Nooit stil en overal je jas aan

Het theaterstuk `5 (geen sprookje)' van Huis aan de Amstel is gebaseerd op ervaringen van de jeugd in de Overtoomse veld, de Amsterdamse wijk die herhaaldelijk in het nieuws kwam door rellen. ,,De maatschappij investeert nauwelijks in dit soort buurten,'' zegt artistiek leidster Liesbeth Coltof.

,,Hé Theater!'', klinkt het uit de portieken van de Amsterdamse wijk Overtoomse Veld als Liesbeth Coltof, artistiek leidster van jeugdtheatergroep Huis aan de Amstel, voorbijkomt. `Theater' is haar geuzennaam op het August Allebéplein en omgeving. Pas als je een bijnaam krijgt, hoor je erbij.

Met vijf acteurs bracht Coltof zeven weken door in de beruchte wijk. Ze liepen mee op scholen en met de wijkagent en hingen rond, op straathoeken, in jongerencentra en snackbars. Coltof wilde een voorstelling baseren op het leven van jongeren in de wijk. Aanvankelijk werd ze argwanend bekeken. Als ze aanschoof in de kring rond het tafelvoetbalspel, viel iedereen stil. Na een week of drie veranderde dat. `Theater' en haar acteurs beleven morgenavond de première van hun voorstelling, die de titel 5 (geen sprookje) kreeg.

,,Ik wilde graag iets maken over jonge mensen die als gewelddadig bekend staan, nadat ik in een trein bijna was gemolesteerd door drie voetbalhooligans,'' zegt Coltof. ,,Na een half uur getreiter was ik daar, in die coupé, in gesprek geraakt. Ik kreeg advies over wat te doen als je bang bent. Af en toe trokken ze ineens weer hun messen, `we zijn wel echt gevaarlijk hoor', en dan zei ik dat ik dat wel wist. Aan het eind van de rit kreeg ik twee zoenen van de meest angstaanjagende van de drie.''

5 (geen sprookje) is een montage van korte, zeer diverse scènes waarin de groepsdynamiek, de dromen en de reële situatie van de jonge buurtbewoners aan de orde komen. Coltof: ,,De kinderen over wie het gaat kunnen geen tien minuten stil zitten. Deze losse vorm is dan een zegen. Het valt over je heen: het een is nog niet afgelopen of het ander begint alweer.'' Tijdens twee try-outs voor de jongeren uit de wijk sloeg de voorstelling aan. ,,Zó is onze wereld'', zeiden ze, ,,jullie hebben het begrepen.'' Zelf vond Coltof de voorstelling tot op dat moment `raadselachtig', en, in een slechte bui, zelfs een `idiote verzameling losse dingen'. ,,Maar een jongetje zei: het gaat erover dat het leven heel moeilijk is en soms heel leuk.''

In 5 (geen sprookje) komen onder andere een vrije vertaling voor van het nummer `Dear Mama' van de onder de jongeren favoriete rapper Tupac, een opsomming van de winkels langs tramlijn 1, een korte ode aan `doekoe' (straattaal voor geld) en het leren van Nederlandse woorden zoals die op plakaten in de klaslokalen vermeld staan: `Aanvankelijk? Eerst. Vorderingen? Hoever je met iets gekomen bent.' Het stuk is ook een aanklacht. Coltof: ,,De maatschappij investeert minimaal in dat soort buurten, in diejongeren van vbo/mavo-niveau. De mensen worden er in wrok opgevoed. Ik wilde dat we onze vooroordelen opzij zetten, onze idealen vergaten, blanco binnentraden. En ik had niet verwacht zó kwaad te worden.''

Op het geloof is Coltof niet ingegaan. ,,Ik was bang dat dat oppervlakkig zou worden, hoe dat leeft, daar kom je zo snel niet achter'', zegt ze. ,,Ze doen in jongerencentra dingen die volgens de Islam niet mogen, roken, drinken. Daar zijn ze zich sterk van bewust. Onder veel jongens leeft de droom later wel volgens de regels te gaan leven. Met een baan en een vrouw en een `standaardauto' voor de deur, zeggen ze dan. Maar er heerst ook radeloosheid, dat het nooit zover zal komen. De meisjes zijn over het algemeen ambitieuzer.'' Ook de liefde was een onderwerp waar Huis aan de Amstel maar moeilijk bij kon komen. Aan de ene kant, zegt Coltof, is dat hetzelfde getob als toen ze zelf jong was, aan de andere kant leven de jongens en de meisjes meer apart. De activiteiten in de wijk zijn naar sekse gescheiden.

Een van de dingen die Coltof in het Overtoomse veld opvielen, was de mobiliteit van de jongeren. Iedereen houdt overal zijn jas aan, in de klas en op de soos. Iedereen heeft een gsm. Vooral de jongens lopen voortdurend heen en weer, zijn dan weer hier, dan weer daar, stappen middenin een gesprek op, zonder iets te zeggen. Het hoge ritme, van denken, van handelen, heeft Coltof in haar voorstelling willen vangen.

De Huis aan de Amstel-medewerkers begonnen hun jas ook overal aan te houden en kregen een mobieltje. Net als de jongeren, spraken ze af, zouden ze elkaar tenminste twee keer per dag zomaar even bellen. Al stond de ander aan de overkant van het plein. Coltof: ,,We snapten er eerst niets van. Waarom zou je bellen als je elkaar straks weer ziet, als je vlakbij elkaar bent? Maar het gaf een beschermd gevoel. Het maakt de wereld overzichtelijk en veilig als je steeds even de stem van je vrienden hoort. Na drie weken waren we zowat verslaafd.''

Coltof is zich ervan bewust ,,een dame uit Overveen'' te zijn en te blijven. In de voorstelling komt ook aan de orde wat er met de theatermakers gebeurde in de wijk. ,,Onze observaties komen erin voor, ook uit de begintijd. Toen voelden we ons vieze oude voyeurs en waren bang. Uiteindelijk hebben we ook iets van onze wereld willen teruggeven. Één van de actrices heeft een les gegeven over de schilders Voerman en Allebé, toevallig haar lievelingsschilders. Dat komt terug in de voorstelling. Allebé, van ons plein, zeiden de leerlingen, dat is dus echt iemand! De reproductie van een van zijn schilderijen hangt nu ingelijst in de school.''

5 (geen sprookje) door Huis aan de Amstel, met o.a. Roel Adam, Julia Henneman en Tessa du Mée, voor iedereen vanaf 12 jaar, gaat op 1/4 in première in het Huis aan de Amstel-theater, Lauriergracht 99c, Amsterdam. Daarna tournee. Inl. (020) 6229328 of email info@huisaandeamstel.nl.