Het brood van Japie

Het Zweedse Witbrood, voorverpakt en `daaagenlang vers' bestaat al 25 jaar niet meer. Toch is de naam King Corn nog steeds een begrip. Dankzij Japie – of eigenlijk het vriendje van Japie, die op televisie de legendarische woorden sprak: `Ik ga bij Japie wonen. Want daar eten ze zulk lekker brood.'

Het lang houdbare fabrieksbrood is letterlijk van de schappen gescholden. Rond 1975, de gezondheidscultus was in alle hevigheid uit Amerika overgewaaid, viel het brood niet meer in de smaak. Het zou `stopverfbrood' zijn, `schuimrubber' en `wattenbrood'. Er werden zelfs Kamervragen gesteld over King Corn en over de vervlakking op de broodmarkt. Toch was het witte boterhammetje bij de introductie in 1964 een groot succes.

Sitos NV in Rijswijk, een samenwerkingsverband tussen meel- en broodfabrikanten, bedacht het product. ,,Er was een duidelijke behoefte aan brood dat langer vers bleef'', vertelt H. Koster van Maxeres, de holding waarin Sitos uiteindelijk is opgegaan. ,,Toen kocht je brood om het pas de volgende dag mee naar de zaak te nemen en daar te consumeren. Dan was het vaak al niet meer vers.''

King Corn garandeerde een minimale versheid van twee dagen, dankzij ,,heel speciale Amerikaanse granen'' en een bakproces waarbij het deegstuk in vieren het blik inging. Dat zorgde voor de luchtige structuur, die pas veel later als sponsachtig is omschreven. In eerste instantie kon alleen de Randstad King Corn eten, omdat Sitos het nog zelf produceerde. In 1968 werd het brood vrijgegeven voor de supermarkten en mochten ook andere fabrieken het merk voeren. Het vriendje van Japie gaf de boterhammen enorme bekendheid met de beroemde televisiereclame.

King Corn voer ook wel bij de goede herinnering aan het brood dat aan het eind van de oorlog boven ons land gedropt werd en liet `Zweeds Witbrood' achter de naam zetten. Wie King Corn kocht, doneerde bovendien tegelijkertijd een klein bedrag aan het Rode Kruis.

Naast witbrood volgde al gauw de Stout, een bruine variant. Later kwam daar nog Sandwichbrood bij, rozijnenbrood en de King Corn Koninkjes, harde puntjes en bolletjes. En Nederland at er goed van. Op het hoogtepunt bakte King Corn driekwart van de totale broodproductie.

Halverwege de jaren zeventig keerde het tij. Brood moest steeds vaker plaats maken voor kantinevoedsel, crackers, fastfood en `Chinees'. Funest was de aversie die ontstond tegen verpakt brood. Smaakte het eerst nog goed, nu was er wantrouwen over de versheid en voedzaamheid. `Warme bakkers' speelden er handig op in en bedienden de klant met ambachtelijk brood in alle soorten en maten.

Na zeven vette jaren besloot King Corn het gevecht tegen ,,de maatschappelijke opinie'' op te geven. Het sponsbrood veroverde de markt beheerst, maar blies uiteindelijk een bliksemsnelle aftocht. Misschien is dat de reden waarom wel de merknaam lang houdbaar is gebleven. In 1992 meldde bureau Trendbox dat het merk King Corn nog bij 81 procent van de Nederlanders een vertrouwde klank heeft. De onderzoekers koppelden daaraan de mening dat het wellicht wijzer is een ijzersterk merk nieuw leven in te blazen dan een nieuw te bedenken. Sitos bestaat niet meer, maar ook bij opvolger Quality Bakers bestaan geen plannen om de naam opnieuw aan brood te verbinden.