Het Kohnstammgen

Er is weer een taboe doorbroken. Is het u trouwens opgevallen dat degenen die tegenwoordig al die taboes doorbreken haast altijd blank en mannelijk zijn? En dat de taboes die ze doorbreken bijna allemaal in de laatste dertig, veertig jaar zijn ontstaan – een tijd waarin vrouwen, zwarten en homo's de strijd aanbonden tegen de blanke hetero-mannelijke superioriteit?

De taboedoorbreker heet dit keer Dolph Kohnstamm. Op de foto in de Volkskrant van afgelopen vrijdag zit hij ontspannen op een bank, omringd door kussens, op de voorgrond een asbak. Vingers tegen de slaap, grijs haar, gemoedelijke blik, sympathiek uiterlijk eigenlijk. Dat is heel vervelend. Van mensen die je wantrouwt zou je willen dat ze er vals of verward uitzagen. Bij sommigen is dat het geval, neem Pim Fortuyn of Theo van Gogh, maar Dolph Kohnstamm ziet er totaal ongevaarlijk uit.

Met zijn ideeën ligt dat anders. Deze emeritus hoogleraar psychologie beweert namelijk dat moderne, westerse mensen (lees: blanken) over een gen beschikken dat hun extra `werklust' verschaft. Dat dit `prestatiegen' bij andere volken (lees: rassen) ontbreekt durft hij niet met zoveel woorden te zeggen. Hij doet het daarom langs een omweg.

Citaat: ,,De meest hardwerkende groepen in de wereld wonen tot nu toe in koudere streken.''

Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo het vermoeden dat hij hier niet de Eskimo's, de Mongolen, de Nepalezen of de Andes-indianen op het oog heeft.

Volgend citaat: ,,De protestants-joodse geloofsovertuiging is ervan doordrenkt dat de mens zich geweldig moet inspannen. In de islam moet het allemaal van de genade van God komen en wordt niet te veel verwacht van de individuele inspanning.''

Dat Kohnstamm de islam opvoert was te verwachten, dat is de mode van deze tijd, maar in het katholicisme wordt toch ook veel overgelaten aan de Genade Gods?

En dan is er tot slot het feit dat ,,kinderen afkomstig uit eeuwenlang geïsoleerde bergdorpen door reeksen interfamiliale huwelijken gemiddeld minder begaafd zijn dan kinderen uit stedelijke samenlevingen''.

We zien nu wat deze psycholoog sinds zijn emeritaat, gezeten op zijn bank, omringd door kussens, met een asbak onder handbereik, heeft uitgespookt: hij heeft de oorzaak van domheid en luiheid gezocht en hij heeft die gevonden, geheel op eigen houtje en zonder ook maar een kroeg te bezoeken. Domheid en luiheid zijn het gevolg van het klimaat, het geloof en van inteelt – de blanken in Zuid-Afrika en Zimbabwe, onder wie interfamiliale huwelijken een noodzaak waren, zal Kohnstamm wel tot de uitzonderingen rekenen op zijn regel.

Moeten we om deze man huilen of lachen? Het laatste vind ik wenselijker en ik stel voor hem geen racist te noemen, zoals Elsbeth Etty doet in haar column in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag. Het is waar dat Kohnstamm de rassenleer nieuw leven inblaast, maar er zijn zoveel grappige kanten aan zijn betoog dat een cabaretier er zijn of haar avond mee zou kunnen vullen.

Het begint al met dat prestatiegen, een gen dat ijver en werklust opwekt. Als je dat gen hebt komt het goed, als je het niet hebt, ben je de pineut. Want dan heb je als het ware een `wanprestatiegen', een gen dat dwingt tot luiheid. Alle arme mensen in de wereld dragen het. En het heeft ergere varianten: het bedelaarsgen. In de toekomst kun je direct na je geboorte twee vuilniszakken en een winkelwagen meekrijgen als je de kliniek verlaat.

Ik denk dat er ook zoiets bestaat als een oorlogsgen. In Angola en in het Afrikaanse merengebied op grote schaal voorkomend, alsook op de Balkan. Je hebt van die rassen en stammen die niets anders willen dan hun buren verkrachten en uitmoorden. We moeten nagaan of er klimatologische, religieuze en incestueuze overeenkomsten bestaan tussen Hutu's, Tutsi's, Serviërs, Kroaten en Albanezen.

Zal er iets zijn als een poëziegen? Of een melodramagen, want die Indiërs, vind ik al heel veel jaren, hebben een geweldige aanleg voor melodrama.

Een imperialismegen, stelde een vriend voor. Sommige rassen zijn sneller tot overheersing en onderdrukking geneigd dan andere. Een slavenhoudersgen, onder Arabieren en protestanten? Om maar te zwijgen over een muziek- en ritmegen (onder negers in het algemeen), een eenzaamheid- en alcoholgen (onder de overgebleven indianen in de Verenigde Staten), een nederigheid- maar-ik-vermoord-je-met-een glimlachgen (onder Javanen), een ik-wil-mijn land-teruggen (onder de aboriginals van Australië), een voetbalgen (onder Surinaamse jongens), een ik-wil-een-scooter-en-uw-tasjegen (onder Marokkaanse jongens) en een ik-haat-jodengen (onder Europese jongens die ook nog het ik-scheer-mij-kaalgen dragen).

Wat te denken van een Keizersgrachtgen (gevonden bij Kohnstamm) en een taboedoorbrekersgen (bij Kohnstamm, Bolkestein, Couwenberg en Heleen Dupuis)?

Men zou zich kunen voorstellen dat het taboedoorbrekersgen vooral in de lage landen wordt aangetroffen, omdat het door inteelt tot bloei kwam. Daarom komen minder taboedoorbrekers uit het zuiden van Nederland, want dat zijn allemaal bastaarden van Spaanse soldaten tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Genoeg cabaret. Belangrijk is de vraag waarom een alom gerespecteerd persoon als Dolph Kohnstamm zo graag nog even een taboetje wil doorbreken. En ik suggereerde al een verklaring in het begin: de blanke hetero-mannen slaan terug. Ze hebben dertig tot veertig jaar moeten slikken en zwijgen en ze hebben er nu schoon genoeg van. Al die verboden en geboden van het feminisme, de zwarte burgerrechten- en de homobeweging, hebben er uiteindelijk toe geleid dat de waarheid niet kon worden gezegd. En blanke heteromannen met een protestants-joodse achtergrond hebben naast een wil tot prestatie, ook een wil tot waarheid: tot hier en niet verder met die leugens over gelijkheid en beschaving.

Maar Kohnstamm wil niet alleen een taboe doorbreken, hij wil met zijn inzichten ook de wereld verbeteren. Aan het eind van het interview in de Volkskrant komt een raar pleidooi voor individuele begeleiding van allochtonen, opdat ze goede loodgieters en kappers worden.

Een veel beter plan, en meer conform de opvattingen van Kohnstamm, zou zijn om zwarte vrouwen massaal te bevruchten met het sperma van Dolph Kohnstamm, die zeker beschikt over een sterk prestatiegen. Maar dat sperma moet wel eerst worden onderzocht op het voorkomen van het kletspraatgen.