Werk voor asielzoekers is een goed initiatief

De sociale partners bepleiten om asielzoekers de mogelijkheid te bieden een half jaar onafgebroken arbeid te verrichten. Hiermee bouwen zij voort op een initiatief van het kabinet, dat maximaal twaalf weken onafgebroken werk toestaat binnen een periode van 39 weken. Beide initiatieven getuigen van realiteitszin, humaniteit en daadkracht. Het is jammer dat het pleidooi van sociale partners en kabinet telkens weer raakt ondergesneeuwd door discussies over mensenhandel, immigratiebeleid, het bestaande arbeidsreservoir in Nederland, het recht op een werkloosheidsuitkering, de beroepsprocedures en het opvangprobleem van asielzoekers.

In Nederland is een grote groep asielzoekers tot nietsdoen gedwongen. Een groot deel van deze groep zou zich graag nuttig maken door te werken. Het initiatief om hun de mogelijkheid daartoe te geven, is in de eerste plaats realistisch. Enerzijds omdat een groot deel van de populatie gekwalificeerd en zeer gemotiveerd is om te werken. Anderzijds omdat het asielzoekers betreft die een gerede kans hebben om in Nederland te mogen blijven; zonder Dublin-claim (via een ander Europees land Nederland binnenkomen) of uitzettingsbevel en langer dan zes maanden in een asielzoekerscentrum (AZC) verblijvend.

In de tweede plaats getuigt het laten werken van asielzoekers van humaniteit. De mogelijkheid om te werken biedt veel asielzoekers de gelegenheid om de dagelijkse sleur van afwachten en niets doen in een AZC te doorbreken en versterkt hun eigenwaarde. Het initiatief kan in de derde plaats daadkrachtig worden genoemd. De afgelopen jaren is in Nederland uitvoerig gedebatteerd over het asielbeleid. Het initiatief van werkgevers en werknemers geeft de discussie een breder maatschappelijk draagvlak en legt het primaat niet langer bij de politiek. Een breed draagvlak zorgt voor meer inzicht in de vluchtelingenproblematiek en rekent af met oneigenlijke argumenten en clichés, die regelmatig in de discussie de boventoon voeren.

Zo wordt betoogd dat Nederland een enorm reservoir aan arbeidskrachten heeft, dat onvoldoende wordt aangeboord en daarom eerst moet worden benut. Deze redenering gaat voorbij aan alle inspanningen die reeds in dit reservoir worden gestoken. We moeten aandacht hebben voor alle potentiële doelgroepen op de arbeidsmarkt. Het blijkt dat asielzoekers en vluchtelingen op diverse niveaus inzetbaar zijn: in de land- en tuinbouw, in productiebedrijven, maar ook in technische beroepen en de ICT.

Ook wordt beweerd dat het laten werken van asielzoekers de kans op uitzetting verkleint. Deze bewering vertroebelt niet alleen de discussie, maar is ook feitelijk onjuist. Het hebben van werk heeft namelijk geen invloed op het verloop van de asielprocedure. De asielaanvraag wordt getoetst aan het Vluchtelingenverdrag van Genève. Of iemand werkt is voor deze aanvraag niet relevant. De stelling dat het laten werken van asielzoekers een aanzuigende werking heeft en mensenhandel stimuleert, is speculatief en geeft geen blijk van inzicht in de situatie in andere Europese landen. Zo mogen in bijvoorbeeld Spanje, Engeland, Zweden, Duitsland, Finland, België en Zwitserland asielzoekers ook werken. Wat dat betreft is Nederland met dit idee geen eenzame koploper, integendeel. Ook ontstaat geen recht op WW omdat in de voorstellen van kabinet en sociale partners de duur van de te verrichten betaalde arbeid gelimiteerd is.

De afgelopen decennia zijn er in de wereld miljoenen vluchtelingen bijgekomen, van wie een relatief klein deel wordt opgevangen in Europa. Het vluchtelingenprobleem zal onderwerp van discussie blijven en gaat iedereen aan. Het is te elitair om initiatieven van sociale partners en het kabinet om asielzoekers onder bepaalde condities toe te staan om te werken, af te doen als opportunistisch, contraproductief voor het oplossen van het asielvraagstuk en frustrerend voor het verminderen van de bestaande arbeidsreserve. Hiermee wordt voorbij gegaan aan de vele abstractieniveaus van de problematiek. Het is derhalve realistisch, humaan en daadkrachtig om hen op zoveel mogelijk manieren in de maatschappij te laten integreren, bijvoorbeeld via het doen verrichten van arbeid.

Drs. M.M. Smit en drs. J.W. Jonkergouw zijn werkzaam bij Tempo-Team Accent. Dit gespecialiseerde onderdeel van Tempo-Team bemiddelt vluchtelingen en asielzoekers naar een (tijdelijke) baan en adviseert bedrijven en instellingen op het gebied van intercultureel management.