Stadsvossen

De beide artikelen `De stadsvos rukt op' en `Vos bijt gans' van Paul Steenhuis (NRC Handelsblad, 24 maart) hebben een identieke strekking: `De vos rukt op en daar moeten we maar aan wennen. Het is een natuurlijke ontwikkeling.' Hiermee wordt de onwetende massa in slaap gesust, mensen die nog nooit een vos in het wild hebben gezien, laat staan op de hoogte zijn van zijn biologische en ecologische achtergronden, en geen idee hebben van de troosteloze soortenverarming in de natuur ten gevolge van een landelijk vijf keer te hoog vossenbestand.

Door Steenhuis worden inderdaad enkele wandaden van de vos vermeld, die echter vervolgens worden gerelativeerd en ontzenuwd, met als conclusie: we moeten ons nu maar neerleggen bij het feit dat de vos een stadsdier aan het worden is, evenals de mussen en de merels, die eerst ook bosdieren waren. Hij schrijft verder: ,,De duinen in Nederland zitten vol vossen. Jonge mannetjesvossen worden door vossenfamilies (bedoeld worden `andere mannetjesvossen') uit het leefgebied verjaagd, omdat er niet genoeg voedsel voor ze is. Dat noemen we uitgezwermde jongen. Ze kunnen alleen overleven in stadsgebieden.''

Dit is het paard achter de wagen spannen. Door het vosvriendelijke overheids- en actiegroepenbeleid zijn onze eertijds zo levende, door Jac. P. Thijsse en anderen steeds weer om hun verbluffende dierenrijkdom geroemde Noord- en Zuid-Hollandse duinen gereduceerd tot zandhopen des doods. De bodembroeder, de hazelworm, de gladde slang, hagedis, adder, ringslang, wezel, hermelijn enzovoort, zijn door meester Reynaert naar de andere wereld geholpen of blijvend verjaagd. De schaarse konijnen die de danse macabre van de myxomatose overleven worden stuk voor stuk ingerekend, zodat de stand zich niet kan herstellen en er grote grazers (!) moeten worden ingezet om de duinvergrassing de baas te worden. Het gaat niet aan om hardnekkig vol te houden dat de trek van de vos naar de stad een natuurlijke ontwikkeling of zelfs maar een biologisch gegeven is; het is eenvoudig de schuld van de mens. Wij laten in onze welvaartsstaat zoveel voedsel slingeren, dat de vos rustig al zijn prooidieren kan consumeren, om, als die op zijn, over te schakelen op menselijke bronnen van hem welgevallige kost. Moet de vos daarom weg? Natuurlijk niet! Een vos is een prachtig, met rijke en amusante historie beladen dier, dat hier in de vrije natuur volledig thuishoort. Er moet alleen een stringent vossenbeheer komen, uitgevoerd door terzake kundige lieden of beroepspersoneel.

    • W.J. Huygen