Brits leger aangeklaagd

Nabestaanden van omgekomen Noord-Ierse terroristen proberen Europese rechters ervan te overtuigen dat het Britse leger hen doelbewust heeft gedood. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg is vandaag hoorzittingen begonnen over vier dodelijke schietpartijen tussen Britse veiligheidstroepen en leden van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) in de jaren '80 en '90. Volgens hun familieleden hanteerde het Britse leger een zogeheten shoot to kill-beleid, dat in strijd is met de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens.

De zaak voor het hof in Straatsburg valt samen met het begin van de officiële hoorzittingen over het doodschieten door Britse militairen van 14 katholieke demon- stranten in Londonderry op 30 januari 1972, sindsdien bekend als Bloody Sunday. Daarbij betoogt de republikeinse zijde ook dat het Britse leger schoot om te doden.

Het belangrijkste incident dat het hof in Straatsburg behandelt is de schietpartij op 9 mei 1987 bij het politiebureau van Loughall in het graafschap Armagh. Leden van het Britse elite-regiment SAS doodden acht IRA-leden toen die het politiebureau met een bom probeerden te verwoesten. De hinderlaag bracht de IRA een ongekend zwaar verlies toe in dat deel van Noord-Ierland, nadat Britse veiligheidstroepen machteloos waren gebleken tegen een reeks van succesvolle IRA-aanslagen.