Mustafa Stitou over Morrissey

Morrissey's Vauxhall and I, uit 1994, is een van de weinige cd's die ik om de zoveel tijd weer opzet.

En, als ik dat onderscheid tenminste mag maken, dat komt niet alleen door muziek en zang, maar vooral door de verukkelijke teksten. Naar Morrissey luister ik alsof ik poëzie aan het lezen ben.

Zijn beste teksten houden het delicate midden tussen ernst en grap. Een van mijn lievelingsnummers op Vauxhall and I is Lifeguard sleeping, girl drowning - al duurde het even voordat tot me door was gedrongen waar het nummer over gaat. Maar toen het zover was, was ik met geamuseerde stomheid geslagen. Morrissey bezingt fluis-terend het lot van een uiterst ijdel meisje, dat altijd en overal aandacht wil trekken. Dus nu ze gaat zwemmen in de zee, wil ze de aandacht van de lifeguard. Maar ze gaat, letterlijk, iets te ver. Ze verdrinkt. De life-guard merkt haar niet eens op! 'Doesn't she know he's already/ had such a busy day?'

Hij is in slaap gevallen. 'She deserves all she gets/ the sky became mad with stars/ as an out-stretched arm slowly/ disappears (...) When he awoke/ the sea was calm/

and another day passes like a dream.'

Lifeguard sleeping is een esthetisering van een absurd tafereel, fluisterend gezongen zwartgallige poëzie. Tragisch en grappig tegelijk. En onthullend.

Het doet me denken aan het beroemde gedicht van W.H. Auden, Musée des Beaux Arts, over Brueghels Icarus. Het schilderij waarop iedereen, een ploegende boer, de bemanning van een zeilend schip, het te druk heeft met de alledaagse dingen die gedaan moeten worden, om enige aandacht te kunnen schenken aan Icarus' val uit de hemel. Aanvankelijk dacht ik dat Auden zo gecharmeerd was geweest van het schilderij van die Oude Meester, omdat hij er een visioen in zag van de moderne tijd, die immers de reputatie heeft geen oog meer te hebben voor het hogere, wonderbaarlijke. Maar later realiseerde ik me dat er meer aan de hand is. Het afgebeelde speelt zich immers af aan het einde van de Middel-

eeuwen, op wat platteland aan de zee. Misschien onthult Brueghels schilderij juist dat de alledaagsheid van het leven zelf het wonderbaarlijke over het hoofd ziet. Dat de alledaagsheid, het lagere, op de een of andere manier fundamenteler is dan het hogere.

Hoe het komt weet ik niet, maar alle kunst (hoge én zogenaamd lage) waaruit zoiets spreekt, doet iets met me. Ik raak erdoor van slag. Vervoerd, geïnspireerd. Alsof mij iets wordt geopenbaard. Lifeguard sleeping van Morrissey onthult mij dat het tragische is gemaakt van banaal materiaal.

Een ander nummer op Vauxhall and I dat mij dierbaar is, is The lazy sunbathers, over een groepje luie zonnebaders dat maar geen genoeg kan krijgen van de zon, terwijl er zojuist een wereldoorlog is uitgebroken. Weer voltrekt zich een ramp, hoewel dit keer niet van bovennatuurlijke proporties. De luie zonnebaders willen er niets van weten. En ik moet glimlachen.

Een wereldoorlog werd aangekondigd

Een aantal dagen geleden

Zij willen er niets van weten,

De zon brandt een gat

Naar het binnenste van de aarde

Het is niet genoeg

Zij willen meer

En meer en niets

Speelt zich af

Achter hun oogleden

Religies vallen

Kinderen worden beschoten

Kinderen worden beschoten? dat is

Allemaal leuk en aardig maar

Maar mag het alstublieft wat zachter

Straks

Maak je ze nog wakker,

De luie zonnebaders

(Zeer vrij naar Morrissey, The lazy sunbathers)

Van Mustafa Stitou verschenen bij uitgeverij Vassallucci twee dichtbundels,

'Mijn vormen' (1994) en 'Mijn gedichten' (1998).