`Ha, jij mag het staatsbanket organiseren!'

De grootste internationale top ooit in Kairo gehouden werd vandaag geopend. Van de Kaireense hoteliers en automobilisten hoeft het allemaal niet. Zij hebben er alleen last van. Veel last.

,,Ik ben gisteren weer enorm gepaust'': dat zeggen de Kairenen tegen elkaar als ze weer eens uren vaststaan in het verkeer omdat hun eigen of een bezoekend staatshoofd ergens in de Egyptische hoofdstad moet zijn. De uitdrukking kwam in zwang met het pauselijk bezoek in februari, waarbij de draconische veiligheidsmaatregelen in combinatie met het drukke programma van paus Johannes Paulus II in het stadscentrum leidde tot ongekende opstoppingen. Vandaag en morgen is Kairo het toneel van de grootste internationale top ooit in de stad gehouden, en alle automobilisten houden hun hart vast. Om andere redenen doet het management van de grote vijfsterrenhotels hetzelfde.

Hoe dan ook staat het hele verkeer in Kairo enkele malen per week letterlijk uren stil omdat een hoogwaardigheidsbekleder mogelijk langs komt rijden. Bus- en taxichauffeurs verdienen geen cent, reizigers missen hun vliegtuig, automobilisten staan te bakken in de zon, zakenmensen lopen hun afspraken mis. Ermee rekening houden is onmogelijk want om veiligheidsredenen wordt nimmer van te voren aangekondigd langs welke route de president of de minister zal rijden. Enkele jaren terug eiste een advocaat via de rechtbank schadevergoeding van president Mubarak. De raadsman was te laat verschenen op een zitting omdat hij was gestrand in het verkeer. De claim werd uiteraard afgewezen maar genereerde in ieder geval zoveel publiciteit dat de advocaat geen verdere last met de overheid kreeg. Met smart denken de Egyptenaren terug aan hun vorige president, Sadat, die meestal de helikopter nam.

De Afrikaans-Europese topconferentie van vandaag en morgen is in zoverre anders dat de regering zoveel verkeersaders gaat afknijpen dat ze zich verplicht voelde via de media een plattegrond te verspreiden met daarop de no-go areas. Gisteren, tijdens de conferentie van de ministers van Buitenlandse Zaken, kwamen al verhalen binnen van mensen die niet verschenen op hun werk omdat ze hun wijk niet uit konden.

Terwijl de Kairenen nu met hun agenda puzzelen om de komende twee dagen geen afspraken buiten de deur te hebben, verkeert het management van internationale hotels in mineurstemming. ,,We reageren ons af door elkaar te zieken, zo van: haha jíj moet het staatsbanket organiseren!'', vertelt een Westerse manager van een groot vijfsterrenhotel. ,,Dan zegt de ander: `ja, maar jíj bent vijf verdiepingen kwijt'. Waarop de derde zegt: `Maar ik heb tenminste Europeanen en geen Arabieren of Afrikanen'.'' Afrikaanse en Arabische staatshoofden hebben hier een reputatie van extravagantie en vernielzucht.

De afdeling Protocol van de entourage van president Mubarak loopt hotels binnen alsof die van haar zijn. ,,We weten niks!'' zegt een andere manager van een vijfsterrenhotel. ,,Niet wie er komt, niet wanneer ze komen, niet wat ze wensen. Protocol legt ons een heel ongunstige kamerprijs op – àls ze al betalen.''

Als hete aardappelen worden dezer dagen plotseling dakloos geworden vaste gasten van door de regering opgeëiste hotels doorgegeven. Vooral bemanningen van luchtvaartmaatschappijen en groepen toeristen op vaste rondreizen zijn gedupeerd. ,,We kunnen niets doen'', zegt de manager van een opgeëist hotel moedeloos. ,,Een halve dag vantevoren hoor je dat ze je hotel willen hebben. Nou, dan kun je dus 's avonds op de deuren gaan lopen kloppen. We hebben mensen die hier drie maanden in ons hotel wonen. Die moet je er dan opeens uitgooien.''

Ook van de veiligheidsmaatregelen ondervinden de hotels veel last. Tijdens banketten lopen in de keuken strenge kerels rond in lange witte jassen die met injectienaalden monsters nemen van al het voedsel. Het gehele personeelsbestand wordt gescreend. Een manager: ,,Dan ben ik opeens mijn food & beverage man kwijt; niemand legt uit waarom, maar hij mag z'n eigen hotel drie dagen niet meer in.''

Grote hotels die tot op heden zijn `gespaard' door de afdeling Protocol, zien met angst en beven uit naar de komende dagen. Ieder moment kan de telefoon gaan en hun hotel worden omgetoverd tot een vesting omdat een staatshoofd er een persconferentie komt geven. De grootste angst zijn de beruchte `vlaggetjes'. ,,Ik had geen idee wat me overkwam'', vertelt een Westerse manager over de eerste keer dat hij plotseling moest tekenen voor `de ontvangst van 150 Egyptische vlaggetjes'. ,,Ik dacht, die moeten we ergens ophangen of zo. Maar toen stonden daar opeens drie bussen voor de deur. Moest ik a la minute 150 personeelsleden afstaan, zodat die ergens langs de weg konden gaan juichen voor president Mubarak. Ze pakken de hotels omdat ze weten dat daar veel personeel rondloopt, en wij als Westers management toch niets durven te ondernemen.''