Niet-werknemers en het ziekenfonds

Voor niet-werknemers gelden andere regels dan voor werknemers voor verplichte deelname in het ziekenfonds.

Naast de geneeskundige verzorging voor werknemers beoogt de Ziekenfondswet ook uitkeringsgerechtigden met een inkomen beneden de inkomensgrens een goede medische voorziening te bieden. Werknemers die in het jaar 2000 meer verdienen dan 64.600 gulden moeten overstappen naar een particuliere ziektekostenverzekering.

De ziekenfondsverzekerde betaalt een nominale en een percentuele premie over loon of uitkering. De nominale premie wordt door het ziekenfonds vastgesteld en kan per fonds verschillen: in 2000 circa 410 gulden per volwassene. Meeverzekerde kinderen betalen geen premie. De procentuele premie bedraagt voor de verzekerde 1,75 procent van loon of uitkering. In 2000 wordt over maximaal 55.900 gulden geheven. Voor mensen die verzekerd zijn op grond van vervroegde pensionering geldt een afwijkende premieheffing. De meeste verplicht verzekerden kunnen zelf een ziekenfonds kiezen. Het ziekenfonds moet werkzaam zijn in het gebied waar de verzekerde woont.

1

65 jaar. Mensen die 65 jaar worden blijven ziekenfonds-verzekerd in de volgende gevallen. Als zij op de dag voordat de AOW (Algemene Ouderdomswet) ingaat reeds via het ziekenfonds verzekerd waren en tevens vanaf hun 60ste jaar minstens drie jaar via het ziekenfonds verzekerd waren. Tenzij ze tot hun 65ste via het ziekenfonds verzekerd waren op basis van een uitkering. De hoogte van het inkomen is niet van belang.

Degenen die vóór hun 65ste particulier verzekerd waren kunnen eenmalig kiezen voor de ziekenfondsverzekering als in 2000 minder dan 41.100 gulden werd verdiend. Wie eenmaal gekozen heeft voor het ziekenfonds kan niet meer terug naar de particuliere verzekering. Het is een keuze, geen verplichting, een essentieel verschil met de wijze waarop de verplichte deelname van werknemers en zelfstandigen die minder verdienen dan de jaarlijks vastgestelde inkomensgrens geregeld is.

De hoogte van de premie voor de ziekenfondsverzekering voor 65 plussers verschilt van die van werknemers, omdat voor gepensioneerden het werkgeversdeel in de premie vervalt. Mensen van 65 jaar en ouder betalen over hun AOW-uitkering 8,1 procent en over overig pensioen 6,1 procent premie voor de ziekenfondsverzekering in het jaar 2000. Vervroegd gepensioneerden betalen 8,1 procent premie over hun VUT-uitkering of pensioen. Vervroegd gepensioneerden zijn in principe ziekenfonds verzekerd als zij op de dag dat het vervroegd pensioen ingaat reeds in het ziekenfonds verzekerd zijn.

2

Zelfstandige ondernemers. Zelfstandigen die een gemiddeld belastbaar inkomen van maximaal 41.200 gulden hebben, berekend over de twee beste jaren tussen 1995 tot en met 1997, betalen een premie van 8,1 procent over maximaal 41.200 gulden. Zij krijgen een aanslag van de belastingdienst. Met eventuele inhouding van premie over loon of uitkering wordt rekening gehouden.

3

Onbetaald verlof. Een ziekenfondsverzekerde die onbetaald verlof opneemt blijft maximaal 18 maanden ziekenfonds-verzekerd. Naast de nominale premie is er een vaste maandelijkse premie van 36,35 gulden.

4

Alimentatie. Mensen die alimentatie ontvangen en geen overige inkomsten hebben uit loondienst, zelfstandig bedrijf of uitkeringen moeten zich ondanks een laag inkomen particulier verzekeren.

5

Meeverzekeren. Het is niet altijd zo dat gezinsleden meeverzekerd zijn met de hoofdverzekerde in het ziekenfonds. Voorwaarde voor meeverzekering van de echtgenoot, jonger dan 65 jaar, is dat de hoofdverzekerde voor het ziekenfonds kostwinner is. Bijvoorbeeld als het loon minstens de helft van het gezamenlijke inkomen bedraagt. Samenwonenden worden gelijkgesteld aan echtgenoten, als sprake is van duurzame gezamenlijke huishouding. Kinderen jonger dan 16 jaar, die tot het huishouden van de verzekerde behoren zijn meeverzekerd. Ook kinderen jonger dan 16 jaar die niet tot het huishouden van de verzekerde behoren, maar in belangrijke mate onderhouden worden. Kinderen vanaf 16 jaar kunnen meeverzekerd zijn als ouders kinderbijslag of een WTS-toelage (Wet tegemoetkoming studiekosten) krijgen. Studerende kinderen met studiefinanciering zijn zelfstandig verzekerd op basis van de standaardpakketpolis studenten.