Suburbia voor beginners

Operatie-Vinex is een ingrijpende verandering van het aan-gezicht van Nederland. Luidkeels klinkt alweer het ritueel gekanker op de plannen. Maar hoe mooi of lelijk wordt er eigenlijk gebouwd? En hoe leren mensen samenleven op de maagdelijke gronden?

De homo Vinex woont in Ypenburg. De jonge wijk heeft al een geschiedenis. 'Het akkefietje' met de 'pedoseksueel' heeft vruchten afgeworpen.

Een minuut of tien geleden waren de laatste mensen op straat te zien. Twee mannen die de voorruit van hun auto's boenden. Ze stonden naast elkaar en wisselden geen woord. 'Ze zijn hier zo verlegen', zal de snackbarhouder later teder zeggen.

Vinex-wijk Ypenburg is nog maar acht straten breed. Duizend huizen, een eiland tussen Den Haag, Rijswijk, Nootdorp en Pijnacker. Rond de wijk liggen drie snelwegen en kilometers zandvlakte. Daar gromt en graaft het bouwverkeer en worden, op vijf vierkante kilometer, de komende vijf jaar nog ruim 10.000 woningen uit de grond gestampt. Voor zo'n 35.000 mensen.

Her en der in Nederland worden steden nu uitgebreid met Vinex-wijken: bijna een miljoen nieuwe woningen, in krap tien jaar. Iedereen en alles zal er nieuw zijn. De huizen, scholen, straten en stoepen. En de mensen ook. Anciënniteit kan hier niemand rechten geven, een gezamenlijk verleden bestaat nog niet.

Als het heien eenmaal is begonnen, dan zijn ze er plotseling: Vinex-wijken hebben haast. Maar wie bepaalt het karakter van zo'n wijk? Hoe komt daar, tussen de regels van de Vierde Nota Extra over ruimtelijke ordening en de ontwerptafel, het volle leven op gang? In Ypenburg woont niemand langer dan twee jaar. Als er een homo Vinex bestaat, dan moet die hier te vinden zijn.

Ypenburg wordt een van de grootste Vinex-wijken en heeft al veelvuldig het nieuws gehaald. Met jeugdige vandalen die een bouwshovel in brand staken. En met het gezin dat in oktober vorig jaar door buurtbewoners is weggejaagd, omdat de vader 'pedofiel' zou zijn. Dat heeft 'de emoties opengebroken', waarna 'dingen voor het eerst zijn uitgesproken', zegt de voorzitter van de bewonersvereniging, Jef Louvemberg, nu. Met 'heel positieve' gevolgen.

In Ypenburg begint alles bij stedenbouwkundige Wolter van Proosdij. In zijn zenuwcentrum, in het oude luchthavengebouw van voormalig vliegveld Ypenburg, vol landkaarten en plattegronden, krijg je meteen de keus tussen vier soorten stoeptegels. Voor de zoveelste straat.

Nou, meneer Van Proosdij, die gespikkelde daar, die is heel mooi. 'H !', roept hij in triomf. 'Mijn keus. De duurste is bijna altijd de beste.' Later foetert hij over de oogkleppen van de overheid en over woekeren met regels en randvoorwaarden. Vechten tegen het voor een dubbeltje op de eersterang willen zitten. Begin je over de mensen die in Ypenburg wonen moeten? Dan springt Van Proosdij op. 'De mensen?', buldert hij. 'De mensen hebben zich maar te voegen!' Stedenbouwkundigenhumor.

Tweeverdieners, druk-druk-druk

De eerste sleutel van een huis in Ypenburg werd op 15 april 1998 feestelijk overhandigd aan Yvonne en Peter Bostelaar. Een hoekhuis, in een rijtje van elf aan de Blériotlaan. De sleutel brak af in hun voordeur. Die is toen maar geforceerd. Drie weken later trokken ze definitief in. 'Het was een beetje eng toen', zegt Yvonne (29). 'Hierachter was het één grote bouwput, 's avonds keek je in een zwart gat.'

Inmiddels telt Ypenburg ruim 2.800 bewoners, de meeste in eengezins-met-tuintje, er staan ook een paar niet al te hoge flats. Per woning 2,8 gezinslid - aan baby's wordt in Ypenburg heel veel gedacht. In het rijtje van Yvonne Bostelaar zijn het eerste jaar zes kinderen geboren; zelf kreeg ze een zoon. Nu wisselt ze met haar buurvrouwen tips over darmkrampjes uit en ruilen de mannen tuingereedschap. Echt leuk, zegt Yvonne. En samen schuttingen kopen, want dan krijg je korting, dat ging ook fijn.

Ze werken allebei, hij fulltime bij een bank, zij drie dagen als jurist bij een transportbedrijf. De andere dagen maakt ze 's ochtends het huis schoon en stapt ze 's middags in de auto. Naar Leidschendam, of Rijswijk, vriendinnen opzoeken. In de zomer loopt ze rondjes door de buurt met Peter. 'Lekker kijken wat er nu weer staat.' Maar veel contact zoeken ze niet. 'Je moet hier ook niet gaan wonen als je gezelligheid zoekt. Die is er nog niet.'

Stedenbouwkundige Van Proosdij noemde dit de geatomiseerde gezinnen waar Ypenburg vol van is. Tweeverdieners, druk-druk-druk, je huis is je alles en voor de rest neem je de auto.

Gestaald optimisme op de website

Hoi Hensley! Welkom op Ypenburg net! Weet je al of we leuke buren krijgen aan de andere kant? We melen elkaar wel. Groetjes de buuf. E-mail van Nancy. Het staat in het gastenboek van de website www.Ypenburg.net. Die wordt gemaakt en bijgehouden door zelfverklaard 'trots Ypenburger' Jan-Willem Ludolph en zijn buurman uit de Wrightlaan. Hier kunnen huidige en toekomstige bewoners alvast kennismaken. 'Om een stukje bij te dragen aan het proces. Regeren is vooruitzien', zegt Ludolph.

De website vermeldt de openingstijden van de bibliobus. De roep om verkeersdrempels en parkeerplaatsen voor de gemiddeld 2,5 auto per woning. Over kopersverenigingen in oprichting gaat het, en kinderopvangplaatsen. En er is te lezen wat het toekomstig adres is van Ypenburgs eerste beroemdheid, dartkampioen Raymond van Barneveld.

Veel uitroeptekens en gestaald optimisme op de website. Querulanten, mensen van buiten die bijvoorbeeld, zoals ene 'Eeeee', pesterig mailen bah wat een gewone mensen doe toch normaal in dat moeras. Die worden er genadeloos terechtgewezen. Want mensen met zo'n negatieve instelling mogen niet eens op Ypenburg wonen, mailt 'Adrian'.

Maar buiten denderen vrachtwagens en graafmachines intussen door de straten. En worden de lanen die dan eindelijk bestraat waren, onverwachts weer opgebroken. En alom worden de kleuters betreurd die om de haverklap in diepe kuilen tuimelen.

Vraag bewoners hoe het is, in Ypenburg, en ze mopperen op de bouwrommel. Maar buitenstaanders mogen het niet zeggen. Er is ook zoveel 'negatieve publiciteit' geweest, mort de wijk. Zelden hoor je het woord 'positief' zo vaak als in Ypenburg.

Alles bevechten ze in Ypenburg

Voor de katholieke basisschool Christoffel, nog in noodgebouwtjes, wachten Monique Ruenga, Esther Pieper en Jolanda Korthou-wer op hun kinderen. Veel lachen samen, schouder aan schouder, nu en dan geven ze elkaar al een vertrouwd duwtje: 'Joh, echt waar?'

De bouwrommel is besproken. Nu de rest. Jolanda: 'Dat het zo ontzettend eenzaam is. Daar kan ik maar niet aan wennen, hoor!' Monique: 'Hee, samen de schouders eronder!' Dan trekken Jolanda's kinderen haar mee. 'Nou doe-hoei!' Esther: 'Je hebt mensen die ervoor gaan en mensen die er niet voor gaan, hè.'

Drie dagen later loopt de wethouder ruimtelijke ordening, Dick Jense (Onafhankelijk Rijswijk), veelvuldig met zijn ellebogen te wapperen. We wandelen door de stille straten, op zoek naar iets dat op samenleven lijkt. Daar gaan die ellebogen weer, wapperdewapper: een ik eerst-gebaar. 'Dit zie je nu gebeuren. Gemeenschapsvorming komt pas later.'

Hij houdt de deur open van het prachtige, nieuwe kinderdagverblijf aan het Fischerplantsoen. Veel hout, heel veel glas. 'Locatiemanager' Yvonne Boelens geeft een rondleiding langs de keuken op kniehoogte voor de peuters en de 'hangkamer' met kussens voor de pubers in de naschoolse opvang. Toch is het nog niet genoeg. 'Veel mensen in een nieuwbouwwijk denken dat ze alles zelf kunnen vormen', zegt Boelens. 'Alles bevechten ze in Ypenburg. Eerst hun eigen straatlantaarns, hun bomen, nu mijn kinderdagverblijf. Van mijn meubels tot mijn personeel, o-ver-al bemoeien ze zich mee. Elders leg je je bij de regels neer. Hier gaat een enorme dwang uit van de mensen.'

'Je moet de mensen ook niet over l over laten meepraten. Dat leer je hier met de dag', zegt Jense. Opgewekt raapt hij rondzwervende bakstenen op en presenteert hij het eerste gras in de perkjes. 'En mag ik je even wijzen op deze schuttingen? De truttigheid!'

Het tapijt is gelegd, de tuin omgespit

De wijk heeft een kleine supermarkt, een c1000 die 'de kampwinkel' wordt genoemd, een Rabobank en een snackbar. Daarnaast zit in noodbouw de praktijk van huisarts Peter de Koning. Op een prikbord wordt een reeks cursussen 'omgaan met stress' aan-geboden. In zijn spreekkamer legt hij maar weer eens uit dat verhuizingen een factor van betekenis zijn bij overspannenheid. 'Ik zie hier veel mensen wegzakken in somberheid. Ze hebben al hun sociale netwerken achter zich gelaten. Het tapijt is gelegd, de tuin omgespit en dan vallen ze hier even in een groot gat.' Maar in de zomer, zegt hij, gaat het vast beter.

De troost begint bij snackbar Verhage. Eigenaar Dennis van der Drift, type mooie jongen met paardenstaart, heeft voor iedereen een woordje. 'Joh, ligt je keuken er nou al in?' Veel klanten gaan ervoor zitten. Drie dagen achtereen komt rond lunchtijd een grootmoeder met haar kleinkind in een buggy. Ze koopt één frikadel en samen eten ze die heel langzaam op.

Dennis van der Drift is twee dagen het gemeente-archief van Rijswijk ingedoken. Hij werkt aan een map met historische foto's van vliegveld Ypenburg. Voor in de zaak, dan mogen de klanten bladeren. 'Ik denk dat het belangrijk is dat je de mensen hun geschiedenis geeft', zegt hij. 'De grond onder hun voeten.'

Het 'akkefietje'

De geschiedenis van Vinex-wijk Ypenburg heeft inmiddels een zwarte bladzijde. Wat in oktober is gebeurd, heet er nu 'het akkefietje', 'het incidentje' en 'dat gedoe'. Om het te begrijpen, moet je eerst terug naar de ontwerptafel.

Eugène Noya is hoofd van het Informatiecentrum Ypenburg en kent de cijfers van buiten. 'Ruim tweederde van Ypenburg bestaat uit koopwoningen tot 550.000 gulden. Straks komen er ook woningen tot een miljoen. Een derde moet van de overheid sociale woningbouw worden.' Die huizen, wijst hij, liggen nu merendeels in de Lindberghlaan en de Olieslagerslaan. Middenin Ypenburg.

Jan Sombeek (62), classicus, woont daar dus om de hoek. In een koopwoning van ruim vijf ton aan het Verheulplantsoen. Ze moesten verhuizen uit hun 'schitterende, oude, twee keer zo grote huis in Nootdorp', omdat zijn echtgenote Anneke (52) aan chronische reuma lijdt. Het oude huis was voor haar te vochtig.

Anneke Sombeek heeft net de woning laten eien. Jan sloot de rij, mopperend dat alles te klein is, hun badkuip ook al. Zij: 'Welnee.' Hij: 'Jawel. Wel als we daar met zijn tweeën in zitten. En in mijn studeerkamer pas ik ook niet. Zo komt er nooit iets van mijn Homerusvertaling.'

Jan Sombeek mopperde door ('De tuin: De Sahara!'), Anneke had geglimlacht en zich even naar voren gebogen. Zacht fluisterde ze: 'Het komt wel goed. Want wat met worsteling tot stand komt, heeft waarde.'

Even later beslist Jan dat het nu maar eens hardop gezegd moet worden. Al wil de buurt dan alles positief houden, híj niet. 'Als jij niet ziek geworden was, had ik het nooit gedaan. Ze hoeven heus niet allemaal academisch gevormd te zijn, maar ik voel me hier volstrekt niet thuis.'

Ook is hij 'een beetje bang' wegens hun zoon Jan-Willem (9). 'De kinderen gebruiken hier wat meer scheldwoorden', verklaart Jan-Willem kalm boven zijn soep. 'Met ziekten zoals tering en kanker.'

Die 'pedofiel' moest weg

Het gebeurde twee weken na hun verhuizing. Het gerucht is via één mevrouw de wereld ingekomen. Zij beriep zich op 'een kennis' bij de politie die de naam van de buurman van de familie Sombeek, Gerard de W., in het politieregistratiesysteem zou zijn tegengekomen. Het verhaal werd verder verspreid vanuit de koopwoningen. En daarna is er werk van gemaakt door mensen uit de huurwoningen. Waarop ze er in de koopwoningen schande van konden spreken en voorgoed besloten te vergeten hoe het gerucht was rondverteld.

Gerard de W. heeft op 15 oktober eerst een dreun gehad. Toen heeft zich een menigte voor zijn huis verzameld. Daarna zijn z'n ruiten ingegooid. Jan Sombeek is er nog tussengesprongen, voor een redelijk gesprek, maar werd opzij geduwd. Die 'pedofiel' moest weg. Een week later is Gerard definitief uit zijn koopwoning vertrokken met zijn vrouw en twee dochtertjes. Toen werd het landelijk nieuws.

Gerard is beslist geen pedoseksueel en er was geen enkele aangifte, houdt justitie tot de dag van vandaag met klem vol. Wel beschrijven ook de mensen die nooit aan de hetze hebben willen meedoen, hem als een lastige man. Hij heeft de eerste kwaadspreekster eens een klap gegeven - midden-op het schoolplein. Was verder ook geneigd tot ruziezoeken. Niet bepaald een opgewekte pionier. En dat was genoeg.

Eind oktober zijn de bewoners van Ypenburg tijdens een bewonersavond in de tijdelijke sporthal streng toegesproken over het 'incident'. Door de burgemeester van Rijswijk, de officier van justitie en door de politiechef. Dat was voor de koffiepauze, de bewoners uit de Olieslagerslaan hadden toen achter een zaalmicrofoon veel geschreeuwd.

Wethouder Dick Jense was erbij. Hij constateerde dat het eigenlijk helemaal niet over Gerard gíng. De avond ontaardde in klacht na klacht over bouwrotzooi en niet nagekomen beloften van de gemeente. Jense heeft dus na de pauze het heft in handen genomen en onder het veelvuldig herhalen van de zin 'Het is weer prima om op Ypenburg te wonen!' veel moois beloofd. Een speelveld voor de jeugd en een basketbalnet. Een betere bezetting van de politiepost en een coordinator voor klachten. Een bibliotheekbus, een buurthuis. Het bouwzand zou worden opgeruimd. Op dat laatste na is het binnen binnen vier maanden allemaal geregeld.

Een van de boze bewoners uit de Olieslagerslaan die toen achter de microfoon stonden, is Ron Kila (35). Nu mag hij het buurthuis beheren.

Als het noodgebouwtje om drie uur opengaat, stromen de schoolkinderen binnen. Darten, tafelvoetballen en vragen wanneer er weer een avond disco is. Kila biedt koffie aan. Hij heeft net verteld hoe ze met acht gezinnen, vier daarvan familie van elkaar, vanuit de Wellingtonstraat in de Haagse Schilderswijk in de Olieslagerslaan konden komen wonen. Grandioos. Slapen op een andere verdieping. Een tuintje. 'Ik zeg altijd: het is hier Centerparks!'

Ron Kila heeft het niet graag over Gerard. Dan wordt hij heel argwanend, want het is allemaal 'opgeblazen' en 'elk straatje kent zijn burenruzie'. Na enig aandringen: 'Je kunt niet alles regelen met een briefje.

Wij zijn sociale mensen en hoe gek het ook klinkt: wat dat betreft zijn wij heel gevoelig. Zelf ben ik opgegroeid in buurthuizen. Wij wilden hier ook een buurthuis. Met Gerard is bij de gemeente Rijswijk een lichtje gaan branden. Het heb baat gehad. En nou hebben we bingo!'

Natuurlijk waren Jan en Anneke Sombeek geschokt. Maar een trauma, nee. Wel hebben ze de pest in: ze wilden aangifte doen, ze waren toch getuigen? Ze werden doorverwezen naar slachtofferhulp. Anneke Sombeek: 'Iedereen hier wil het zo snel mogelijk vergeten. Wat me verontrust, is dat het verkopen van huizen kennelijk belangrijker is dan duidelijk te maken dat je met geweld geen buurt voor je wint.'

Volgens wijkagent Marcel Streefkerk heeft 'wat de Olieslagerslaan heeft gedaan zeker bijgedragen aan de gemeenschapsvorming. Al is het natuurlijk te gek voor woorden dat dit incident zoveel gunstige consequenties heeft gehad'. Tijdens gesprekken in de Olieslagerslaan, zegt hij, heeft hij benadrukt dat geweld niet werkt. 'Maar zij zien dat het wél werkt. En probeer ze daar dan maar van af te brengen.' De persofficier van justitie in Den Haag zegt dat dát geen reden is om voort te maken. Het strafrechtelijk onderzoek 'loopt nog'. En dat er in maanden nog niemand is verhoord, 'kan best zo zijn'.

De asocialen zijn de gezelligsten

Er was een probleempje in de buurt, dat is handmatig verwijderd en daar is veel mee bereikt. Dat zijn de woorden waarmee de kwestie in Ypenburg nu wordt afgedaan. Er is een groepseffect ontstaan, zeggen de optimisten. En de pessimisten: maar de Olieslagerslaan claimt nu de buurt.

Heeft wethouder Dick Jense de affaire dus niet iets te feestelijk gesust? Vier dames eten hamburgers en bamiballen in de snackbar als ze Jense herkennen. 'Hallo meneer Jénse! Ik mag wel naar u kijken, hè? Want de asocialen zijn de gezelligsten van de wijk!'

Zacht zegt Jense: 'Als die mensen denken dat alles aan het verjagen van Gerard is te danken, dan ga ik ze hun beeldvorming toch niet ontnemen?' Maar meneer Jense, staat u daarom bekend als een populist? Eerst pareert hij nog: 'Ypenburg is bepaald niet populair, dus dan zou ik het hier niet zoeken.' Dan: 'Tja, ik wil eigenlijk wel eens van justitie horen of er soms een sepot aankomt. Het kan niet zo zijn dat deze zaak in alle stilte onder het tapijt verdwijnt.'

Ieder initiatief voor een sociaal leven in de wijk begint inmiddels in de Olieslagers-laan. Daar blijven de bewoners overdag achter, terwijl de tweeverdieners uit de koopwoningen in de stad aan het werk zijn, of in hun auto op weg naar grote winkel-centra en vrienden die ze elders maakten. De Olieslagerslaan organiseert intussen een voetbaltoernooi met Sinterklaas. Een vreugdevuur in de nieuwjaarsnacht. Bingo en disco in het buurthuis.

Wethouder Jense: 'Willen de andere bewoners ook een leuke wijk, dan zullen ze toch zélf uit hun paleisjes moeten komen en hier een beetje actief worden.' Een mevrouw had naar een minuscuul beetje rommel bij een vuilcontainer gewezen en geëist: 'Waarom ruimt de gemeente dit niet op?'

En huisarts De Koning zei: 'In de omstandigheden van een Vinex-wijk kun je alles wat elders in de maatschappij ook gebeurt, scherper waarnemen. Ypenburg is Neder-land in een snelkookpan.'

Jan en Anneke Sombeek schonken thee met bokkenpootjes. 'Toch wil ik integreren', zei Anneke Sombeek. 'Dus als er een interessante lezing in de buurt komt, dan ga ik daar naar toe.'

Jan Sombeek: 'Ha!'

Zij: 'Wat?'

Hij: 'Dan noem je wat! Een lezing! Bingo spelen, dát kun je hier.'

Zij: 'We hebben nu allemaal ons netwerk maar hier is het de bedoeling dat er nieuwe netwerkjes ontstaan.'

Hij: 'De tegenstellingen zijn te groot. Bingo!'

Zij: 'Bloemschikken dan?'