WIJSVINGERS VAN LESBIENNES ZIJN KORTER DAN HUN RINGVINGERS

Lesbiennes zijn in de baarmoeder blootgesteld aan een hoge dosis mannelijke geslachtshormonen. Dat concluderen psychologen en endocrinologen van de universiteit van California in Berkeley (onder leiding van S.Marc Breedlove) op grond van vingerlengtemetingen bij 720 volwassen mannen en vrouwen die een braderie in San Francisco bezochten. In ruil voor een kraslot lieten die mensen hun linker- en rechterhand fotokopiëren, beantwoordden vragen over hun seksuele geaardheid en over hun aantallen broers en zussen. (Nature, 30 maart)

Meting van de lengteverhouding tussen ring- en wijsvingers van de rechterhand wees uit dat heteroseksuele vrouwen doorgaans ongeveer even lange ringvingers als wijsvingers hebben. Heteromannen hebben meestal een iets langere ringvinger dan wijsvinger en zo is het ook bij homoseksuele mannen en vrouwen.

De vingerlengte wordt al in de baarmoeder vastgelegd, is de gangbare theorie. En de lengteverschillen staan onder invloed van de hoeveelheid geslachtshormoon waaraan de foetus is blootgesteld. Relatief veel androgene (mannelijke) geslachtshormonen (die ook in vrouwen voorkomen) leiden tot relatief korte wijsvingers en ook tot de geboorte van mannelijke nakomelingen.

Uitgaande van die kennis wilden de Californische onderzoekers weten of ook seksuele geaardheid misschien al in de baarmoeder tot stand komt. Dit lijkt voor lesbiennes op te gaan. Zij hebben gemiddeld genomen mannelijke vingerlengten. Voor homoseksuele mannen hanteren de onderzoekers een andere redenering. Die zouden niet vrouwelijker zijn, maar juist extra mannelijk. En inderdaad: homoseksuele mannen behoren tot de mensen met de kleinste verhouding tussen wijs- en ringvinger, hoewel er statistisch geen verschil is met heteroseksuele mannen.

De onderzoekers gingen na hoe vaak mannelijke homoseksuelen meerdere oudere broers hebben. Dat is een aanwijzing voor hoge androgeenblootstelling in de baarmoeder. De homoseksuele mannen hadden vaker dan toevallig meerdere oudere broers; bij homoseksuele vrouwen deed de samenstelling van het gezin van herkomst er niet toe. Homoseksuele mannen die het oudste kind waren hebben vingerverhoudingen gelijk aan die van heteroseksuele mannen, maar homoseksuele mannen met meerdere oudere broers de kleinste wijs-ringvinger verhoudingen, wat duidt op flinke androgenenblootstelling in de baarmoeder. Een deel van de homoseksuele mannen is dus wellicht overmasculien, schrijven de onderzoekers en voeren ter ondersteuning van die theorie aan dat homoseksuele mannen vaak veel sekscontacten hebben en dat hun genitaliën groter en secundaire geslachtskenmerken duidelijker zijn.

De invloed van androgenen voor de geboorte krijgt tegenwoordig vaker aandacht. Een forse middelomvang bij een vrouw wordt veroorzaakt door relatief veel androgenen. Zo'n lichaamspostuur gaat samen met een grotere kans om een zoon te baren. Vrouwen met zo'n grote middel-heup-verhouding krijgen kinderen met een lage verhouding tussen lengten van wijs- en ringvinger. Daar zijn zelfs antropologische beschouwingen aan gekoppeld: in samenlevingen waar hoge prijs wordt gesteld op zonen zou een voorkeur bestaan voor `buisvormige' vrouwen, dus voor vrouwen met middel- en heupomvang die ongeveer gelijk is (Nature, 20 mei 1999).