Wereldzwembond zet Wouda op lijst dopinggebruikers

Zwemmer Marcel Wouda beschikt over een medisch dossier waaruit blijkt dat de testosteron/epitestosteron-verhouding (TE-ratio) in zijn lichaam van nature afwijkt van de gemiddelde norm. Dat heeft de wereld- en Europees kampioen (200 meter wisselslag) gisteren bevestigd nadat zaterdag aan het licht kwam dat de wereldzwembond FINA Wouda's naam op de eigen Internet-site (www.fina.org) heeft opgenomen in een lijst met dopinggevallen in de periode 1996-'99.

Op de bewuste pagina maakt de FINA melding van twee positieve controles van Wouda, in maart '98 en februari '99, waartegen geen stappen zijn ondernomen op basis van physiologically elevated condition. Oftewel: medisch onderzoek heeft aangetoond dat de Brabander van nature over een hogere TE-ratio beschikt dan de ondergrens die op 6 is bepaald. De `overtredingen' werden geconstateerd na wereldbekerwedstrijden in Rio de Janeiro.

De TE-ratio heeft betrekking op de hormonale huishouding. Een waarde van 10 of meer zou kunnen duiden op het gebruik van verboden middelen. Sporters met een TE-ratio tussen 6 en 10 bevinden zich in wat in medische kringen als de `grijze zone' wordt beschouwd. Wouda valt in die categorie.

Wouda was ,,onaangenaam verrast'' toen hij zaterdag vernam dat zijn naam op de website figureert temidden van acht zwemmers die schuldig zijn bevonden aan het gebruik van onder meer nandrolon en cocaïne. ,,Ik wist niet dat de openheid van de FINA tegenwoordig zover gaat dat ze via Internet allerlei medische geheimen prijsgeven'', schamperde de 29-jarige PSV'er gisteren vanuit Amerika, waar de Nederlandse zwemploeg een trainingskamp in Daytona heeft belegd.

Drie jaar geleden onderging Wouda een aantal medische testen in het academisch ziekenhuis in Utrecht. Uit het endocrinologisch onderzoek bleek dat de te hoge TE-waarde een natuurlijke oorzaak had: Wouda's lichaam maakt relatief meer hormonen aan dan gemiddeld. De contra-expertise in het door het IOC erkende lab van Barcelona onderschreven die waarnemingen. Op basis van de wetenschappelijke gegevens besloot de FINA geen actie te ondernemen tegen Wouda.

Cees-Rein van den Hoogenband, als arts destijds betrokken bij het onderzoek en lid van de medische commissie van de Nederlandse zwembond (KNZB), onderschrijft de lezing van Wouda. ,,Bij Marcel is sprake van een endogeen probleem, voor zover je van probleem wilt spreken. Zijn lichaam maakt iets meer endogene testosteron aan dan wat medici als `normaal' beschouwen. Noem het een lichamelijke afwijking, meer is het niet.''

Aanleiding voor de reeks onderzoeken in Utrecht, uitgevoerd door professor Thijssen, was een dopingcontrole in Noorwegen, in november '96, toen na een wedstrijd in Stavanger bleek dat Wouda's TE-ratio 6,8 bedroeg. Ruim een half jaar later, tijdens de EK langebaan (50 meter) in Sevilla, openbaarde het probleem zich opnieuw. Bij de verplichte dopingcontrole schoot de TE-ratio van de wisselslagspecialist naar eigen zeggen door tot ,,ergens ver in de 8''.

Wouda was van plan na de Spelen in de openbaarheid te treden, maar zag dat voornemen zaterdag in rook opgaan. ,,Wat dit verhaal teweeg zal brengen, kan ik niet inschatten. De telefoon zal de komende dagen vermoedelijk roodgloeiend staan. Dat moet maar. Ik heb niets te verbergen.''

Uit angst dat zijn naam besmeurd zou worden, besloot Wouda tot dusverre zijn mond te houden. ,,Het probleem is: ook al ben je brandschoon — zoals in mijn geval — zodra je naam in één adem wordt genoemd met het mogelijke gebruik van doping, heb je de schijn tegen. Daar kunnen flink wat sporters over meepraten. Ik moet mezelf nu gaan verdedigen tegen allerlei verdachtmakingen, terwijl ik me in alle rust wil voorbereiden op de Spelen.''

Bondscoördinator Ad Roskam spreekt van een storm in een glas water. ,,Marcel heeft niets te verbergen, dus waarom zou hij zwijgen? Marcel is 2 meter 2 lang, daar kan-ie ook niets aan doen.'' Volgens Roskam is de handelwijze van de FINA ,,op z'n minst onzorgvuldig'' te noemen. ,,Dat ze openheid nastreven juich ik toe. Maar waarom staat zijn naam tussen die van zwemmers die daadwerkelijk gebruikt hebben? Daarmee druk je de sporter in het defensief. Dat kan niet de bedoeling zijn.'' De KNZB hoopt deze week opheldering te krijgen van de FINA.