Bladeren

The Industry Standard

Consumenten lopen in de Verenigde Staten weinig risico bij fraude met creditcards op het Internet. Bij wet is geregeld dat de Amerikaanse consument bij fraude altijd een eigen risico heeft van maximaal vijftig dollar, of het nu gaat om betalingen via Internet of niet. Ook de banken zijn afdoende gedekt tegen fraude via Internet, evenals de uitgevers van creditcards als Visa en MasterCard.

Volgens het Amerikaanse maandblad The Industry Standard zijn het vooral de handelaren en winkeliers die opdraaien voor schade door fraude. Sterker nog, de banken en de creditcard-ondernemingen ontkennen dat Internet-fraude veel omvangrijker is dan andersoortige fraude in de handel. Maar de handel denkt daar anders over. Zelfs Amazon.com heeft tegenover de betrokken autoriteiten toegegeven dat fraude met creditcards op Internet de bedrijfsresultaten beïnvloedt. Het bedrijfsleven rapporteert een fraudefrequentie op Internet van twee procent. Dat lijkt niet al te veel, maar het is toch twintig keer zo veel als in de normale handel. In de detailhandel kan dat gemakkelijk een halvering van de winstcijfers betekenen omdat de winstmarges er toch al flinterdun zijn. Onlangs heeft First Data, met zes miljard creditcard-transacties een van de groten in de branche, aan de bel getrokken. De onderneming, die bemiddelt tussen 1.400 banken en twee miljoen handelaren, heeft beaamd dat de risico's op schade door fraude in de e-commerce veel groter zijn dan in de normale handel. Hoewel het probleem dus duidelijk uit de hand is gelopen, praten de betrokkenen er niet makkelijk over. Ze zwijgen omdat ze niet graag het verwijt krijgen dat hun beveiliging niet deugt, zodat ze nog meer fraudeurs aantrekken. Ook zwijgen ze over hun bestendigheid tegen fraude uit vrees de hackers op hun dak te krijgen die met plezier de fraudebestendigheid willen testen.

De kern van het probleem is volgens het blad dat het op Internet zo gemakkelijk is om je identiteit te vervalsen. Het ziet er naar uit dat de handel het risico zal blijven dragen tot we algemeen aanvaarde manieren hebben gevonden om op Internet wederzijds te kunnen bevestigen wie wie is.

www.thestandard.com

The Economist

Consumenten en traditionele ondernemingen zullen op de lange termijn het meest profiteren van de informatietechnologie en in het bijzonder van Internet. Je kunt dat nu al zien, want de koersen van veel dot.com-ondernemingen die zo veelbelovend naar de beurs gingen, zijn aan het dalen. Betekent dit dat de Internet-economie inderdaad de luchtbel is die velen er in zien? Nee, denkt The Economist, het Internet zal de productiviteit en de efficiency van de economie vergroten, maar niet genoeg om de huidige beurswaarde ervan te rechtvaardigen.

De voordelen voor de economie worden al zichtbaar in de business-to-business-handel die in 2003 in Amerika een waarde van vier biljoen dollar zal bereiken, veel meer dan de vierhonderd miljard dollar voor business-to-consumer-handel. Dat komt doordat Internet het gemakkelijker maakt om de goedkoopste toeleverancier te vinden en om de kwaliteit van de aanbodketen en van het voorraadbeheer te verbeteren. Door toeleveranciers via het Internet te selecteren zullen de productiekosten veertien procent omlaag gaan, voorspelt het blad op gezag van Goldman Sachs.

De business-to-business-handel zal de productie van de rijke landen met gemiddeld vijf procent doen groeien. Dat betekent een jaarlijkse extra groei van 0,25 procent. Historisch gezien is dat een enorme groei. Het is goed mogelijk dat Internet binnen enkele decennia evenveel aan de economie zal hebben bijgedragen als bijvoorbeeld de spoorwegen in de negentiende eeuw toen ze de Amerikaanse productie vergrootten met tien procent. De koersen van de spoorwegaandelen stegen pijlsnel, vielen daarna als een steen en van de eerste groep ondernemingen overleefden er maar enkele. Er is geen reden om aan te nemen dat het met Internet anders zal gaan.

www.economist.com

Manager Magazin

De vijf grote accountantsbureaus hebben in Duitsland hun gezicht verloren. Vooral de gang van zaken rond het bankroet van bouwonderneming Holzmann tart elke beschrijving. Die ging failliet toen de accountants van KPMG op het punt stonden het bedrijf voor gezond te verklaren. Bij het faillissement bleek eenderde van de balans, zo'n 2,4 miljard mark, hete lucht. Het Duitse maandblad Manager Magazin constateert dat het controleren van de boeken in de accountancy in het slop is geraakt, omdat dit veel minder oplevert dan andere activiteiten als belasting- en managementconsultancy. Als gevolg daarvan raken de accountants hun kritische vermogen kwijt. Maar hun lankmoedigheid heeft niet kunnen verhinderen dat de betrokken ondernemingen enorme schadeclaims indienen. De Grote Vijf zitten daar niet mee, want ze betalen de schadeposten zonder blikken of blozen uit het geheime fonds dat ze er op nahouden. Maar hoeveel ze ook betalen, ze winnen er geen vertrouwen mee terug. Het blad pleit ervoor dat de beroepsorganisatie orde op zaken stelt en dat de overheid de regelgeving voor het toezicht op de accountancy drastisch hervormt, naar Amerikaans model.

www.manager-magazin.de