Een Franz Biberkopf zonder enige diepgang

Natuurlijk, Alfred Döblin is de schrijver van de hectisch geschreven grote stadsroman Berlin Alexanderplatz (1929). De stad komt erin tot leven met zijn trams, verschoppelingen, revue en cabaret. Minstens zo fascinerend over het Berlijn van de jaren twintig zijn Döblins gebundelde toneelverhalen Ein Kerl muss eine Meinung haben. Oneerbiedig, satirisch – `salopp' zoals het zo fraai heet – kijkt hij naar het toneel van zijn tijd. Als een soort Franz Biberkopf, de hoofdpersoon uit Berlin Alexanderplatz, dwaalt theaterman Döblin hongerig langs de straten en achterafstraten van Berlijn op zoek naar de tragedie en het blijspel, de tingeltangels en cabaretcafés. ,,Lezers,'' schreef hij eens, ,,het is weer niets met de kunst. Ga toch naar bed of naar het circus.''

Voor Döblin was een te hoog `kunstgehalte' dodelijk. Ik moest aan zijn weerbarstige toneelbeschouwingen denken bij de openingsscène van de toneelvoorstelling Berlin Alexanderplatz door Het Vervolg uit Maastricht, in de bewerking en regie van Léon van de Sanden. Op het schemerduistere toneel komt Hans Trentelman als Biberkopf op; vierkante man, hoekige kop. Een brok ongedurige energie. Hij wordt begeleid door een engelachtig meisje in witte jurk, blond haar. Zij spreekt, als enige, met behulp van een zendmicrofoon. In verleidelijk-zacht Vlaams fluistert ze: ,,Kom verder, ga naar binnen, begin opnieuw en kijk niet om.'' Een zwarte wand gaat de hoogte in en Biberkopf betreedt een decor van verwrongen plaatstukken. Dit symbolistische begin tekent Van der Sandens regie van Berlin Alexanderplatz. De jonge vrouw (Nele van Rompaey) belichaamt Ida, Biberkopfs vrouw die hij in een driftaanval vermoordde. Daarom moest hij de lik in. Als een Euridyce neemt zij hem mee de onderwereld in.

Het is een grootse onderneming van Van der Sanden en zijn acteurs om Alexanderplatz op te voeren. De vraag is ook: waarom? Het boek is tweemaal verfilmd, in 1931 en `81. De laatste is van Fassbinder; beide films werden legendarisch. Fassbinder koos als kern melodrama vermengd met de uitbeelding van de vooroorlogse sociale onrust. Van der Sanden maakt van Biberkopf een willoze man die zijn eigen ondergang creëert. Maar ook een wrede egoïst, een ongericht projectiel dat niets en niemand rust en begrip schenkt. Hij is een anti-held met wie het moeilijk is compassie te voelen. Rondom hem steekt het nazisme de kop op; de kleuren van het decor veranderen in dreigend rood en zwart – en Biberkopf is slechts geïnteresseerd in het bier dat hij drinkt, de braadworst die hij vreet. Trentelman speelt de hoofdrol met de passende lompheid van een caféschuimer gevangen in het vagevuur: hel en hemel lokken allebei. Hij kan niet kiezen; destructie intrigeert hem evenveel als redding door de liefde. Uiteindelijk gaat hij ten ten onder, een karikaturale waanzinnige. Hier had de regie hem diepte moeten geven, dat je beseft dat deze voorstelling nu gespeeld moet worden. Dat gebeurt niet.

De lengte maakt steeds duidelijker dat Alexanderplatz een nadeel heeft, dat zich wreekt. Biberkopf ondergaat geen enkele dramatische ontwikkeling; het blok onverschilligheid dat hij aan het begin is, is hij aan het slot ook. Hierdoor kalft het stuk steeds meer af en verandert het dramatische in het drakerige. De schim van de dode Ida, als een engels des noodlots, spreekt de beschrijvende romanteksten uit. Dat hindert. Zij verklaart wat de toeschouwer ziet en ondergaat. Daarmee haalt de actrice veel spanning weg. Sterke handeling behoeft geen uitleg.

Dank zij de stuurloze Biberkopf krijgen enkele tegenspelers reliëf. Bas Keijzer als Reinhold toont in zijn seksuele aberraties de brute kracht van een seriemoordenaar; hij verkracht en doodt de nieuwe vriendin van Biberkopf. Die Biberkopf zelf moet er weerzinwekkend hard om lachen. Hans van Leipsig ontpopt zich als een sluikse nazi en Mieneke Bakker roept op bijna tedere manier zorg op om Biberkopf van zijn doodsdrift te redden. Zij speelt in enkele dubbelrollen telkens dezelfde soort vrouw, zij die wil beredderen en daarin faalt. Een rol van weedom, net zoals haar stem klinkt en haar trage gebaren zijn.

Het gezelschap heeft Berlin Alexanderplatz te grondig gemaakt, op de verkeerde manier te Duitsig. Ik miste werveling en vaart, Döblins eigen `salopp'. Bovendien had ik de immorele schaduwzijde van een karakter als Biberkopf meer uitgebeeld willen zien. De vorm bezit een zwaarte die inhoudelijk geen rechtvaardiging vindt.

Voorstelling: Berlin Alexanderplatz naar de gelijknamige roman van Alfred Döblin door Het Vervolg. Bewerking en regie: Léon van der Sanden; Decor: Herbert Janse; kostuums: Dorien de Jonge; spelers: Hans Trentelman, Mieneke Bakker, Bas Keijzer, Nele van Rompaey e.a. Gezien 1/4 Derlon Theater, Maastricht. Te zien t/m 29/4 aldaar. Inl. en res.: (043) 3507171.