Aznavour schrijft musical `Lautrec'

Charles Aznavour schreef over leven en werk van de kunstenaar Henri de Toulouse-Lautrec een musical, die donderdag in première gaat in Londen.

Charles Aznavour heeft voor het eerst van zijn leven een musical geschreven. Zijn opdrachtgever was een Engelse theaterproducent die hem een jaar of vijf geleden voorstelde een musical te maken over de Moulin Rouge als middelpunt van het schilderachtige Parijs in het negentiende-eeuwse fin de siècle. Al snel kwamen ze echter samen tot de conclusie dat een musical beter over een personage kan gaan. De keuze voor Henri de Toulouse-Lautrec (1864-1901), die in 1890 zijn eerste roem verwierf met zijn affiche voor de pas geopende Moulin Rouge, lag toen voor de hand.

Lautrec gaat donderdagavond in première in het Shaftesbury Theatre in Londen en blijft daar tot half juli staan. Zo'n einddatum is ongebruikelijk in Engeland, waar een voorstelling wordt doorgespeeld zo lang er voldoende publiek komt. In dit geval was echter al afgesproken dat de Victoriaanse schouwburg vanaf komend najaar onderdak biedt aan een andere show, een musical over Napoleon. Bij gebleken succes moet voor de voortzetting van Lautrec dan ook een ander theater worden gevonden. Maar zo ver is het nog lang niet, want eerst zal moeten blijken of het publiek toestroomt. En de concurrentie is groot: in Londen worden elke avond ook nog vijftien andere musicals gespeeld.

Toulouse-Lautrec doet zich in deze musical voor als een charmeur en bovenal een plaaggeest, die een lange neus trekt naar de adelijke familie waaruit hij afkomstig was. Voortdurend duiken in de voorstelling de gedaanten op van zijn ouders en ooms en tantes, stilzwijgend bijgevallen door twee grootmoeders in rolstoelen. Allemaal zijn ze zeer verontrust over de wijze waarop Henri, die nota bene de titel comte draagt, zich wentelt in de bohème van Montmartre – in de Engelse uitspraak blijkt Montmartre vlekkeloos te rijmen op heart.

Maar Lautrec trekt zich er niets van aan; hij zuipt en feest, en hij zit als een razende te tekenen wat zich voor zijn ogen afspeelt in het kleurrijke cabaret Le Mirliton: de opzwepende revue-dans van La Goulue en Jane Avril, de uitdagende brutaliteiten van de dichter-zanger Aristide Bruant (met rode sjaal en zwarte cape, precies zoals op een beroemd Lautrec-affiche) en de verhitte koppen van de burgerheren die zich gulzig aan deze Publikumsbeschimpfung kwamen laven. Henri is deelnemer en observator tegelijk; soms zit hij terzijde op een piepklein krukje, soms slaat hij aan zijn vaste tafeltje de ene na de andere Pernod achterover en af en toe loopt hij hinkend mee in de polonaise.

De titelrol in Lautrec wordt gespeeld door de onbekende Engelse acteur Sévan Stephan, die net als Aznavour van Armeense afkomst blijkt te zijn. Hij is zo te zien niet veel langer dan anderhalve meter – een evenbeeld van de manke en onvolgroeide Toulouse-Lautrec, met een bolhoed op en een steeds sjofeler wordende pandjesjas aan. Het drama moet verder vooral komen van de vraag of de fraaie Suzanne Valadon al of niet haar liaison met dit kreupele kereltje zal voortzetten. Ook 's mans drankgebruik en zijn daaruit voortvloeiende verblijf in een kliniek komen in het voorbijgaan nog even aan de orde, maar niet dat hij ook aan syfilis leed.

Voor de nu 75-jarige Charles Aznavour was het schrijven van een musical een geheel nieuwe ervaring, al was het maar omdat het musical-genre in Frankrijk goeddeels onbekend is. ,,Maar ik vind het geweldig dat hij op zijn leeftijd nog zo graag nieuwe dingen wil leren,'' zegt Dee Shipman, die de Engelse zangteksten schreef op basis van de Franse teksten van Aznavour. ,,Wat hij nooit eerder had meegemaakt, was dat een musical bij uitstek teamwork is – je kunt je niet opsluiten, er moet continu contact zijn tussen de componist, de tekstdichter en de auteur van de dialogen. En ook is de functie van songs in een musical heel anders dan die van een los chanson. Charles is iemand die in een liedtekst graag een afgerond verhaaltje vertelt, en dat kan in een musical volstrekt niet – elk nummer staat in dienst van de plot en moet dus steeds iets te raden overlaten.''

Aznavour schreef voor Lautrec niet minder dan 18 melodieuze liedjes, waaronder een vitale can can, een scherpgesneden tango, een weemoedig walsje, een teer chanson van een moeder die ernaar verlangt in haar zoon `the child inside the man' te blijven zien, een sierlijk duetje van twee gelieven over hoe ze elkaar straks in bed zullen beminnen, en een hitsig drinklied dat in de finale door de stamgasten van Le Mirliton wordt herhaald als Toulouse-Lautrec zonder veel theatrale omhaal gestorven blijkt te zijn. Nieuwe klassiekers zitten er op het eerste gehoor niet tussen, maar makkelijk aansprekende deuntjes zijn het wel. In de bedachtzamere nummers is het af en toe alsof Aznavour er zelf doorheen klinkt – zo herkenbaar is zijn muzikale idioom. Eén melodietje neemt nog net op tijd een wending voordat La Mama tevoorschijn dreigt te komen.

Of deze musical een succes wordt, laat zich – op basis van de inspeelvoorstelling die ik vorige week zag – niet voorspellen. In een kraampje in de foyer staan in elk geval lonkend de flessen rode Bordeaux van Château Malromé klaar, het landgoed waar het geslacht Toulouse-Lautrec woonde en waar het zwarte schaap van de familie bijkwam van zijn verblijf in de kliniek. Op het etiket staat zijn affiche voor Aristide Bruant. Op het toneel is zijn trefzekere tekenstijl slechts terug te vinden in de aankleding; in één scène zijn de kostuums zelfs maar half ingekleurd, zoals in sommige van zijn schetsen. Verder blijft zijn werk buiten beeld; het heeft plaatsgemaakt voor zijn leven, dat voor Charles Aznavour al schilderachtig genoeg was.

Lautrec, Shaftesbury Theatre, Londen, inl. (0044) 2073795815.

    • Henk van Gelder