De Sacre kan op de westerse en de Russische manier

Zowel het Koninklijk Concertgebouworkest als het Radio Filharmonisch Orkest speelden de afgelopen dagen Strawinsky's Le sacre du printemps, dat als balletmuziek bij Nijinski's choreografie in 1913 bij de Parijse wereldpremière hèt muziek- en theaterschandaal van de 20ste eeuw veroorzaakte en daarna in de concertzalen uitgroeide tot het populairste 20ste eeuwse orkestwerk. In Amsterdam werd het in 1924 geïntroduceerd door Pierre Monteux, de dirigent van de door de publieke reacties chaotisch verlopen wereldpremière.

Le sacre du printemps is de Russische versie van het rond het fin de siècle populaire thema `Tod und Verklärung', dat men onder andere vindt bij Strauss en dat de grondslag is van heel het oeuvre van Mahler. Aan het slot van diens Das Lied von der Erde wordt de lente ook met zoveel woorden in verband gebracht met de eeuwige cylus van dood en leven. Het tweedelige ballet-verhaal over een heidens Russisch ritueel, waarbij een meisje wordt uitgekozen en geofferd om een nieuwe lente mogelijk te maken, raakte tijdens de opmars van de Sacre in de concertzaal geheel op de achtergrond. Niettemin bleef de muziek ook na Vaslav Nijinski een uitdaging voor choreografen, in ons land voor Hans van Manen, Ed Wubbe en – onlangs nog bij het Nationale Ballet – voor Wayne Eagling. En tijdens de voorstelling Zingaro in de Amsterdamse Westergasfabriek dansen zelfs paarden op de muziek van de Sacre.

In Amsterdam klonk nu een `Amerikaanse' Sacre, gedirigeerd door Michel Tilson Thomas, die in 1982 met het Concertgebouworkest tijdens het Holland Festival in Carré een nog altijd legendarische Strawinsky-avond begeleidde: het `opera-oratorium' Oedipus Rex en het ballet Le sacre du printemps, gedanst in de choreografie van Pina Bausch. In Utrecht klonk een `Russische' Sacre, geleid door Alexander Lazarjev, de voormalige chef-dirigent en artistiek leider van het Moskouse Bolsjoi Theater. Beide – opvallend van elkaar verschillende – opvattingen over Le sacre du printemps zijn de komende dagen te beluisteren via Radio 4.

Tilson Thomas' muzikale uitvoering in 1982 was zo mogelijk nog opzienbarender dan de op stuivend turfmolm gedanste Bausch-choreografie, en staat mij sterk bij als een toonbeeld van Russische `primitiviteit' en `authenticiteit' met ongekende spanning, dramatiek en expressiviteit, vooral in de extreem ruig en rauw geblazen fagotpartij van Brian Pollard. Nu was dat allemaal anders: deze Sacre was een conventionele en abstraherende `westerse' uitvoering, gericht op esthetiek en spektakel, door fagotttist Gustavo Nunez en het orkest fantastisch gespeeld in een wat hoog tempo, elk deel besloten met een spetterende finale.

Lazarjev vertelde met zijn Sacre een duidelijk gedetailleerd en schokkend verhaal dat vanuit een ver verleden en vanuit de natuur kwam. Dat duidde hij aan het begin al aan door ostentatief terzijde te kijken, zich te laten verrassen door de eerste fagotnoten en vervolgens pas de rest te dirigeren, met hoogstpersoonlijke accenten. Deze Sacre, door het Radio Filharmonisch orkest met volle overgave gespeeld, was langzamer, primairder, feller, mysterieuzer, onthutsender, demonischer, dreigender en angstaanjagender dan die van Tilson Thomas. Maar in veel van die karakteristieken werd Lazarjev in 1996 nog overtroffen door Valery Gergjev bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Zijn Sacre was nog meer een oer-ritueel, nog heviger en ontzagwekkender.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Michael Tilson Thomas. Radio 4: 9/4 14 uur (opname 1/4).

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Alexander Lazarjev. Radio 4: 4/4 20 uur.