Bluf en hebzucht

DE BEURSGANG VAN World Online had de glorieuze introductie van Nederland in het tijdperk van de nieuwe economie moeten worden. Het was de eerste notering van een Internet-bedrijf op de Amsterdamse effectenbeurs AEX, de polderversie van de dot.com-hype, de sensatie dat Nederland definitief de weg van de wervelende rijkdomschepping van het Internet-tijdperk zou binnentreden. Twee weken later is de beursgang uitgedraaid op een drama, een afgang en een schandaal. Met in de hoofdrol van de soap: World Online-oprichtster Nina Brink.

De voorpret was groot. Een ongekende mediacampagne begeleidde de beursgang. De verwachtingen waren hooggespannen, de emissie overtekend en de banken achtten het verantwoord World Online (WOL) voor 43 euro per aandeel naar de beurs te brengen. Vervolgens bleef de koersexplosie uit. Na onthullingen van de afgelopen dagen is het aandeel WOL nog slechts de helft van de introductieprijs waard. Voor de particuliere beleggers, onder wie abonnees van WOL die gelokt waren met een voorkeursrecht op intekening, en personeelsleden die met een rentevrije lening aandelen in hun eigen bedrijf konden kopen, is dat een lelijke financiële klap.

HOE KON DEZE beursgang zo snel omslaan in een afgang? Dat heeft deels te maken met de overspannen verwachtingen van beleggers over Internet-aandelen en de kentering van het beursklimaat voor hightech-bedrijven. Niet alle Internet-gerelateerde bedrijven zijn een spectaculair succes. Maar er is meer aan de hand. Bij WOL lijkt het een kwestie van bluf en hebzucht te zijn.

Nina Brink verkocht tussen Kerstmis en Nieuwjaar tweederde van haar aandelen in haar bedrijf voor een prijs van 6,77 euro, zoals ze vandaag bekend liet maken. Dat was vér onder de uitgiftekoers minder dan drie maanden later. Brinks argument – ze was niet zeker of de beursgang zou doorgaan en ze wilde de financiële toekomst van haar familie veilig stellen – is niet overtuigend. Los daarvan: bij de beursgang werden de gegevens over deze verkoop weggestopt in versluierend woordgebruik en vermeld als transfer, overdracht. In feite was het gewoon verkoop. Ondanks aandringen weigerde Brink openheid van zaken te geven. Bovendien behield één van de drie partijen waaraan ze haar pakket had verkocht, het recht om dat onmiddellijk door te verkopen. De gebruikelijke periode van zes maanden waarin eigenaren bij een beursgang aandelen vasthouden, was niet verplicht gesteld.

Juridisch was het allemaal waterdicht. Maar de twee banken die WOL naar de beurs hebben gebracht, ABN Amro en Goldman Sachs, en de Amsterdamse effectenbeurs AEX hebben genoegen genomen met twijfelachtige informatie aan het publiek. Dat valt ze aan te rekenen. Als World Online naar Nasdaq, de Amerikaanse schermbeurs waar hightech-aandelen worden verhandeld, was gegaan, waren de verplichtingen voor informatievoorziening strenger geweest. Daar had dit debacle zich niet voorgedaan.

DE REKENING KAN nu worden opgemaakt. De reputatie van de Amsterdamse beurs heeft een klap opgelopen. AEX-directeur Möller heeft inmiddels erkend dat de informatie `wollig' is geweest en hij overweegt herziening van de regels voor hightech-bedrijven die naar de beurs gaan. ABN Amro evalueert de kwestie, maar houdt zich vooralsnog stil. Beleggers hebben ontdekt dat hebzucht niet altijd goed is. De faam van Nina Brink als succesvolle ondernemer is beschadigd. Haar toekomst ligt in handen van de grote aandeelhouders van World Online en ze heeft de Internet-economie in Nederland een slechte dienst bewezen.