Wat meisjes willen

Meisjes, doe het niet. Begin er niet aan. Het loopt alleen maar op een teleurstelling uit. Je krijgt er spijt van. Het is natuurlijk spannend, zo'n nieuwe levensfase, waarin je je kunt gaan verdiepen in een ander en in hoe je zelf in elkaar zit. Ontdekken hoe een relatie tussen mensen zich ontwikkelt. Inzicht krijgen in hoe frustraties ontstaan. Leert begrijpen hoe positieve gevoelens kunnen omslaan in negatieve. Maar op den duur valt het tegen. Het brengt niet wat je hoopt te vinden. En dan zijn er mooie jaren voorbij. Gemiddeld vier, maar het nieuwste is een uitloop naar tien jaar. En dan, ja wat dan? Hoe nu verder? Misschien zul je geluk hebben en ligt een kans voor het grijpen. Veel vaker loop je het risico dat je op zoek moet en wordt alles anders dan je had gedacht. Niet aan beginnen dus. Ook al doen al je vriendinnen het wel of zeggen je ouders dat daar je toekomst ligt. Ga in september geen psychologie studeren.

Het is helemaal niet vreemd dat je van plan was het wel te doen. Het is een heel populaire studie geworden. Niet alleen in Nederland. Ook in Amerika, waar de psychologie als wetenschap niet is begonnen, maar wel de grootste ontwikkeling heeft doorgemaakt. Maar in Nederland is het tegenwoordig bovendien een echte meisjesstudie: 26 procent jongens tegen 74 procent meisjes.

In de Monitor on Psychology – dat is het verenigingsblad voor Amerikaanse psychologen – stond er laatst een artikel over. Daarin werd de vraag gesteld waardoor die populariteit toch wordt veroorzaakt in een tijd dat de banen voor psychologen niet meer voor het oprapen liggen. De kans is groot dat als je afgestudeerd bent, je met zoveel jaargenoten de arbeidsmarkt op komt dat er geen werk is. Dan moet je dus gaan omscholen. Psychologen komen in de meest onverwachte banen terecht, waar je langs andere weg veel beter en sneller kunt komen. Dat was vijfentwintig jaar geleden anders. Toen waren er nog niet zo veel psychologen. Bovendien was men nog heel optimistisch over de invloed die psychologische kennis zou kunnen hebben op het reilen en zeilen in de samenleving. Als je nu maar wist waarom mensen deden wat ze deden, kon je hun gedrag in banen leiden die prettig waren voor henzelf en anderen. Het is allemaal een beetje tegengevallen. Zo eenvoudig bleek de menselijke geest toch niet te beïnvloeden en te sturen.

Maar psychologen zijn vindingrijk. Als problemen dan niet te voorkomen bleken te zijn, was er toch altijd nog de mogelijkheid te helpen bij het oplossen van eenmaal ontstane problemen. Psychologie als hulpverlening.

De kans is groot dat jij daarom deze studierichting hebt gekozen. Tenzij je een echt studiehoofd bent. Dan ben je volgens het Amerikaanse artikel waarschijnlijk vooral geïnteresseerd in de neuropsychologie, nieuwsgierig naar hoe de hersenen werken en van invloed zijn op menselijk gedrag, zonder nu meteen dat gedrag te willen verbeteren.

De meeste aankomende studenten geven echter als motief op dat ze mensen willen helpen die in de narigheid zitten.

Dat is natuurlijk heel nobel. Maar de vraag is of psychologen dat goed kunnen. Nederland heeft wereldwijd gezien bijvoorbeeld de hoogste psychologen-dichtheid. Maar tegelijkertijd ook het hoogste percentage mensen die vanwege psychische problemen permanent arbeidsongeschikt zijn. Kennelijk weten psychologen toch ook niet goed hoe hen weer zo ver te krijgen dat ze aan het werk kunnen. Boze tongen beweren dat je de redenering ook kunt omdraaien: er zouden dan zoveel mensen met psychische problemen zijn doordat psychologen hen ter wille van hun eigen nering die problemen aanpraten. Dat is misschien wel weer wat overdreven. Hoewel. Heb je gelezen over dat gijzeldrama in Hedel? Voor de desbetreffende familie natuurlijk een afschuwelijke ervaring. Heel goed dat zij na afloop door deskundigen worden geholpen bij het emotioneel verwerken van wat zij hebben meegemaakt. Maar honderd andere families in de omtrek worden ook psychologisch begeleid, omdat zij zo geschrokken zijn. Dat is wat die boze tongen bedoelen als zij het hebben over psychologen die hun eigen markt creëren.

Dat is natuurlijk helemaal niet wat jou voor ogen staat. Jij wilt helpen waar het echt nodig is. Maar zoals gezegd: het succespercentage is niet hoog. Bovendien kun je dus zeggen dat de hulpverlenende psychologie altijd achteraan hobbelt, als er al problemen zijn. Zou het niet veel verstandiger zijn een vak te kiezen waarin je misschien helpt psychische problemen te voorkómen? In het onderwijs of de gezondheidszorg bijvoorbeeld. Een goede juf in de klas is een zegen voor de kinderen, net als een goede zuster aan het bed van een patiënt. Die twee beroepen werden vroeger overigens juist heel geschikt geacht voor vooral intelligente meisjes.

En een bijkomend voordeel is dat je daarvoor helemaal niet naar de universiteit hoeft. Afgezien van de psychologie is het namelijk de vraag of het wel zo vanzelfsprekend is een universitaire studie te gaan volgen. Eigenlijk gaat het daarbij om een achterhaald ideaal. Het stamt uit de tijd van zo ongeveer je grootouders en daarvoor. Toen konden alleen jonge mensen uit gegoede families gaan studeren. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd Nederland meer en meer democratisch en kwam er een systeem waardoor iedereen die intelligent was, ongeacht afkomst, naar de universiteit kan. Dat is een groot goed. Maar het hòeft natuurlijk niet. Je hoeft je niet verplicht te voelen er gebruik van te maken, als je wel slim, maar niet zo'n studiehoofd bent. Gebruik dus je verstand en zie er van af.