Beledigende passages in werk Steiner

Het verzameld werk van Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, bevat 16 zeer discriminerende passages. Nog 67 uitspraken van Steiner zijn niet discriminerend, maar kunnen wel zo worden ervaren.

Dat staat in het eindrapport van de Commissie `Antroposofie en het vraagstuk van de rassen' die in opdracht van de Antroposofische Vereniging het werk van Steiner (1861-1925) heeft bestudeerd. De commissie heeft het 89.000 pagina's tellende verzameld werk van Steiner onderzocht en daaruit 245 relevante citaten onderzocht. De citaten hebben betrekking op zwarten, indianen, joden, blanken en Aziaten.

Zestien van die citaten zijn volgens de commissie zeer beledigend of ernstig discriminerend. Die laatste kwalificatie geldt bijvoorbeeld voor de passage waarin Steiner opmerkt dat blanke, zwangere vrouwen die de Negerhut van Oom Tom lezen, het gevaar lopen mulattenkinderen te krijgen. Een hedendaags auteur die hetzelfde zou verkondigen, zou zich volgens de commissie ,,volgens thans geldende wettelijke bepalingen'' schuldig maken aan een strafbaar feit.

Zevenenzestig andere citaten zijn volgens de commissie ,,anno 2000 niet discriminerend'', maar kunnen zonder interpretatie misverstanden oproepen en als beledigend worden ervaren. De commissie haalt de passage aan waarin Steiner opmerkt dat negers óók mensen zijn. Naar huidige maatstaven is deze uitspraak beledigend, schrijft de commissie. ,,Maar aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw was het echter geen vanzelfsprekende zaak dat niet-Europese volken en rassen tot dezelfde menselijke soort werden gerekend als Europeanen.'' En in dát licht bezien, krijgt de uitspraak volgens de commissie juist een emancipatoire betekenis.

Nationalistisch, racistisch en antisemitisch is Steiner niet, stelt de commissie. Steiner zou het antisemitisme aan het eind van de negentiende eeuw hebben onderschat, omstreeks 1900 herzag hij zijn oordeel en verzette hij zich juist tegen het antisemitisme. Voorzitter Th. van Baarda stelt voor om alle betreffende passages in de `Gesamtausgabe' te voorzien van annotaties.

Antroposofen die het gedachtegoed van Steiner tot hun eigen standpunt maken, dienen zich er volgens de commissie van bewust te zijn dat bepaalde onderdelen van de leer ,,emotioneel beladen'' zijn en een ,,discriminerende werking'' hebben.