Caland verwacht geen nadeel van baggerfusies

Het fusiegeweld in de baggerwereld zal weinig invloed hebben op de resultaten van IHC Caland, houdstermaatschappij van een internationale groep maritiem-technische bedrijven die materiaal voor de offshore- en baggerindustrie ontwerpen en produceren.

Dat zei bestuursvoorzitter C. de Ruyter gisteren in zijn toelichting op de cijfers over 1999. IHC Caland bevestigde daarbij de eerder dit jaar bekendgemaakte resultaten. De winst van het bedrijf nam vorig jaar met 4,8 procent toe tot 153,1 miljoen gulden, op een omzet van 2,79 miljard.

Tijdens zijn presentatie sprak De Ruyter het vermoeden uit dat de consolidatie in de Nederlands-Belgische baggerwereld, waar baggeraar Boskalis, bouw- en baggerconcern HBG en het Belgische Deme in een overnamestrijd zijn verwikkeld, hun mondiale concurrentiepositie niet zal veranderen. In Azië, waar veel grote infrastructurele projecten worden uitgevoerd, zullen de Nederlandse baggeraars toch onderaannemers blijven van grote lokale concurrenten als Samsung en Hyundai.

Volgens J. van Dooremalen (verantwoordelijk voor de scheepsbouw bij Caland) zal de consolidatie niet leiden tot een inkrimping van de baggervloot. Veel oude baggerschepen zijn aan vervanging toe, terwijl in het segment van middelgrote baggerschepen nog een gebrek aan capaciteit is. Grote baggeraars investeren in steeds grotere en geavanceerdere baggerschepen als hopperzuigers, die minimaal enkele honderden miljoenen kosten en waarop een goede winstmarge zit. Ook voor speciale schepen, zoals Ro-Pax veerboten met passagiersaccommodatie en boten die kabels op de zeebodem kunnen leggen, is er volgens Van Dooremalen ,,een interessante markt.''

Een probleem voor IHC Caland is dat Zuid-Korea steeds meer baggerschepen zelf gaat bouwen. Ook Spanje heeft zich recentelijk gemeld op deze markt, omdat de markt voor vissersboten voor de Spaanse werven wegviel. ,,Het is een verdringingsmarkt'', zegt Van Dooremalen. ,,Als er ergens in een bepaalde sector bouwcapaciteit wegvalt, dan storten die werven zich op andere markten. Voor Caland is dat extra vervelend omdat het bouwen van baggerschepen onze specialiteit is.''

Niettemin voorspelt De Ruyter een winstgroei bij IHC Caland voor dit jaar van acht procent naar 165 miljoen gulden. Hij baseert zijn prognose mede op de toegenomen actviteit in de offshore-industrie, de tweede kernactiviteit van IHC Caland.

De orderportefeuille van IHC Caland bedroeg eind vorig jaar 4,78 miljard gulden, tegenover 5,59 miljard ultimo 1998. De daling houdt verband met de grote orders die het bedrijf in 1998 in de wacht wist te slepen, onder meer voor grote drijvende olieproductie- en opslagsystemen (FPSO's).

Caland ondertekende onlangs een intentieverklaring voor de levering van een FPSO aan Nigeria. De Ruyter ziet dat als een signaal dat de oliemarkt weer aantrekt.