SLANG OP POOTJES DUIDT OP EVOLUTIONAIRE LINK MET TETRAPODEN

De vondst van een fossiele slang uit het begin van het Laat-Krijt (95 miljoen jaar geleden) lijkt de langdurige controverse over de evolutionaire ontwikkeling van deze diergroep te beslechten. Het fossiel, dat bij Ein Yabroed (ongeveer 20 km ten noorden van Jeruzalem) werd gevonden, vertoont duidelijke – zij het gereduceerde – achterpoten, waarin scheenbeen, kuitbeen, voetwortelbeentjes, middenvoetbeentjes en teenkootjes goed zijn te onderscheiden (Science, 17 maart).

De nieuwe soort (ook een nieuw geslacht), die de naam Haasiophis terrasanctus (naar het Heilige Land) heeft gekregen, vertoont volgens de onderzoekers veel meer overeenkomst met moderne landslangen (zoals de python en de boa) dan met uitgestorven reptielen die in het water leefden, zoals de ook uit Nederland bekende Mosasaurus. Daarmee is het erg waarschijnlijk geworden dat de slangen geëvolueerd zijn uit tetrapoden (viervoeters die op het land leven) dan – zoals door sommigen werd aangenomen – uit mariene reptielen.

Met de nieuwe vondst blijkt ook dat een andere fossiele slang, ook uit het Krijt en nog iets ouder dan Haasiophis terrasanctus, die de naam Pachyrachis problematicus had ontvangen geen uitzondering is geweest. Kennelijk hebben slangen in het begin van hun evolutie poten gehad, die geleidelijk steeds verder zijn gereduceerd. Pythons en enkele andere primitieve slangen hebben nog steeds kleine klauwachtige uitsteeksels.

Volgens een commentaar op het artikel in Science kunnen er op basis van de huidige gegevens nog steeds twee mogelijke ontwikkelingen worden onderscheiden. In beide gaat het echter om een ontwikkeling vanuit op het land levende voorouders, waaruit zich groepen ontwikkelden die weer naar het water terugkeerden (zoals de mosasauriërs). Ook Pachyrachis was overigens een in het water levend geslacht.

Interessant is de hypothese dat al de vroegste slangachtigen hun achterpoten `verloren', maar dat die bij enkele soorten (in feite de ene groep waartoe Haasiophis en Pachyrachis behoren) weer zijn `terugontwikkeld'. Omdat deze groep geen nu nog bestaande nakomelingen heeft, zou dat mede verklaren waarom slangen nu niet of nauwelijks nog achterpoten hebben.