Mega-opgraving

Naar aanleiding van het artikel over de opgraving van het Rijksmuseum van Oudheden in Sakkara (Egypte) in NRC Handelsblad van 24 maart laat ik u graag het volgende weten.

Het museum distantieert zich nadrukkelijk van de uitlatingen van correspondent Joris Luyendijk over de vermeende negatieve houding van de Egyptische minister van Cultuur tegenover archeologische activiteiten, zoals in de laatste alinea verwoord. Tijdens de al zeer lange periode dat minister Hosni aan het bewind is, is daar wat de werkzaamheden van het museum betreft nooit iets van gebleken.

Het Rijksmuseum van Oudheden is vanaf 1975 actief in de necropolis van de oud-Egyptische hoofdstad Memphis, vlakbij het huidige dorp Sakkara. Het opgravingsproject is in de periode 1995-1998 uitgevoerd met de Egypt Exploration Society in Londen. Vanaf 1998 wordt samengewerkt met de Universiteit Leiden.

De `ophef' die in het artikel gesuggereerd wordt, betreft echter niet de opening van het graf van Maya (minister van Financiën ten tijde van Toetanchamon), maar de officiële inauguratie en overdracht van de restauratie van dit graf aan de Egyptische autoriteiten. Al in een zeer tijdig stadium is met de Egyptische autoriteiten over de datum van de overdracht overlegd. Het wachten is nu op het vaststellen van een definitieve datum.

Ten slotte wil ik er nog op wijzen dat niet de kosten van de restauratie van het graf van Maya, zoals in het artikel wordt beweerd, maar de kosten van het gehele opgravingsproject in Sakkara sinds 1975 oplopen tot enkele miljoenen. De restauratie van het graf behelst een aparte activiteit, en is bovendien financieel gesteund door de Nederlandse ambassade in Kairo en het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Ik hoop hiermee eventuele misvattingen over onze relatie met de Egyptische autoriteiten te hebben rechtgezet.