Concerto funèbre

,, `Ich sitze und schaue aus auf alle Plage der Welt'. Zo begon Hartmann in 1937 zijn Eerste Symfonie voor altstem en orkest. Twee jaar later schreef hij zijn Concerto funèbre voor viool en strijkorkest, waarin hij refelecteert op de inval van de Duitsers in Polen in 1939. Het is muziek van een grote, diepe treurigheid. Een requiem, een noodkreet. Hartmann was in de ban, zijn muziek mocht tijdens Hitler niet worden uitgevoerd. Na de oorlog richtte Hartmann `Musica Viva' op, een concert-serie waarin alle `entartete Musik' alsnog werd uitgevoerd.''

De Duitse violist Rainer Kussmaul (53), de jongere broer van altviolist Jürgen Kussmaul, speelt als solist bij voorkeur muziek van componisten als Berg, Schönberg, Reger, Hindemith en Sjostakowitsj. Daarnaast is hij oprichter en artistiek leider van de Berliner Barocksolisten. In de jaren negentig was Kussmaul concertmeester van de Berliner Philharmoniker, en van 1968 tot 1997 leidde hij het Stuttgarter Klaviertrio. Met het Schönberg Ensemble voerde hij het Vioolconcert van Reger uit, maar met Nieuw Sinfonietta Amsterdam trad Kussmaul nog niet eerder op. Zijn uitvoering van Hartmanns Concerto funèbre maakt deel uit van Nieuw Sinfonietta's Grote Strijkersserie.

,,Tegenwoordig is Hartmann in Duitsland een zeer gewaardeerde componist. Ik heb zijn Concerto funèbre al zeker acht keer gespeeld, en elke keer raak ik dieper onder de indruk. Wat betreft expressiviteit, warmte en innigheid laat Hartmanns Concerto funèbre zich eigenlijk alleen maar vergelijken met het Vioolconcert van Alban Berg. De techniek die Hartmann gebruikt doet soms denken aan de jonge Sjostakovitsj. Vooral in de demonische passages van het Allegro. Maar Hartmann kan Sjostakovitsj onmogelijk hebben gekend. Ondanks de troosteloze ondertoon is zijn muziek vol liefde. De diepgang van Hartmanns Concerto Funèbre is ongeëvenaard in de twintigste eeuw.

,,Ik heb nog nooit zo intensief aan een concert kunnen werken als hier met Nieuw Sinfonietta Amsterdam. Dirigent Gérard Korsten is van huis uit ook violist, we zitten erg op een lijn. Wanneer ik suggesties doe voor een bepaalde frase van het orkest, pakt Korster dat onmiddellijk op. Ik kan hier dingen uitproberen, waarvoor bij grote orkesten bijna nooit animo bestaat. Zo spelen we de staccato's in het Allegro, dat `tiedala tá tá tá tá`, allemaal afstreek. Zulke details geven een geweldig effect.

,,Dankzij de inzet van Nieuw Sinfonietta kom ik dicht in de buurt van mijn ideaal . Het belangrijkste aan een interpretatie vind ik de transparantie, maar het moet wel doorzichtigheid met een kern en een rijkdom aan kleuren zijn. Hetzelfde geldt voor mijn toon. Ik houd niet van jengelelende vibrato's, maar mijn toon moet wél leven. Deze muziek vraagt om verinnerlijking, epateren is niet aan de orde. De vier delen van het Concerto Funèbre lopen in elkaar over. Het openingskoraal begint `sotto voce' en drukt net als het Adagio onzekerheid uit, een voorgevoel van de catastrofe. Met een schrille, hoge noot, breekt de chaos los. Na het wilde Allegro volgt in de slotkoraal een soort verlossing, alsof er een engelenstem boven de muziek zweeft.''

Concerten: 3/4 Concertgebouw Amsterdam; 6/4 Ogterop Meppel; 7/4 Lampegiet Veenendaal; 9/4 Stadsgehoorzaal Leiden. Radio 4: 5/5 20.00 uur.

    • Wenneke Savenije