Tot hoe laat heb je vannacht doorgewerkt?

Aan tafel wordt gegeten, gesproken, geruzied of gezwegen.

Een serie over Hollandse zeden en gewoonten.

Twee banen, twee kinderen. 'Klopt het onheilspellende bericht

in mijn agenda dat jij morgen de Volvo nodig hebt?'

Claartje van Andel (40) en Vincent Pijpers (39) wonen in een nieuw, vrijstaand huis aan de rand van Abcoude, een dorp tussen Utrecht en Amsterdam. Claartje is freelance paardensportjournalist, Vincent is communicatieadviseur van Rabobank Nederland. Ze hebben een tweeling van bijna 8, Roelof en Debora. Die zitten in groep 4 van de basisschool.

Om kwart voor zes belt Vincent vanuit de auto. Hij zit niet in de file, hij komt op tijd voor het eten en hij kan de kinderen op-halen. Die zijn in de sporthal. Debora turnt, Roelof heeft tennisles.'Mooi', zegt Claartje. 'Dan ga ik vast koken.'

Ze legt de telefoon op het aanrecht en pakt de blender om de tomaten te pureren. Die heeft ze al vanmiddag gekookt, toen ze de kinderen van blokfluitles had gehaald. Ze heeft toen ook vast de gehaktballetjes gebraden.

Om twintig over zes gaat de deur van de bijkeuken open. 'Hai mama', zegt Debora. Ze trekt haar jas en haar schoenen uit. Haar broer doet het ook.

'Hé boefjes', zegt Claartje. 'Zullen we even in bad gaan? Of douchen?'

'Pieka', zegt Roelof.

Hij loopt samen met zijn zusje naar de bank en kijkt of Sesamstraat al begonnen is.

'Hé dodo's', zegt Claartje. De televisie gaat weer uit, de kinderen lopen naar boven. Vincent, in zijn pak en met twee tassen onder de arm, loopt ook naar boven. Claartje gooit boter in de braadpan, doet de gepureerde tomaten en het gehakt erbij, en zet daarna een grote pan met water op, voor de spaghetti. Om twee minuten over half zeven roept ze, onder aan de trap: 'Roelof en Debora, schieten jullie een beetje op?'

'Joehoe', roept Debora. 'We zijn bijna klaar.'

Ze komen in pyjama en badjassen naar beneden. Claartje dekt de tafel, ze zet de kinderen schuin tegenover elkaar, zodat ze elkaar niet stiekem kunnen schoppen. Even later komt Vincent naar beneden, in spijkerbroek en vest. Hij zegt: 'Klopt het onheilspellende bericht in mijn agenda dat jij morgen de Volvo nodig hebt?'

'Ja', zegt Claartje. Tegen Debora: 'Ga jij even de melk inschenken?' Roelof kijkt vanaf de bank naar het Jeugdjournaal. Vincent tilt het deksel van de braadpan op. 'Ha, lekker.' Hij pakt het aanrechtdoekje en veegt een melkvlek van tafel.

Om kwart voor zeven zegt Claartje: 'Kabouters, jullie mogen komen.'

'Lekker, lekker', zegt Vincent. Hij schenkt twee glazen rode wijn in en begint het bord van Roelof vol te scheppen. 'Je mag er zelf kaas op doen.'

'Pieka', zegt Roelof.

'Wat betekent dat nou?', vraagt Vincent.

'Ja of nee of misschien?'

'Ja', zegt Roelof. De telefoon gaat, Claartje neemt op, ze loopt naar haar werkkamer. Debora pakt haar vork en neemt een sliertje spaghetti van haar bord. 'Berend Botje ging uit varen', zingt ze. 'Met zijn scheepje naar Zuid...'

'Hé Debora', zegt Vincent. 'Ben jij al begonnen? Foutje!'

'Sorry papa', zegt Debora. Ze legt haar vork weer neer.

'Hoe was het op gym?' vraagt Vincent.

'Turnen!', zegt Claartje die net weer binnenkomt. 'Het is geen gym, het is turnen!'

'Sorry', zegt Vincent. 'Wat heb je voor oefeningen gedaan?'

'Balk en eh... spagaat en eh...'

'Ze heeft zaterdag de hele dag wedstrijden', zegt Roelof. 'Ze moet al om kwart over acht in Utrecht zijn.'

'Vlak bij mijn werk', zegt Vincent.

'Kan papa mooi even...', zegt Claartje.

'...stukken lezen', zegt Vincent. 'Nee hoor, Debora, ik kom bij jou kijken. Kom, nou gaan we even here zegen doen. Debora! Roelof!'

'Here, zegen deze spijzen', zegt Debora.

'Heb jij het ook gezegd?', vraagt Claartje aan Roelof.

Vincent kijkt naar zijn zoon die met zijn ogen dicht zit te prevelen. 'Roelof doet het vandaag in stilte', zegt hij. Hij neemt een hap en als zijn mond weer leeg is, vraagt hij aan Claartje: 'Tot hoe laat heb je nou zitten werken vannacht?'

'Kwart over één', zegt Claartje. 'Je merkte er niets van toen ik in bed kwam.'

'Daar staat tegenover', zegt Vincent, 'dat jij mij niet hebt horen weggaan.'

'Hoe laat was je weg?'

'Half zeven. Het was heel druk. Ik was om kwart over acht pas in Eindhoven.'

Roelof legt na een paar happen zijn bestek neer en kijkt naar zijn bord.

'Hé', zegt Vincent. 'Wel dooreten, anders beledig je de kok. En wie was de kok?'

'Papa', zegt Roelof.

'Nee joh', zegt Vincent. 'Je hebt niet op-gelet.'

'Mama', vraagt Debora. 'Hoeveel happen moet ik nog?' M