PINK FLOYD

Op zeker moment in het punkjaar 1977 werd het zanger, bassist en voornaamste songschrijver Roger Waters van Pink Floyd allemaal teveel. Tijdens een optreden in Montreal spuugde hij een opdringerige fan recht in het gezicht. Het incident vloeide voort uit Waters' frustratie over de schaalvergroting die hij zich onder invloed van het succes van Pink Floyd moest laten welgevallen, en diende tot inspiratie voor het hoogdravende concept-dubbelalbum The Wall. Daarin schetst Waters hoe hij als Engelse oorlogsbaby opgroeit tot een contactgestoorde popster met dédain voor zijn massapubliek, dat hem op oneigenlijke gronden uitroept tot de nieuwe Messias.

De overeenkomst met The Who's popopera Tommy is frappant, en Pink Floyd verbeeldde de denkbeeldige kloof tussen band en publiek met een metershoge muur die bij optredens werd opgetrokken en die rondom de muzikanten ineen stortte. Twintig jaar na dato geldt The Wall nog altijd als een van de meest ambitieuze rockshows aller tijden. Voor het eerst verschijnt The Wall nu op een dubbele live-cd, die in zoverre `live' is dat nergens op de verpakking vermeld staat van wèlke optredens uit 1980-81 de opnames afkomstig zijn. Waarschijnlijk is er flink aan de muziek gesleuteld en werden de beste stukje van verschillende optredens aan elkaar gemonteerd. Ook wordt niet duidelijk of het kinderkoor uit Another brick in the wall (`We don't need no education') werkelijk op het podium stond, of alleen op tape. De vraag dringt zich op wat het nut is van zo'n `historisch document', los van het korte nummer What shall we do now? dat indertijd niet op de dubbelelpee stond en dat nu als verkoopargument dient voor verstokte Floyd-fans. De groep klinkt nog wat bombastischer dan in de studio, terwijl Waters' zang wordt ontsierd door de sarcastische toon die hij als afstandelijk vertolker van zijn eigen teksten aanslaat.

Meer dan op de psychedelische platen die eraan vooraf gingen kon Pink Floyd tijdens de Wall-tournee stevig rocken, met name in het nummer Run like hell dat onder ovationeel applaus werd opgedragen aan de `zieke en paranoïde zwakkelingen' in het publiek. Als product van artistieke megalomanie biedt The Wall Live niet meer dan een interessante voetnoot bij veel tijdlozere platen als Meddle en Dark Side Of The Moon. Vooral Gilmours gitaarsolo in Comfortably numb is een weldadige herinnering aan de zweverige periode waarin Pink Floyd zich vestigde als de Radiohead van toen.

Pink Floyd: The Wall Live 1980-81 (EMI 72435 23562)