Spanning neemt toe bij organisatie van huisartsen

Een crisis dreigt bij de Landelijke Huisartsenvereniging. De verschillen van opvatting zijn er altijd al geweest.

De Landelijke Huisartsenvereniging dreigt uiteen te vallen. Een deel van de huisartsen vindt dat de LHV te weinig doet aan inkomensverbetering en wil, als de koers niet verandert, een eigen bond oprichten. In het afgelopen jaar zijn binnen de LHV de emoties over het beleid fors opgelopen. Een ruime meerderheid kiest voor een rol van de LHV waarin de nadruk ligt op versterking van het vak en van de positie van de huisarts binnen de gezondheidszorg.

Deze verschillen van opvatting bestaan al van oudsher binnen de LHV, maar zijn nu zo fors gaan opspelen dat ze ook binnen het dagelijks bestuur de onderlinge verhoudingen begonnen aan te tasten. Het dagelijks bestuur besloot vrijdag af te treden. Tijdens de algemene ledenvergadering, die op donderdag 6 april wordt gehouden, zal het zijn ontslag aanbieden. Het algemeen bestuur heeft inmiddels de leden al een voorstel voor een nieuw bestuur gedaan. Opvallend is dat wordt voorgesteld om vijf van de zes leden opnieuw in het dagelijks bestuur op te nemen, zij het dat twee daarvan dan nog slechts als 'toegevoegd bestuurslid' zitting hebben. Voorzitter R.W.M. van Velzen, huisarts in Leiderdorp, ruimt dan als enige volledig het veld. Zijn opvolger moet T.M. Slagter-Roukema, huisarts in Zuidhorn, worden.

Voorzitter Van Velzen trad begin 1998 aan voor een eerste termijn van drie jaar. Met zijn bestuur nam hij een aantal moeizaam verlopende vernieuwingen uit het verleden over. Zo was er de introductie van de praktijkverpleegkundige om de werkdruk van de huisartsen te verlichten. Het overleg met zorgverzekeraars en ministerie over de financiering duurde bijna vijf jaar. Eind 1998 werd er `in principe' een akkoord bereikt. Pas in februari stemde de ledenvergadering, na een tumultueuze vergadering, met het convenant in. Hoewel tweederde voorstemde, werd er een motie ingediend waarin het beleid van het bestuur werd afgekeurd. Onder de indieners waren enkele voorstemmers. Onder druk van het bestuur werd de motie toen niet in stemming gebracht. Wel zijn werkgroepen ingesteld die de werking van de verenigingsdemocratie onderzoeken.

Een belangrijk bezwaar van de tegenstanders van het convenant was dat er een praktijkverpleegkundige voor elke drie huisartsen komt die daartoe moeten gaan samenwerken. Zij verweten het bestuur op die manier een einde te maken aan de solopraktijk.

Tot vrijdag was het bestuur bezig aan een ander heet hangijzer binnen de LHV: een moderne regeling van de onregelmatige diensten (avond- en nachtdiensten en werken in het weekeinde). De onderhandelingen daarover met verzekeraars en ministerie verlopen volgens de LHV al enige tijd eveneens erg 'stroperig'. Het bestuur wordt daarbij gehinderd doordat de directeur van het bureau al geruime tijd ernstig ziek was en in de vacature nog niet is voorzien.