Nabestaande wil weten waar orgaan heengaat

Een kwart van de nabestaanden van orgaan- en weefseldonoren wil contact met de ontvanger van het transplantaat. Of nabestaanden tevreden zijn over de donatieprocedure, hangt vooral af van de manier waarop het overlijden wordt meegedeeld en van de verleende nazorg.

Dat blijkt uit een enquête van onderzoekers van de Universiteit Maastricht onder 200 nabestaanden, in 1995 en 1998. Omdat slechts 10 procent van de families van donoren tussen 1991 en 1998 werd bereikt, maken de onderzoekers wel enig voorbehoud bij de resultaten.

Het aantal orgaandonaties bedroeg vorig jaar 521, een daling met 17 procent ten opzichte van een jaar eerder. De daling wordt vooral veroorzaakt doordat familieleden van een overledene vaker weigeren toestemming te geven voor uitname van het orgaan.

Van groot belang is volgens de onderzoekers de donatievraag niet te stellen in hetzelfde gesprek als waarin het overlijden wordt meegedeeld. Tussen beide gesprekken moet ten minste een kwartier zitten. Als beide kwesties wel tegelijk aan de orde komen, voelen nabestaanden zich overvallen.

Degenen die te maken hadden met een nierdonatie bij een hartdode bleken meer tevreden over het donatieverloop dan nabestaanden van mensen die hersendood waren. De onderzoekers gaan ervan uit dat dit komt doordat een hartdode er meer als een overledene uitziet. Bij een hersendode is dat minder, omdat die nog wordt beademd.

Ook de nazorg door een transplantatiecoördinator is belangrijk voor nabestaanden, constateerden de onderzoekers. Vaak wil men napraten over zijn ervaringen, horen wat met de organen is gebeurd en hoe succesvol de transplantaties waren. Een kwart van de nabestaanden wilde de ontvanger van het getransplanteerde orgaan zelfs ontmoeten.