De aanklacht

Momcilo Krajišnik nam volgens de vandaag gepubliceerde dagvaarding van het Joegoslavië-tribunaal deel aan ,,misdaden, gepleegd met het oog op de verovering van gebieden in Bosnië''. In de aanklacht worden veertig steden en dorpen met name genoemd.

Tussen 1 juli 1991 en 31 december 1992 was Krajišnik verantwoordelijk voor ,,de organisatie, instigatie, planning en uitvoering van de vernietiging'' van Bosnische moslims en Kroaten, in vijftien met name genoemde plaatsen. De Bosnisch-Servische autoriteiten richtten gevangenkampen in, waar tienduizenden moslims en Kroaten werden samengedreven, opgesloten en mishandeld. Er werden ook mannen uit de colonnes gehaald en geëxecuteerd. Tussen 1 juli 1991 en 31 december 1992 wist Krajišnik – of had hij kunnen weten – wat er onder zijn leiding gebeurde. Hij heeft niets ondernomen om de misdaden te voorkomen.

Krajišnik nam deel aan het plegen van genocide, is medeplichtig aan genocide, nam deel aan misdaden tegen de menselijkheid en schond de conventies van Genève. Hij organiseerde – met Karadzic of alleen - en beval de moord op duizenden moslims en Kroaten. Hij organiseerde de deportatie van tienduizenden mensen en is medeverantwoordelijk voor de dagelijkse vernederingen – waaronder mishandeling en verkrachting – in de kampen. Krajišnik is daarnaast verantwoordelijk voor daden van zijn ondergeschikten.