Een stoute koningin

Laten we het vandaag nu eens niet hebben over wereldschokkende zaken als het multiculturele drama, humanitaire interventie, het Internet, Jörg Haider, Bram Peper, Nina Brink, Maxima of koningin Beatrix, maar over koningin Hortense. Over wie? Wie dat vraagt heeft niet in de Agenda van 30 maart gelezen dat aan deze vorstin deze maand drie dagtochten in Haarlem zullen worden gewijd.

Er stond een mooi portret van Hortense bij, en er werd het een en ander over haar verteld. Ze is weliswaar koningin van Holland geweest, maar of het genoeg is om haar in het collectieve geheugen terug te brengen, is de vraag.

Een gemouvementeerd leven heeft ze wèl gehad. Ze was stiefdochter en schoonzuster tegelijk van Napoleon. Dat zat zo: haar moeder, Joséphine de Beauharnais, was na de dood (onder de guillotine) van haar man getrouwd met generaal Bonaparte. In dat huwelijk nam zij twee kinderen mee, Eugène en Hortense.

Napoleon was een grote huwelijksmakelaar. Zelf kon Joséphine geen kinderen meer krijgen, en daarom ging hij op zoek naar andere vrouwen die het geslacht Bonaparte zouden kunnen voortzetten. Zijn oog viel op zijn stiefdochter Hortense, die hij koppelde aan zijn broer Louis.

Het was geen huwelijk uit liefde. Hortense had een afkeer van haar man, die syfilis onder de leden had. Niettemin kwam er negen maanden later een zoontje. Het is echter niet zeker dat Louis daar de vader van was. In het nest van intriges dat de Corsicaanse familie Bonaparte was, werd het vaderschap aan Napoleon zelf toegeschreven. Die was en bleef inderdaad dol op Hortense.

Ook van een tweede zoontje zou Napoleon de vader zijn, maar dat is minder waarschijnlijk, want terwijl Louis zich niets aantrok van het eerste kind (daarmee uiting gevend aan twijfel omtrent zíjn vaderschap), was hij idolaat van het tweede. Twee jaar later maakte Napoleon hem koning van Holland, en zo werd Hortense niet alleen de eerste, maar ook de enige koningin van Holland. Het tegenwoordige koninkrijk, dat in 1815, na Napoleons val, werd uitgeroepen, heet immers anders.

Van de vier jaar dat het koninkrijk Holland heeft bestaan, van 1806 tot 1810, heeft Hortense er maar acht maanden doorgebracht. Zij was, zacht gezegd, niet erg op het land gesteld. En zo kwam het dat haar derde zoon, de latere keizer Napoleon III, in het buitenland verwekt en geboren werd.

Ook van deze zoon wordt Louis' vaderschap in twijfel getrokken. Pierre de Lacretelle rekent in zijn Secrets et malheurs de la reine Hortense (1936) aan de hand van de kalender uit dat Louis niet de vader van dat kind kan zijn. Enkele mannen komen volgens hem voor het vaderschap in aanmerking, van wie twee Nederlanders.

De bekendste is admiraal Ver Huell, die een trouwe aanhanger van Napoleon was (een collaborateur, zouden we in een later, meer ideologisch tijdperk zeggen); de tweede een graaf Van Bylandt-Palterscamp, hofmaarschalk van de koningin. Victor Hugo, die later die zoon van Hortense zou ontmoeten toen hij het in 1849 tot president van Frankrijk had gebracht, schrijft in zijn dagboek Choses vues dat deze een `froideur hollandaise' uitstraalde. Hij twijfelde er dus niet aan dat deze zoon een halve Nederlander was.

Maar er zijn ook andere mogelijke vaders, want de romantische Hortense was gevoelig voor manlijk schoon. Na haar scheiding (van tafel en bed) kreeg zij nog een vierde zoon. Toen kon de fictie niet langer opgehouden worden. De vader was generaal Flahaut, die zelf een natuurlijke zoon was van de beroemde Talleyrand (die als bisschop begonnen was).

Deze laatste zoon zou als de hertog de Morny door het leven gaan en als minister van Binnenlandse Zaken de staatsgreep van 2 december 1851 organiseren, waardoor zijn halfbroer, de latere Napoleon III, aan de macht zou komen. Hij afficheerde zijn afkomst openlijk door een wapen aan te nemen waarin een napoleontische adelaar opstijgt uit een bed van hortensia's. Dat vond de keizer niet leuk.

Kan Hortense haar stoute levenswandel verweten worden? Nee, waarschijnlijk niet – gezien het ongelukkige huwelijk dat zij gedwongen was aan te gaan. Ze is dan ook de geschiedenis niet zozeer ingegaan als een frivole vrouw, maar eerder als dichteres van romances, waarvan sommige, o.a. Partant pour la Syrie, nog geruime tijd populair zijn geweest.

Wie meer van haar en van de sfeer waarin zij leefde wil weten moet eens het charmante kasteeltje Arenenberg bezoeken, waar zij de laatste vijftien jaar van haar leven nog een soort hofstaat voerde. Het ligt aan de Zwitserse kant van het meer van Konstanz, bij het dorp Ermatingen.

Veel meer valt er van haar niet te vertellen, en zeker heeft Nederland niet veel aan die eerste koningin te danken. Dan meer aan haar echtgenoot, van wie we op school niet veel meer leerden dan dat hij zich zo menslievend en behulpzaam had betoond na de ontploffing van het kruitschip die in 1807 het centrum van Leiden in een puinhoop veranderde.

Hoewel hij een grillig man was – hij veranderde elk ogenblik van residentie – verdedigde hij de belangen van zijn nieuwe land, wat ten slotte tot zijn afzetting zou leiden. Nederland heeft enkele nog bestaande instellingen aan hem te danken, zoals de Academie van Wetenschappen en het Rijksmuseum.

Ook legde hij zich toe op het Nederlands, zoals dit briefje bewijst, dat hij aan zijn secretaris van Staat W.F. baron Röell in 1807 schreef: ,,Goed dag mij waard Röell. Waarom zijt gij niet hier bij mij? Zonder Hollands gesel ik con niet al den dagen less nemen. Gelukig man! Gij gaat moë wrouen zien (Röell was op weg naar Parijs) en die vie is moist en aimableste. Nu gij zal meer galant vorden, maar niet meer bevrindt van uw wriende. Waar wal mij waart. Antwoorde mij in talen hollandsch.''

Hortense zal het waarschijnlijk niet eens zo ver in de taal van haar volk gebracht hebben. Laten we hopen dat koningin Paola, die vandaag op bezoek komt, in Nederland deze taal beter beheerst.