Van Kralingen eist hoofdrol op in Peter Grimes

De elfdelige concertserie die het Amsterdamse Concertgebouw in het seizoen 1996-1997 wijdde aan de muziek van Benjamin Britten en Dmitri Sjostakowitsj leidde in ons land tot een positieve herwaardering van het werk van Britten. Hij maakte na de oorlog aanvankelijk veel furore – al duurde het tot 1955 voor Peter Grimes (1945) in ons land was te zien, maar vervolgens werd hij door de muzikale elite in het avangardistische en seriële tijdperk beschouwd als een traditionalist. De revival van Britten (1913-1976) vindt in een geliberaliseerd muzikaal tijdperk dit jaar zijn bekroning in twee verschillende producties van zijn opera Peter Grimes. Nu regisseert Monique Wagemakers Peter Grimes bij de Nationale Reisopera, in december gebeurt dat bij de Nederlandse Opera door Francesca Zambello.

De voorstelling van Wagemakers past nog deels bij het traditionele beeld van Britten, zeker in deze sociaal-realistische opera. De visser Peter Grimes heeft een èchte boot, we zien de kade van Aldeburgh met een meerpaal, het gewone volk loopt rond in ouderwetse en uniforme kledij. Maar daar blijft het bij, het naturalisme gaat lang niet zover als bij de Engelse première, toen ook nog allerlei pittoreske vissershuisjes waren te zien. De kade staat hier op een draaitoneel, dat nu eens de landzijde, dan weer de zeezijde laat zien. Dat draagt op conceptuele wijze bij aan het drama op de grens van land en water, tevens de scheidslijn tussen leven en dood voor de twee vissershulpjes van Grimes, die op zijn boot het leven laten.

Anders dan regisseur Willy Decker in zijn Brusselse enscenering (1994), concentreert Wagemakers zich niet op de tegenstelling tussen de eenling Grimes en de gesloten vissersgemeenschap die uit is op een volksgericht. Het gemene volk is in de scènes in de rechtzaal, op de kade en in de kroeg eerder decor dan een beslissende factor in het drama. Het gaat bij Wagemakers veel meer om de vergeefse intimiteit van de schaarse menselijke verhoudingen die Grimes nog heeft: de verantwoordelijkheid tonende kapitein Balstrode (een degelijke rol van Henk Smit) en vooral met de onderwijzeres Ellen Orford.

In de fenomenaal intense en vervoerend gepassioneerde vertolking door Miranda van Kralingen groeit het personage van Orford hier uit tot de ware hoofdrol: haar medeleven met Grimes stort haar in problemen die hier tragischer zijn dan die van Grimes. Dat komt omdat Nigel Robson de moeilijke en gecompliceerde titelrol nogal schimmig en al te bleek gezongen typeert: noch zijn bruutheid, noch zijn hulpeloosheid overtuigen of wekken interesse.

Ondanks de soms te diverterende uitvoerigheid van Brittens partituur (zoals de Gershwin-achtige gospelversie van een visserslied) ontstaat toch een geconcentreerde voorstelling met sterke scènes, vooral ook dankzij dirigent Ed Spanjaard. Hij geeft met het Orkest van het Oosten veel reliëf en onontkoombare spanning aan Brittens aansprekende muziek, vooral in de tussenspelen.

Voorstelling: Peter Grimes van B. Britten door de Nationale Reisopera en Orkest van het Oosten o.l.v. Ed Spanjaard; regie: Monique Wagemakers. Gezien: 31/3 Twentse Schouwburg Enschede. Tournee t/m 7/5. Inl. (053) 4878500.