Doe Maar wil de roem nu eindelijk `cashen'

Doe Maar, de populairste Nederlandstalige band ooit, begint deze week aan een comeback. De door tieners beleden cultus rond de popgroep liep begin jaren tachtig volledig uit de hand. Over talent voor tijdgeest en de kans op een nieuwe hype.

Wie het eerst over ophouden begon, zeiden ze later, wist niemand meer. Het was een kwestie van alle inspiratie voelen wegtrekken. Van angstzweet bij de gedachte aan weer optreden.

Op 13 februari 1984 kwam Doe Maar eigenlijk naar de Telstar-studio in Weert om een nieuwe plaat op te nemen. Dezelfde avond stonden Ernst Jansz, Henny Vrienten, Jan Hendriks en Jan Pijnenburg wat verbluft buiten. De populairste Nederlandstalige popgroep ooit, had zichzelf plotseling opgeheven. Wat doet een popster-in-Holland dan? Die haalt Chinees. Jacqui Hoes van Telstar: ,,En toen het eten op was, was alles afgelopen.''

Nooit meer wilden de bandleden terug naar de hysterie die ze in de jaren tachtig veroorzaakten. In de spaarzame interviews die Henny Vrienten en Ernst Jansz later gaven keert het woord integer nogal eens terug. Integer muziek maken, wilden ze. Integer met roem omgaan. En nog liever: Helemaal geen roem meer waar gillende meisjes bijhoren, maar erkenning van hun muziek. Dus Doe Maar kwam nooit meer terug. ,,Dat is iets waar ik een bescheiden trots over heb'', zegt Henny Vrienten in 1998 in De Groene Amsterdammer ,,Dat we het niet hebben uitgemolken.'' Hij vertelt dat een manager hun destijds een miljoen bood voor een gesponsord concert. ,,Waarop het hele bandje unaniem zei: `Ja zeg, we gaan een beetje staan spelen onder een reclamelogo!' ''

Zestien jaar later zit Doe Maar onder een logo van de sponsor (`Dutchtone') op een persconferentie. Het is 1 november 1999. Vier heren op leeftijd leggen uit dat ze een cd zullen opnemen en dat ze weer gaan optreden.

De eerste try-out is komende zaterdag in Enschede. De dag dat toegangskaartjes voor de inspeelconcerten werden verloot, meldden zich 20.000 mensen aan. In mei en juni volgen zestien optredens in Ahoy. Daarvoor zijn ruim 160.000 kaarten verkocht. Twee nieuwe singles worden gedraaid op de radio. Opwarmers voor de cd met nieuwe nummers, die Klaar heet.

Doe Maar leerde als geen ander hoe de roem te bespelen. Deze keer gaat het om een strak geregisseerde hype.

Toen ze een jaar voor hun opheffing een persstop afkondigden, merkte de band dat die de hysterie juist versterkte. Dat nu aan publiciteit opnieuw nauwelijks wordt meegewerkt – op een hand vol tv-optredens na zullen de bandleden de pers niet te woord staan – lijkt dus een slimme zet. Jacqui Hoes van Telstar, die het contract voor het nieuwe album misliep maar nog verzamel-cd's produceert: ,,Ik heb met hun manager doorgesproken hoe we de Doe Maar-koorts weer kunnen opbouwen. Er ligt een plan klaar voor de winkeliers, de concerten zijn de apotheose.''

De belangrijkste reden voor de comeback is volgens de bandleden dat ze ,,iets af wilden maken''. Nou ja, erkenden ze op de persconferentie, geld speelde ook een rol. Wie zou ze dat misgunnen? Als hippie werden ze volwassen in de jaren '70. Hun linksige liedjes (`Carrière maken, totdat de bom valt') tobden feilloos mee met de jaren '80. Doe Maar heeft de tijdgeest altijd goed aangevoeld (nu gaat hun nieuwe single, `Watje', over zinloos geweld). Dat ze nu de roem van toen eindelijk eens willen cashen, is dat niet helemaal jaren '90? Zelfs de journalisten applaudiseerden op hun persconferentie.

,,Doe Maar is nooit wars geweest van geld verdienen'', beaamt directeur Leon Ramakers van Mojo Concerts, die de optredens organiseert. ,,Maar het grote geld is destijds niet door de band verdiend. Dat ging naar de platenmaatschappij en de handelaren in de merchandise-troep.'' Manager Frank van der Meijden: ,,Dat het Ahoy moest zijn, was meteen duidelijk. Het clubcircuit had te weinig opgeleverd.'' Maar als de band tevoren had geweten dat het zóveel optredens zouden worden, zegt hij, dan hadden ze geen sponsor benaderd. ,,Ze hadden er eerst helemaal geen vertrouwen in. Ze waren bang dat ze bij een terugkeer naar het podium ontzettend voor lul zouden staan.'' Een avond in Paradiso vorig jaar veranderde dat. De ex-leden van Doe Maar zagen er hoe popgroep Bløf hun nummers speelde – en iedereen zong mee.

De vraag wie Doe Maar was, hebben de bandleden altijd behendig vermeden. Summier meldden ze soms wat details. Dat Ernst Janz drie jaar biochemie studeerde. Dat Henny Vrienten missionaris wilde worden, naar het seminarie ging en daar het braafste jongetje was. ,,Alles wat ik deed was een schreeuw om aandacht'', zei hij vorig jaar in De Morgen. Kennissen van de band lijken goed geïnstrueerd. ,,Integere jongens'', zeggen zij meestal, en ,,de rest is echt te privé.''

Dan maar een scène uit het leven van een popster: ,,Ophouden?!'', schreeuwde Jacqui Hoes in 1984. ,,Ik heb net dui-zen-den rozegroene condooms laten maken! Kunnen jullie niet doorspelen tot ik die heb verkocht?'' Muzikante Fay Lovsky vertelt de condoom-anekdote giechelend. Jacqui Hoes ontkent, althans dat het condooms waren. Het verhaal bevat hoe dan ook elementen die veel zeggen over wat Doe Maar was.

Jacqui Hoes is de dochter van Johnny Hoes, de enige die in 1979 voelde voor een platencontract voor Doe Maar. Nederlandstalige muziek was destijds not done in de hippe scene. Fay Lovsky: ,,Je had Rob de Nijs, dat was dus stom. En Boudewijn de Groot, die was dus sixties. En voor Corry en de Rekels zette je de radio uit.'' Maar Johnny Hoes vond het best, hij had het Nederlandse lied groot gemaakt, al waren dat tot dan toe vooral smartlappen. Na Doe Maar zou het niet meer truttig zijn om in het Nederlands te zingen.

Aanvankelijk had Doe Maar, voortkomend uit opeenvolgende hippie-bandjes waarvan CCC Inc. de bekendste was, verschillende bezettingen. Oor's Nederlandse popencyclopedie vermeldt de groep in 1979 nog in in één zinnetje. Tussen de bandjes `Jong Oranje' en `R.K. Veulpoepers'. Toen Henny Vrienten er in 1980 bij kwam, kwamen ook de hits. Zijn liefdesliedje `Sinds een dag of twee' was de eerste. `De Bom', geschreven door Ernst Jansz, werd met 250.000 verkochte singles de grootste.

Rozegroen waren de hoeskleuren van de lp waarmee Doe Maar doorbrak: `Skunk' uit 1981. De titel sloeg op ska (anarcho-hitmuziek) en punk (dito levenshouding). Maar roze en groen werden onbedoeld de kleuren waarmee kleine meisjesfans hun ogen opmaakten – waarna hun oudere broers en zussen, het 'serieuze' Doe Maar-publiek van het eerste uur, het lieten afweten. Een jaar voor de opheffing werd Doe Maar op het festival Pinkpop massaal door hen bekogeld met appels en tomaten. ,,Daar waren ze kapot van'', zegt Fay Lovsky, die toen in een achtergrondkoortje zong. ,,Ze hadden gehoopt eindelijk de hippe jongens om te krijgen en van de gillende meisje af te zijn.''

Op de drummer na bestond Doe Maar uit dertigers. De band zong al over een midlife-crisis, in `Is dit alles': `Ik zoek iets meer ik weet alleen niet waar'.

Meisjes op de eerste rij, meisjes in hun achtertuin, zakken vol fanmail van meisjes: Lieve Henny, ik hou ook veel van jou, was ik maar eens bij jou, maar jij bent drieëntwintig jaar ouder dan ik. Ik ben nog maar elf, schreef `Ingrid' aan Popfoto.

Condooms? Nee. Wel Doe Maar-zweetbandjes voor hoofd en polsen, t-shirts, de schoolagenda`s, servieswerk, buttons die met tienduizenden zijn verkocht – meestal zonder toestemming van de band. Frank van der Meijden werd bedreigd door louche types toen hij daarover rechtszaken begon. Griezelig werd het toen zaaleigenaren onverantwoord veel kaartjes konden slijten aan de kindermeute, waarop de samengeperste fans bij bosjes begonnen flauw te vallen.

,Whááááááh!'', roept Margery Lagendijk (29). Ja sorry hoor, zegt ze, ze laat zich ,,even gaan bij de gedachte Doe Maar nu voor het eerst in het echt te zien''. Zij mocht destijds niet van haar ouders naar de concerten. Dus kocht ze alle Popfoto's en beleed ze haar liefde voor `Ernst' (,,de romanticus`) en `Henny' (,,de stoere'') op het schoolplein. ,,Nu leef ik weer helemaal op als fan al vindt mijn man dat niks.''

De fans van toen vinden elkaar deze weken op Internet. Eind twintigers en dertigers, van wie velen nooit een Doe Maar-optreden bezochten omdat ze net te jong waren, maar wel alle platen kochten. Ze zoeken nu contact per e-mail en spreken af voor een IRL (`Ai-ar-el', een In Real Life-meeting). Twee van zulke Doe Maar-praatavonden zijn er al geweest. Jeroen Gulikers (24) leerde Doe maar kennen dankzij het `Kinderen voor Kinderen'-koor, dat een tegenlied produceerde naar aanleiding van de hit `De Bom' ('Laat maar vallen, want het komt er toch wel van, het geeft niet of je rent'). Jeroen: ,,Kinderen voor Kinderen zong dat ze bang werden van 'De Bom'. Maar dát lied was geschreven door Willem Wilmink. De meeste kinderen begrepen de Doe Maar-teksten helemaal niet.''

Dat zeggen ze nu allemaal. Fan Marco ten Thije (28): ,,Hadden ze dieper liggende gedachten over de maatschappij? Daar heb ik me nooit mee bezig gehouden. Toen niet en nu niet.'' Fan Berry Asselman (27): ,,Bij mijn ouders vond ik laatst de button die ik van `De Bom' had. En pas toen dacht ik: Verrek, dat had te maken met de Koude Oorlog.''

Uitgever Vic van de Reijt van Nijgh en Van Ditmar geeft binnenkort een bundel uit met de liedteksten van Henny Vrienten en Ernst Jansz. ,,Je zult zien; die teksten worden de komende concerten met een grote grijns door het publiek meegezongen. Nu hebben ze eindelijk de leeftijd en de ervaring die Henny en Ernst vroeger hadden. Nu snappen ze het.'' De bundel kwam tot stand met hulp van neerlandicus Hanz Mirck (29), die afstudeerde op de teksten van Doe Maar en daarvoor veel met Henny Vrienten en Ernst Jansz correspondeerde. ,,Het grootste misverstand'', zegt hij, ,,is dat hun liedjes niet geëngageerd zouden zijn.'' Dat Doe Maar wat dat betreft de huidige generatie twintigers representeert die met ze opgroeiden, daar wil Mirck al helemaal niet aan. ,,Toen Henny en Ernst merkten dat ze een grote invloed hadden op de jeugd, vonden ze dat ze daar juist iets mee moesten doen.'' Doe Maar ging zelfs aan zelfcensuur doen, zegt hij. Steeds minder liedjes gingen over seks en vrouwen. ,,En er zijn zinnen geschrapt die ze toch te grof vonden voor het jonge publiek. Ze hebben hele nummers afgekeurd. Zoals het liedje `Niets eigenwijs is mij vreemd', dat over het feminisme ging maar uiteindelijk toch te seksistisch werd gevonden.'' Was dat alleen verantwoordelijkheidsbesef? ,,Gemengd met pragmatisme'', beaamt Mirck.

Doe Maar was een moralistische band, vindt Mirck, die zijn teksten vergeleek met de zeventiende-eeuwse poëzie van Bredero. ,,Ze gebruikten een stijlmiddel dat Bredero ook hanteerde. Het is de moraal van de omgekeerde wereld. De teksten gaan vaak over een ik die de fout in gaat en daar iets van leert.''

Volgens de enige popprofessor van Nederland, René Boomkens van de Universiteit in Amsterdam, is Doe Maar de standaard geworden voor Nederlandstalige popmuziek. ,,Bands als De Dijk en Het Goede Doel hadden zonder Doe Maar niet bestaan. En ook het succes van de Nederlandstalige artiesten die nu heel vanzelfsprekend in de hitparade staan, is bij Doe Maar begonnen.'' Popjournalist Tom Engelshoven van Oor, die na de persconferentie ,,natuurlijk snel'' aan een Doe Maar-biografie is begonnen, wijt het succes van Doe Maar aan een 'typisch Nederlandse poldermix' van provincialisme en kosmopolitisme: ,,Dat Brabantse accent waarmee Henny Vrienten zong was te lullig voor woorden. Maar muzikaal raakten ze precies wat hip en trendsettend was.''

Inmiddels is Doe Maar eigenlijk een jaren tachtig-variant op `Ja Zuster Nee Zuster', vindt Engelshoven. ,,Iedereen die ermee opgroeide kan het meezingen. Hun lange afwezigheid maakte er een mythe van. De rest is jeugdnostalgie.''