Zacht beieren de bruidsklokken

Aflevering 2: waarin Miranda tobt over haar huwelijk en de vaste 'gekke dame' langskomt.

Er hangt liefde in de lucht boven de drogisterij-afdeling. Vanachter een schap klinkt opgewonden gefluister: 'Heb jij roesjes aan je bruidsjapon dan?' en 'Straks is mijn Barry mijn man', gevolgd door zacht gegiechel. Medewerksters Miranda van der Ven (24) en Venora van der Ley (26) herschikken gehurkt en met blosjes op de wangen het schap met Frans Bauer-parfums en condooms. De mooiste dag van hun leven nadert met rasse schreden en is veelvuldig onderwerp van gesprek. 'Wij begrijpen van elkaar hoe het voelt en het is zo fijn samen een beetje te dagdromen over de huwelijksceremonie.'

Bezien door zo'n roze bril biedt zelfs een supermarkt daar alle inspiratie toe. De muzak op de achtergrond, het hoge plafond met zijn gewelven van koel- en luchtbuizen, de holle klanken in de nog nagenoeg lege supermarkt en het brede winkelpad dat naar een altaar van lipstick en oogschaduw leidt; op deze vroege dinsdagochtend heeft de drogisterij-afdeling bijna iets sacraals. Alleen de bruidsklokken ontbreken nog. 'Maar die fantaseren we er gewoon bij', glimlacht Miranda.

Een jaar staat ze nu achter de counter van de drogisterij-afdeling. Ze begon zeven jaar geleden als caissière, daarna volgde een kort intermezzo als bediende in het ter ziele gegane supermarktrestaurant. Aan kroketten op een supermarktbordje bleek geen behoefte en ze moesten wijken voor succesvollere Big Macs en Happy Meals.

Miranda komt nooit bij de inpandige MacDonalds, daarvoor ligt de teloorgang van 'ons restaurantje' haar nog te vers in het geheugen. Maar spijt van haar gedwongen overstap naar de drogisterij heeft ze niet. 'Toen ik achter de kassa zat, mijmerde ik er al over eens op deze afdeling te staan.' Hier mag, ja moét ze zelfs verder leren. Om alle pillen en poeders uit elkaar te kunnen houden, is een avondcursus 'drogisterij medewerker' verplicht.

'Dat legt toch een druk op je', zegt Miranda. 'Wie het niet haalt, verdwijnt naar een andere afdeling. Er k£nnen dus slachtoffers vallen.' Een frons kruipt over haar voorhoofd. 'En dan zit je nog met de haarkleuring in je maag. Daar is weer een aparte cursus voor.'

Het zijn kleine zorgen vergeleken met het kiezen van ringen en het passen van de trouwjurk. Een bruiloft in augustus lijkt ver weg, maar de voorbereiding is geen sinecure. Collega Venora, die in juni haar jawoord zal geven, is inmiddels expert en voedt Miranda dagelijks met adviezen, want 'je zal er maar staan en de uitnodigingen zijn vergeten'.

'Die steuntjes in de rug heb je echt even nodig in deze spannende tijden', verzekert Miranda. 'Het is toch niet niks, het huwelijksbootje, zelfs niet na zes jaar verkering.' Venora beaamt de overpeinzing zuchtend.

Het is inmiddels tegen elven en het geroezemoes in de gangpaden zwelt aan. Onder toeziend oog van de bedrijfsleider die vanaf zijn centrale glazen kansel tevreden toekijkt, stroomt de winkel vol met keuvelende klanten. Net als bij een bruiloft wordt niets aan het toeval overgelaten en verloopt alles volgens een strak schema. Medewerkers klokken op vastgestelde tijden in en uit voor koffiepauzes en lunch. Ze dragen allemaal de '10 Gouden Spelregels' op zak: een kaartje met daarop het draaiboek dat elke dag tot een goed geolied win kelfeest moet maken. Regel één: 'Ik begroet elke klant vriendelijk en kijk hem of haar aan.' Regel twee: 'Ik geef iedere klant het gevoel dat hij of zij gelijk heeft.'

Een vrouw met kinderlijke, rode lipstick-lippen, een bevlekte, roze broek en schuin geknipt haar schuifelt de drogisterijpaden op. Het is inmiddels twintig over twaalf en Miranda slikt de laatste koffie van haar haastige pauze nog weg. De vrouw grimast en wuift met een blik van herkenning. 'Aardig blijven, niet in discussie gaan', dreunt Miranda zachtjes op en ze lacht vriendelijk terug. Het is de vaste 'gekke dame' die bijna dagelijks haarverf en een bevestiging van haar bestaan komt kopen. Het is de tol die elke supermarktfulltimer betaalt, de prijs der herkenning, of zoals Miranda zegt: 'Voor mij is het een kwartiertje jaknikken, voor haar het hoogtepunt van elke dag.'

'Zo Miran, lekker bijgeknuffeld met je marinier? Wanneer moet hij weer een tijd van huis weg?', galmt het plots over de afdeling. Peter Verbaan van de traiterie-afdeling klost luidruchtig richting de toonbank en de gekke dame duikt als een schuwe kat weg achter een display met shampoo. 'Kijk nou wat je doet', bijt Miranda hem toe.

'Zeg Miran, vergeet je niet dat we zaterdag het Blueband-Unoxfeest hebben?', bast Peter onverstoorbaar verder en Miranda's gezicht klaart op. Dit jaarlijkse evenement voor supermarktmedewerkers uit het hele land is ditmaal in het Arnhemse Gelredome, een 'uithoek', volgens Miranda. 'We gaan er in een grote bus naartoe, dat is allemaal geregeld, meisje', weet Peter. 'Wat dacht jij dan? In koetsjes zeker?'

Volgende keer in Zeep:

hoe Peter zich uitleeft op het Blueband-Unoxfeest voor supermarktpersoneel.