit over de werkloosheid die anders dan in de meeste andere EU-landen is toegenomen. Over de onveiligheid ,,die uit het buitenland komt'' (de honderdduizenden immigranten), over de teruglopende inkomsten voor de boeren, over de onderwijshervorming die veel wrevel heeft opgewekt. En vooral hamert hij op het motief dat de PASOK, sinds 1981 aan het bewind met een onderbreking van drie jaar, een `regime' zou zijn geworden.

Het is deze laatste, zeer aanvechtbare kreet die bij het publiek het meest lijkt aan te slaan. Het gaat hier echter om een recent verschijnsel. De campagne voor de vervroegde verkiezingen begon onder de beste voortekenen voor de regerende socialisten. Karamanlis had onhandigheden begaan inzake de verkiezing van Stefanópoulos tot president van de republiek door hem eerst niet een daarna wél te steunen. Zowat iedereen kon men horen zeggen: hij is nog stuntelig en onervaren, de wat saaie Simitis komt over als geboren manager maar ook bestuurder. De binnenloodsing van het land in de Economische en Monetaire Unie die vrijwel zeker in juni haar beslag zal krijgen, gold in buiten- maar ook binnenland als `een economisch wonder', en op het gebied van de buitenlandse politiek werd de Griekse opstelling op de EU-topconferentie van Helsinki door verreweg de meesten als een succes beschouwd. Als het erop aankomt prefereren de Grieken een vermindering van de spanning met Turkije. Minister van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou, de architect van de Griekse Helsinki-politiek, is hier nog steeds ver weg de meest populaire bewindsman.

Bij de aanvang van de verkiezerscampagne heerste er iets van vanzelfsprekendheid, dat de PASOK dit wel weer zou gaan klaren. Opinie-onderzoek, waarvan de publicatie toen nog was toegestaan, gaf haar doorgaans een voorsprong van enkele procenten, maar het was vooral opmerkelijk dat ook bij ND-aanhangers de overtuiging leek te bestaan dat Simitis zou aanblijven: bijna tweemaal zoveel ondervraagden zeiden dit te zien aankomen.

Iedereen weet hoeveel respect hij in het buitenland heeft verworven met zijn pro-Europese opstelling en zijn economische politiek, waarvoor ook de minister van Economische Zaken Papandoníou die al zeven jaar de scepter zwaait, het volle krediet krijgt. De schaduwminister van rechts, die Papandoníou zou moeten opvolgen, Alogoskóufis, is ook bij het Griekse kiezerscorps volledig onbekend. Het leek eerst ondenkbaar dat deze het economische heft zou overnemen in een periode dat de laatste signalen moeten worden gegeven om Brussel in juni tot Griekenlands toetreding tot de Europese zone te laten besluiten.

Het is dit nu bijna verworven succes waarop de PASOK blijft hameren om de kiezers te overreden haar trouw te blijven. Maar is het wel zo alleen zaligmakend voor de kiezer? De Grieken staan voor het overgrote merendeel achter de oriëntatie op Brussel en de EMU, maar het zou niet de eerste keer zijn dat zij zich electoraal `ondankbaar' betonen. Reeds in de Oudheid stuurden de Atheners figuren in ballingschap – in het zogenaamde `schervengerecht' – op wie ze uitgekeken dachten te raken. De ook eerbiedwaardige premier Karamanlis – oom van de huidige oppositieleider – stuurden de Grieken bij de verkiezingen van 1981 naar huis vlak nadat hij zijn land de Europese Gemeenschap had binnengeloodst. En zestig jaar tevoren hadden zij hetzelfde gedaan met de aanbeden staatsman Venizelos, terwijl deze alle vruchten leek te gaan plukken van het feit dat hij Griekenland aan de goede zijde had laten deelnemen in de Eerste Wereldoorlog.

,,Er moet hoognodig weer eens iets nieuws komen, na twintig jaar PASOK'', kan men meer en meer horen (in werkelijkheid waren het er zestien). De uit het leven gegrepen verkiezingscampagne van de ND lijkt gewiekster dan die van de PASOK, die grotendeels werkt met abstracte betuigingen als ,,de toekomst is gestart'' en ,,naar een nieuwe maatschappij, gebaseerd op solidariteit''. Enkele tv-spotjes van de PASOK zijn echter zeer geslaagd, namelijk die waarop tegenstrijdige commentaren van ND-leiders tegen elkaar worden uitgespeeld. Daar geldt vooral Helsinki, dat door prominente rechtse leiders als Manos en de oud-premiers Mitsotakis en Rallis is toegejuicht terwijl een gemelijke Karamanlis op het spotje in zwart-wit verschijnt met de opmerking: de Turken hebben daar alles gekregen wat zij wilden.''

Het is nog geheel onduidelijk wat zondag het zwaarste zal wegen: de behoefte aan `iets nieuws' of het koersen op `de ervaring'. Zo'n tien procent lijkt nog niet te hebben beslist en om hun gunst wordt de verkiezingsstrijd gevoerd. De ervaring leert, dat de `besluitelozen' vaak stemmen op `de macht'. Maar waar zit die?

    • F.G. van Hasselt