Een man die durft

Als we het dan toch over autoracen willen hebben, dan maar over Michael Schumacher, een van de beste coureurs aller tijden. Een Duitser dus. Oei, bedenk ik me, als nu maar niet de haren te berge rijzen van die Nederlanders die altijd wat menen te moeten aanmerken op Duitsers. Want zodra Duitsers ter sprake komen, krijgen veel Nederlanders een waas voor hun ogen.

Dat Duitsers meer titels hebben veroverd met voetballen, vinden veel Nederlanders heel erg. Dat Duitsers beter zijn in autoracen, willen ze nog wel begrijpen. Want wat is autoracen nu helemaal. En wie rijden het hardst op de Duitse autosnelwegen? Juist ja. Duitsers hebben ook meer gelegenheid om hun rijvaardigheid te testen dan Nederlanders. Die zijn aangewezen op de korte en smalle wegen waar ze – als het meezit – hooguit 120 kilometer per uur mogen rijden. Zo vreemd kan het dus niet zijn dat Duitsers in het autoracen succesvoller zijn. De enige Nederlander die – als het meezit – een beetje in het spoor van Duitsers kan blijven, is een Limburger. Een man die meer brokken maakt dan races uitrijdt, maar desondanks wordt geëerd als een ster uit een soap van de Endemol-fabriek.

Nee, dan Michael Schumacher. Dat is een man. Hij heeft zoveel kwaliteit en uitstraling als coureur, dat een man die geen familie van hem is, zich heeft geprofileerd als zijn dubbelganger en daarmee tot woede van de echte Schumacher heel veel geld verdient. De man loopt de hele dag in hetzelfde rode racepak van renstal Ferrari als Schumacher. Hij vertoont zich waar hij kan, heeft een cd volgezongen en laat zich overal toejuichen als de pseudo-Schumi.

De sport waarin Schumacher zich sinds bijna tien jaar als een van de besten manifesteert, geniet een steeds groter wordende populariteit. Verdwaasd volgen massa's mensen Schumacher en de andere racers wanneer zij een paar uur lang hun raket op wielen over een afgesloten weg sturen. Dat het gedoe van de mannen tot weinig zinvols leidt, willen de aanhangers niet weten. Opwinding, ja, gebrul en ejaculaties op de huiskamerbank 's morgens in alle vroegte, als het geweld vanuit Australië het tv-scherm vult. Want het is toch een machtig gezicht als Schumacher zijn rivalen Hakkinen, Barrichello en Fisichella de zandbakken in drijft. Of als hij na een crash uit zijn uitgebrande auto stapt alsof hij het eeuwige leven heeft.

Voetbal is niet spannend meer, omdat voetballers bezwijken onder de spanning. Tennissers doen aan de verkeerde sport om mensen op te winden, boksers zijn criminelen in spe en schaatsers zijn net zo saai als Nederlanders. Dan maar autoracen. Mannen te zien die hun agressie afreageren door overal ter wereld in aerodynamische botsauto's te jakkeren, dat kan de mens afleiden van de saaie dingen van alledag. Het moet gezegd: de technische snufjes, de accuratesse en teamgeest van de monteurs, de stressbestendigheid en de fysieke conditie van de coureurs dwingen respect af.

Michael Schumacher zou in een andere sport ook een uitblinker kunnen zijn. Zonder hulpmotor kan hij ook een kampioen worden. Want hij is een Duitser, een doorzetter, een man die nooit opgeeft. Hij is een atleet en vooral een winnaar. Hij gaat voor niemand opzij. Zie zijn kaaklijn, de blik in zijn staalblauwe ogen en zijn overlevingsdrang. Wanneer hij dezer dagen mocht verongelukken, dan zal de massa bijna net zo treuren als bij de dood van het Braziliaanse godenkind Ayrton Senna. De kans is groot dat hij verrijst uit zijn as. Want een winnaar als hij wil het eeuwige leven. Schumacher (31) daagt zowel het leven uit als de dood. Hij is een man die durft.

    • Guus van Holland