Northsea Jazz in Kaapstad is wisselend succes

Kaapstad ligt op 10.000 km ten zuiden van de Noordzee. Toch had er dit weekeinde een North Sea Jazz Festival plaats, georganiseerd met Nederlandse hulp. Het is de eerste keer dat het `echte' Haagse festival een dependance opende.

De Amerikaanse musicus Herbie Hancock creëerde met zijn sextet een efemerisch jazzsprookje van duizend en één Kaapse nachten, vol oosterse invloeden: een gong, triangels, een jengelende sax. Percussionist Curo Captisto Ciari flikte zijn handen als instrument heen en weer voor de microfoon, tilde sissende kalebassen op als een bodybuilder.

Hancocks optreden was een van de artistieke hoogtepunten van dit North Sea Jazz Festival van het zuiden, met complexe composities en improvisaties van een hoog niveau. Maar daarvoor bestond niet bij iedereen in Kaapstad evenveel waardering. De meeste bezoekers van de tweedaagse marathon kwamen naar het Goede Hoop Centrum voor `good old fashion jazz': bass, piano, sax, zang en drums, meer niet.

Zuid-Afrika heeft een echte jazztraditie, die teruggaat tot de jaren dertig. Net als in Amerika is de jazz van oudsher een zwart genre, geworteld in verzet tegen maatschappelijke onderdrukking. Uit die achtergrond komt Hugh Masekela, de immens populaire trompettist/ zanger uit Soweto.

Al bijna veertig jaar levert `Hugh' in Zuid-Afrika weet iedereen wie met die naam wordt bedoeld ongepolijste jazz van Afrikaanse bodem. Zijn trompetspel had ook nu aan kwaliteit niets ingeboet, hoewel zijn stembanden ietwat sleets waren geworden. Als een rocker van twintig sprong hij op en neer - Hugh is precies zestig. Het zesduizend koppige publiek in de Kippies-zaal, vernoemd naar Masekela's eigen jazztempel in Johannesburg, vond het geweldig. Men hoste en danste op Masakela's overbekende nummers, bijna allemaal Zuid-Afrikaanse evergreens.

Onder de tegenvallers in Kaapstad bevond zich Tania Maria. De Braziliaanse wist met haar stem noch haar piano te boeien. Dat gold ook voor de Zuid-Afrikaanse gitarist Jimmy Dludlu, die de belofte van zijn succesvolle debuutalbum uit 1998 niet waarmaakte. Hij zakte hier tot een middelmatig niveau, met makkelijk in het gehoor liggende deuntjes.

Daar stonden weer indrukwekkende optredens van zangeressen tegenover. De vermaarde Amerikaanse Abbey Lincoln streelde in de zaal Rosies & All That Jazz haar toehoorders met de ene na de andere ontroerende ballade. En op het podium buiten stal local girl Judith Sephuma de show.

Rashid Lombard, de motor achter het Jazzfestival aan de Kaap, gloeide na afloop nog helemaal na. Ondanks de wisselende kwaliteit van de artiesten en ondanks de lagere opkomst op de tweede dag, was hij gelukkig met het verloop van `zijn' festival.

Vorig jaar was Lombard de man achter het Zuid-Afrikaanse podium op het festival in Den Haag. Het succes daarvan inspireerde hem tot een North Sea Jazz Festival aan de Kaapse Atlantische Oceaan. Voor Lombard heeft het jazzfestijn een politieke boodschap, een hommage aan de `strijd': ,,Jazz is de hartslag van ons allen.'' Bij evenementen in Zuid-Afrika zie je maar zelden een gemengd publiek. Maar in Kaapstad mengden nu blank, zwart en bruin schijnbaar moeiteloos, alsof de geschiedenis net was begonnen, geen verleden, geen verschillen.

Concessies deed de festivalorganisatie wel. Artiesten werd gevraagd vooral ook fusion te spelen, een mengeling van stijlen, om eventuele nieuwkomers in de jazz niet al te veel af te schrikken. Sommige musici leken daaraan inderdaad gehoor te hebben gegeven, maar Hancock had er duidelijk geen boodschap aan. Een veelheid aan genres moest verder een zo groot en jong mogelijk publiek trekken.

Grenzen in de muziek zijn vaag, maar zo nu en dan was het wel duidelijk dat ze werden overschreden. Zo speelde een band genaamd Bongo Maffin lokale kwaito (de term is afgeleid van het Nederlands/Afrikaner woord kwaad), een Zuid-Afrikaanse kruising van house, rock en rap. Voornamelijk rauw gebonk van de vloer tot het plafond, veel bas, veel geschreeuw en nauwelijks verschil tussen de onderlinge nummers. Of neem Youssou N'Dour, heerlijk Afrikaanse pop, maar het heeft niets met jazz te maken. De eerste aflevering van het Kaapse North Sea Jazz Festival probeerde met pop en andere intermezzi vooral veel breed geïnteresseerden te trekken. En dat lukte.

    • Lolke van der Heide