Trots en argeloos

Griekenland kiest op 9 april een nieuw parlement, maar in de verkiezingsstrijd speelt de komst van de euro geen enkele rol. De Grieken zijn het eens: de euro is een zegen voor het land. Toch wringt er iets. Een impressie van een economisch wonder aan de rand van Europa.

Grieken (lees: Griekse mannen) kunnen in de koffiehuizen urenlang discussiëren, liefst over politiek – luidt het cliché. Meestal zijn ze het hartgrondig met elkaar oneens (waarom zou je anders discussiëren?). Het beeld klopt, zeker nu, in verkiezingstijd, zij het dat ze het dit keer op één punt eens zijn: de komst van de euro is voor Griekenland een zegen.

Goed, de meeste Grieken zijn slecht ingelicht, de meesten beseffen niet wat het betekent, denken er niet over na; de euro is een ding dat ons overkomt, denken ze. Ze beseffen niet dat er een andere munt komt voor de drachme, de oudste munt ter wereld (2.500 jaar oud). En als er al angst voor de euro bestaat, treedt die angst niet aan het daglicht.

De voorbereiding is al een poos aan de gang. ,,We hadden doelen, en als die werden gehaald was er alom een gevoel van tevredenheid, maar niemand wist wat er nu precies was bereikt'', zegt Dimitris Tsoukalis.

Hij is vakbondsleider, of preciezer, hij is vice-president van de Griekse federatie van bankvakbonden (alle 42 banken in Griekenland hebben hun eigen bond, de buitenlandse meegerekend). Tsoukalis: ,,Mensen brachten offers. De mensen wisten dat ze dat moesten volbrengen, dat ze er doorheen moesten. En warempel de Griekse economie begon te bloeien, het hielp dus.''

Het hielp? De resultaten zijn spectaculair en niet alleen voor Griekse begrippen. De torenhoge inflatie die Griekenland jarenlang teisterde is vrijwel verdwenen; het notoire begrotingstekort dat de belabberde toestand bij de staatsbedrijven weerspiegelde is bijna omgeslagen in een surplus. De staatsschuld – weliswaar groot, groter dan wat de Grieken gezamenlijk verdienen slinkt (in procenten van het bruto binnenlands product). ,,Ja, we zijn trots'', beaamt Tsoukalis.

Toch wringt er iets. Zeker, de werkloosheid is hoog (11 procent van de beroepsbevolking), maar als je het werk in de `zwarte' economie daarop in mindering brengt, daalt ook dat cijfer zienderogen (de `zwarte' economie, waar geen belastingen en sociale premies worden afgedragen, beslaat een derde van de officiële economie – `welnee, meer dan vijftig procent', schat Tsoukalis).

En ook de uitbundige koersstijging op de beurs van Athene (uitbundiger dan waar ook in Europa) deed geloven dat er iets scheef groeide – of een luchtbel in de maak was. Maar sinds de herfst van het vorige jaar is de index met een kwart gedaald en lijkt nu wat tot rust te zijn gekomen.

Wat wringt is het veelbelovende macro-economische beeld dat hooggeplaatsten de buitenlandse bezoeker geven (de vakbondsleider, de werkgeversvoorzitter, de centrale bankier, de minister, de professor, het Nederlandse bedrijf) en de perceptie van de Griek in het koffiehuis.

Neem Niklas. Hij is 28, werkt als ambtenaar op het ministerie van Sociale Zaken. Nu ja, werken? Hij doet niets. Net als de collega's op zijn afdeling, zegt hij. Het is half vier in de middag, ergens in een koffiehuis in het centrum van Athene. Zijn werk begint nu pas. Niklas maakt een actieve indruk. Hij heeft haast. Hij moet rekeningen rondbrengen. Over de euro maakt hij zich geen illusies. Wel of geen euro – zonder zijn tweede baantje kan hij niet rondkomen.

Op een ministerie werken de ambtenaren vanaf kwart over zeven `s morgens tot kwart over drie `s middags, en na sluitingstijd werkt één op de vijf van hen hard tot heel hard in de `zwarte' economie tot tien uur `s avonds; sommigen verdienen er een boel geld, zegt Babis A. Papadimitriou. Hij is chef van de economieredactie van Kathimerini, een serieuze ochtendkrant (www.kathimerini.gr). ,,We weten de omvang niet precies, tenslotte is het verboden, de betrokkenen verzwijgen het, er bestaan geen cijfers over. Ze betalen geen belasting.''

In dit land werkt iedereen op de een of andere manier, zegt hij. In Athene zijn duizenden eethuisjes, bars en koffiehuizen, waar één op de tien banen legaal is, de rest is parttime en komt niet in de statistieken voor. Daarom is de werkloosheid niet een echt sociaal vraagstuk dat leeft. ,,Ik bedoel: tien procent werkloosheid in Duitsland is een groot probleem, tien procent werkloosheid in Griekenland is geen groot probleem.''

Toch is Niklas onzeker, dat wil zeggen de komst van de euro geeft hem een gevoel van onzekerheid. Zal die hem zijn tweede baan niet ontnemen? Jonge mensen kunnen al moeilijk een baan krijgen, weet hij, dat wil zeggen een baan die bij hun opleiding past. De staat was altijd de grootste werkgever, maar dat is voorbij, de staat schept zelf nauwelijks nog banen: nu kunnen politieke vriendjes niet meer zomaar aan een baantje worden geholpen.

Voor veel afgestudeerden aan universiteiten is er in de staatssector al geen emplooi meer, zegt Papadimitriou. Alleen in de particuliere sector, maar die kan het aanbod niet aan, vooral door de toestroom van immigranten. Jongeren moeten wachten, twee tot soms wel vijf jaar om een goede baan te krijgen. Ouderen die op hun 60ste met pensioen gingen, namen er voor vijf jaar nog een baantje bij en bezetten daardoor de plaatsen voor jongeren.

Vakbondsleider Tsoukalis kan die onzekerheid wel begrijpen. Sommige media doen de mensen geloven dat ze geen baan kunnen krijgen wegens de immigranten (700.000? Niemand die het precies weet) – hoewel Grieken nooit bang waren voor buitenlanders, gewend als ze zijn aan toeristen.

Maar toeristen gaan weer naar huis en Griekenland bleef het land in de marge van Europa. ,,Daar was onze turbulente politieke geschiedenis natuurlijk debet aan: Balkanoorlogen, een burgeroorlog, dictatuur'', zegt Tsoukalis. ,,Van 1955 tot 1973 verloor Griekenland meer dan een derde van zijn bevolking door emigratie: mensen die de armoede ontvluchtten. De dorpen bleven verlaten achter. Pas sinds 1974 is er stabiliteit, weliswaar met ups en downs, maar iedereen, van communist tot rechts, wilde de geschiedenis achter zich laten. De democratie is nu gevestigd en de angst voor elkaar is verdwenen.

,,Daarbij speelde het einde van de Koude oorlog natuurlijk een grote rol. Griekenland is nu de eerste of na Duitsland de tweede investeerder in de regio. We hebben nu een vitale zone rondom ons. We kunnen de grens oversteken. Dat komt onze economie natuurlijk ten goede. En we zijn blij dat al die landen rondom ons toenadering zoeken tot de EU. Griekenland als eerste euroland in de regio zal zijn positie daardoor alleen maar versterken. Hij gelooft dan ook dat de euro voor Griekenland een zegen is. ,,Onze bestemming is Europa,'' zegt Tsoukalis bijna gedragen.

Om dan met brede gebaren het succes nog eens te onderstrepen: ,,Tien jaar geleden kostte geld 35 procent rente, nu de inflatie weg is, is er goedkoop geld beschikbaar tegen 8 á 9 procent. En door de komst van de euro zal geld eind van dit jaar nog maar 4,5 procent rente kosten (de korte eurorente).

Zal deze rentedaling de inflatie in Griekenland niet opnieuw opstuwen?

Lucas Papademos, de president van de centrale bank, is vol vertrouwen dat dat niet zal gebeuren. Want de risico's op korte termijn (meer vraag, meer inflatie) zullen volgens hem grotendeels teniet worden gedaan door inkomensdalingen bij rentetrekkers. En de lange rente is al vrijwel op het niveau van de rest van de eurozone. ,,De vooruitzichten op langere termijn voor de inflatie zijn door de toetreding tot de eurozone gunstig,'' zegt hij op zachte toon.

In de straten van Athene heerst een verkeerschaos. Maar die is er elke dag – ondanks de ondergrondse die pas in gebruik is genomen, ondanks de maatregel dat je maar om de dag met je auto naar het centrum mag, ondanks de miljarden die Griekenland van Brussel krijgt om zijn infrastructuur te verbeteren.

,,Van de EU krijgen we netto vier procent van het bruto binnenlandse product'', zegt professor Yannis Stournaras. Hij is voorzitter van de raad van economische adviseurs en geeft nog twee ochtenden college aan de Universiteit van Athene. ,,Maar vergeet niet'', zo gaat hij verder, ,,dat tweederde van al dat geld naar Europa terugvloeit, de metro van Athene bijvoorbeeld is door een Europees consortium aangelegd, en we importeren natuurlijk.'' Het klinkt als een verontschuldiging.

Stournaras houdt kantoor op het ministerie aan het Plein van de Grondwet, pal tegenover het parlementsgebouw, op dezelfde gang als de minister. Voor diens deur is het een drukte van belang. Er zetelen drie kamerheren achter een bureautje, maar als de bezoeker even later uit de ministerskamer komt zijn het opeens drie anderen. In de antichambre wemelt het van de mannen. Wat doen al die mensen hier? Op zoek naar een baantje, kiezersgunsten? De minister is lijsttrekker voor de regerende Pasok in Athene, wordt de bezoeker uitgelegd. Dit zijn kiezers, zijn kiezers.

De minister zelf is druk (`verkiezingstijd'). Hij beheert de portefeuille Financiën en Economische Zaken (hij is gepromoveerd als econoom in Cambridge). Hij heeft maar tien minuten voor de bezoeker.

Waarom is de infrastructuur in dit land zo'n chaos?

,,Ze is niet bevredigend,'' zegt de minister.

Pardon? Niet bevredigend? Ze is een chaos.

,,Wat ik zeg, onbevredigend. Het eerste deel van de metro is nu klaar, de komende jaren verdubbelen, verdriedubbelen we de ondergrondse. Dat zal de verkeerssituatie in Athene aanzienlijk verbeteren.''

Waar zijn op straat de souvlaki-verkopers gebleven? Naast uw ministerie is een fastfoodrestaurant gekomen.

,,Dat is een teken van marktwerking,'' legt de minister uit.

De tien minuten zijn om. Buiten op een gigantisch billboard lacht de socialistische lijsttrekker voor Athene de bezoeker toe.

De Pasok is veranderd, maar ze is de partij van de publieke sector gebleven. Alle partijfunctionarissen komen daar vandaan. Dus alle hervormingen voor de publieke sector stranden daar. Dat zegt professor George Alogoskoufis, de financieel-economische woordvoerder van de Nea Dimokratia, de grote tegenstrever van de Pasok in het parlement.

Maar Internet en de snelheid waarmee veranderingen zich momenteel voltrekken zullen de liberalisering afdwingen, want door die liberalisering kun je de vruchten er pas goed van plukken, doceert hij.

Door verzet uit de staatssector kwam er geen kabel-tv, een gemiste kans, zo goed als de regering wel een deel van de staatstelefoonmaatschappij verkoopt, maar het staatsmononopolie onverlet laat. Is het een wonder dat de komst van de mobiele telefonie in Griekenland een weergaloos succes is? Meer dan de helft van de Grieken heeft er één. Goed, een Griek praat graag, maar het succes weerspiegelt ook de slechte dienstverlening van de staatstelefoonmaatschappij, aldus de professor.

Deze ochtend liggen de boulevards er leeg en verlaten bij. Onwezenlijk, na dagen verkeershectiek. Alsof de stad haar schoonheid wil tonen. Opeens klinkt er een gereutel, dat snel aanzwelt tot een angstaanjagend lawaai. Vanuit een steeg ziet de bezoeker opeens tanks over de boulevard voorbijrijden. Tientallen tanks, pantserwagens, voertuigen met raketten. Boven de stad scheren laag gevechtsvliegtuigen. Op de hoeken van de straten staat politie met mitrailleurs in de aanslag. Verderop, dichter naar het centrum toe, staan langs de boulevards massa's Grieken vrolijk toe te kijken. Het is een nationale feestdag. De opstand tegen de Ottomaanse overheersing wordt gevierd. Grieken vieren graag het begin van iets, niet het einde, omdat het einde vaak slecht afliep.

De gezichten zijn gelukkig, zorgeloos.

Zijn al die mensen zich bewust dat de komst van de euro hen blijvend zal confronteren met een (economische) discipline die tot voor kort vreemd aan hen was – bijna ongrieks?

De mensen beseffen het nog niet, zegt de journalist Papadimitriou, maar over anderhalf jaar zal iedereen daarvan doordrongen zijn. Managers beseffen het al. ,,We moeten nog enorme structurele veranderingen doorvoeren, we gaan nog zware tijden tegemoet.''