Rechterhand van Karadzic opgepakt

De vredesmacht SFOR heeft in Bosnië Momcilo Krajišnik gearresteerd. Krajišnik, jarenlang de rechterhand van Radovan Karadzic, is de hoogste politieke leider van de Bosnische Serviërs die is aangehouden wegens oorlogsmisdaden.

Franse SFOR-soldaten pakten Krajišnik om kwart over drie vannacht op na de deur van zijn woning in Pale, in de Servische Republiek in Bosnië, te hebben opgeblazen. Hij wordt zo snel mogelijk overgebracht naar Den Haag, voor berechting door het Joegoslavië-tribunaal. Tegen hem liep sinds februari een geheime aanklacht wegens onder andere genocide tussen midden 1991 en eind 1992, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, inclusief moord.

Momcilo Krajišnik, in 1990 en 1991 – voor de oorlog – voorzitter van het Bosnische parlement en van 1991 tot 1995 voorzitter van het parlement van de Bosnische Serviërs, was indertijd de belangrijkste medewerker van Radovan Karadzic, de leider van de Bosnische Serviërs en de belangrijkste, nog voortvluchtige verdachte van het Joegoslavië-tribunaal. Hij was tijdens de onderhandelingen in Dayton over een vredesakkoord de leider van de delegatie van de Bosnische Serviërs. Die delegatie verzette zich fel tegen het vredesakkoord van Dayton, maar ze werd in het conferentieoord volledig genegeerd en uiteindelijk gebruskeerd door de Joegoslavische leider Miloševic. Deze ondertekende tot woede van Krajišniks delegatie de akkoorden van Dayton mede in naam van de Bosnische Serviërs.

Na de oorlog en na het gedwongen aftreden van Karadzic als president van de Servische Republiek werd Krajišnik de hoogste leider van de Bosnische Serviërs. Hij was namens hen van 1995 tot 1998 lid van het uit drie man bestaande staatspresidium van Bosnië en aldus co-president van Bosnië; dit tot frustratie van de internationale gemeenschap, die in hem na het wegvallen van Karadzic de belangrijkste belangenbehartiger van de Bosnisch-Servische `oorlogspartij' zag – de tegenstanders van Dayton en de Bosnische eenheidsstaat. De Amerikaanse diplomaat Robert Gelbard omschreef de door Krajišnik geleide politieke vleugel eens als ,,fascistisch-totalitaire instigatoren van terrorisme en geweld''.BOSNIË

Krajišnik heeft zich ook na Dayton vaak uitgesproken voor afscheiding van de Servische Republiek van Bosnië. Toen hij dat in 1998 weer deed, dwong de internationale gemeenschap hem in het openbaar zijn excuses aan te bieden. Krajišnik verloor dat jaar de strijd om de Servische zetel in het staatspresidium.

In de Bosnische oorlog werd Krajišnik (van huis uit econoom) met zijn mentor Karadzic rijk. Ze leidden samen het bedrijf Centrex, dat het monopolie bezat op de import en de verkoop van benzine, sigaretten en bouwmaterialen. Krajišnik en Karadzic verdienden miljoenen zonder belasting te betalen, en betaalden van de opbrengst bonussen voor de politie, die hen in ruil afschermde. Aldus konden ze hun economische macht ook na de akkoorden van Dayton handhaven, dit ondanks pogingen van Karadzic' opvolgster Biljana Plavšic om de politie onder de controle van de gekozen leiding van de Servische Republiek te krijgen. Krajišnik werd overigens al in de jaren tachtig (met Karadzic) al herhaaldelijk gearresteerd door de politie van het `oude' Joegoslavië, wegens verduistering van geld van het bedrijf waarvoor Krajišnik werkte; veroordeeld werd hij niet. De arrestatie werd later nog lang door de Bosnische Serviërs aangevoerd als `bewijs' van de `discriminatie' van Serviërs onder Tito.