RODERIK DE MAN

Twee elementen keren nogal eens terug in het werk van Roderik de Man: zijn vaderland Indonesië (hij werd in 1941 in Bandung geboren) en zijn afkomst als slagwerker. Vandaar een compositie als Dhawa Cendag voor een gamelan-ensemble en vandaar de bijna altijd duidelijk hoorbare puls, zelfs wanneer elektronica wordt gebruikt. En dat is in alle vijf stukken op zijn cd Five New Pieces het geval. Anderzijds heerst een verfijnd flexibele Franse lyriek in een vaak filmische setting. Zo hoorde ik een zekere verwantschap met Ton Bruynèls verglijdende klankbogen in sterk gelijkende composities.

Naast muzikale verwijzingen klinken forse windstoten, suizende vleugelslagen en fantomen. Reizen naar exotische streken en reizen in de tijd verwijzen naar de late Middeleeuwen (Josquin citerend) dan wel naar de Renaissance (Sweelinck). Het meest dramatisch is Nuit de l'Enfer naar Rimbaud, niet onlogisch getuige de titel, op te vatten als een mini-operaatje, eigenlijk te mooi om werkelijk gruwelijk te zijn, met tenor Marcel Beekman zingend, reciterend dan wel fors uithalend, met de aantekening dat zelfs een schreeuw schoonheid kan betekenen.

Roderik de Man: Five New Pieces. Attacca Babel nr. 9989.