MUSEUM ALS SURVIVALKIT

Donderdagmiddag in het Rijksmuseum in Amsterdam. Temidden van uitgelaten kinderen die op schoolreisje zijn en wat verdwaalde Amerikaanse toeristen loopt een groepje vluchtelingen ietwat bedremmeld de statige witte trappen op. Ze zijn met de trein uit Breda gekomen en bezoeken vandaag voor het eerst sinds ze in Nederland zijn, en soms zelfs voor het eerst van hun leven, een museum. ``Kom maar'', zegt docente Annemiek Lucassen. ``We gaan eerst een poppenhuis bekijken, dan kunnen jullie zien hoe rijke Nederlanders vroeger leefden.'' De zestien mannen en vrouwen volgen haar op de voet, maar al in de eerste zaal gaat het mis. ``Ooh, dat is mooi'', zegt Maria Miskrjar (33) uit Armenië. Ze wijst op een serie Delftsblauw servies. De helft van de groep blijft bewonderend staan, de andere helft loopt achter Lucassen aan.

Onder het motto `Het Rijksmuseum, het museum voor alle Nederlanders' verspreidde het Rijksmuseum vorig najaar een gratis lespakket voor `nieuwe Nederlanders' onder de Regionale Opleidingen Centra (ROC) waar nieuwkomers een jaar lang verplicht een inburgeringscursus volgen. Het pakket bestaat uit een voorbereidende videofilm over het museum, een docentenhandleiding en gratis entreekaartjes. De excursie naar het Rijksmuseum past in het vak Maatschappij-oriëntatie, dat naast Nederlands en Beroepsoriëntatie deel uitmaakt van de inburgeringscursus. ``Maatschappij-oriëntatie biedt een survival-kit met de meest elementaire informatie die noodzakelijk is om in Nederland te overleven'', zegt Annemiek Lucassen, coördinatrice Maatschappij-oriëntatie van de Taalschool van het Baronie College in Breda. ``Cursisten leren bijvoorbeeld hoe ze geld kunnen pinnen en waar ze terecht kunnen voor een huurwoning.''

Lucassen vindt dat leven in Nederland meer is dan alleen overleven met je pinpas en pleit voor meer kennis die `nice-to-know' is: kunst en cultuur, geloof, gewoonten en gebruiken en de Nederlandse geschiedenis. ``Anders zul je in veel situaties Nederlanders, die rare kaaskoppen, niet echt goed begrijpen'', schrijft ze in de informatie voor de cursisten over de excursie naar het Rijksmuseum. Het lespakket van het Rijksmuseum sluit perfect aan bij haar visie, vertelt Lucassen, ook al heeft zij bij voorbaat al een punt van kritiek. ``Inburgeraars kennen volstrekt onvoldoende Nederlands om de bordjes in een museum te kunnen lezen.'' Om die reden heeft Lucassen het museumbezoek gepland in een vervolgcursus.

De Taalschool in Breda hangt de excursie op aan het thema `vrije tijd'. ``Als ik maar twee uur heb en ik wil een museum bezoeken, dan ga ik niet naar Amsterdam, maar zoek ik in de krant een tentoonstelling in de buurt'', vertelt docente Marijke Hermeling als een volleerd time-management trainer, terwijl ze op stapel huis-aan-huisbladen wijst. ``Ja, voor jou is dat makkelijk'', reageert Maria Miskrjan. ``Ons leven is nog niet compleet, wij weten niks, moeten alles nog leren. Soms bots je tegen muren op en krijg je geen antwoord.'' In het tweede deel van de les behandelt Hermeling de belangrijkste perioden in de Nederlandse geschiedenis. De schilderijen uit de Gouden Eeuw moeten daarbij een beeld geven van het leven van de Hollanders van die tijd. De ansichtkaarten uit het lespakket van de meesters van toen roepen bij de nieuwe Nederlanders van nu echter vooral wazige blikken op. `Winterlandschap met ijspret' van Hendrick Averkamp: mooi plaatje, maar wat is `ijs'?' ``Water bevriest'', legt de Peruaanse Pilar Bossio (33) uit aan haar Vietnamese buurvrouw, die haar lichtelijk bevreemd aankijkt.

De volgende dag in het museum vertelt Pilar dat ze het heel belangrijk vindt om een museum te bezoeken. ``Je moet weten waar je leeft'', zegt ze. ``Ik wil mijn dochters de geschiedenis van dit land leren, maar zij moeten ook de geschiedenis van Peru leren kennen. Daar liggen onze wortels.'' Riyad (17) komt uit Irak. Zat hij in de klas ongeïnteresseerd onderuit, in het museum vraagt hij honderduit. Van preekstoel tot zeilschip: Riyad staat vooraan. Hij luistert aandachtig naar de piratenverhalen van Annemiek Lucassen bij de schilderijen van zeeslagen. ``Mooi dat de Nederlanders overal geweest zijn en dat ze dingen hebben meegenomen vind ik niet erg.'' Over zijn houding in de klas zegt hij later: ``Ik was boos.'' Eigenlijk is Riyad boos op de hele wereld. En eigenlijk interesseert het hem allemaal niet. De eeuwige haast van de Nederlanders valt hem zwaar. Vrienden maken is moeilijk. Maar het museum vindt hij `wel leuk'.

Voor Hawa Turay (23) uit Sierra Leone is het de eerste keer in haar leven dat ze een museum bezoekt. ``Ik vind het mooi'', zegt ze, terwijl de `o' lang in de lucht blijft hangen. Bij de kijkdozen over Suriname vertelt ze wat ze onlangs heeft geleerd van Annemiek Lucassen. ``Ik spreek Creools, net als de Surinamers, omdat zij uit Afrika als slaven naar Suriname zijn gebracht.'' Dat aspect van slavernij maakt bij de Antilliaanse Ricardo Daal (33) wel wat emoties los, vertelt hij. ``Mijn overgrootmoeder heeft het nog meegemaakt, zolang geleden is dat nog niet.'' Hij zal niet zo snel teruggaan naar het museum, in tegenstelling tot Sajda Saki (44) uit Irak, die haar familie alle kunstschatten graag wil laten zien. Ze vindt het porselein het hoogtepunt. ``Ik heb in mijn land keramiek gemaakt'', zegt ze trots, terwijl haar handen automatisch de ronde gebaren maken die daar bijhoren.

Ook al zijn veel cursisten moslim, geen van allen hebben moeite met de vele portretten die in het museum te vinden zijn, hoewel het volgens de islam verboden is afbeeldingen van mensen te maken. ``Nee, ik vind het mooi, geen probleem'', zegt de Afghaanse Fatima Amirzade (23), terwijl ze haar zwarte voile hoofddoek opnieuw vastknoopt. Voor een vergelijking met de kunst in hun eigen land ontbrak de tijd, vertelt Lucassen. Ze vindt het jammer, want dat had meer diepte kunnen geven aan de cursus.

Ondanks de voorbereidende les blijken de cursisten ook in het museum moeite te hebben zich aan de hand van de schilderijen een voorstelling te maken van de vroegere levenswijze van Nederlanders. De melkwitte Nederlandse mannen en vrouwen die met hun kanten kragen afgebeeld staan op de schilderijen van Rembrandt en Vermeer zijn `heel mooi', maar meer ook niet. Annemiek Lucassen vindt dat niet vreemd. ``Het is maar een impressionistische blik die we hier kunnen werpen, maar we hebben ze toch over de drempel geholpen.''

Aan het einde van de dag hebben de cursisten een half uurtje om zelf rond te kijken. Dan blijkt dat het Rijksmuseum vluchtelingen niet alleen veel leert over de cultuur van Nederland, maar ook over elkaar. Pilar, Fatima en Sajda gaan naar de meubels en het aardewerk. ``Ooh, kijk! Dat is mooi, Adam en Eva!'' De drie vrouwen staan stil bij een achttiende-eeuws ebbenhouten kunstkastje met bijbelse schilderingen. ``Hebben jullie ook Adam en Eva?'' vraagt de katholieke Pilar aan de twee moslimvrouwen. ``Ja'', antwoordt Fatima. ``Echt?'' vraagt Pilar nog eens voor de zekerheid. ``In jullie boek?'' ``Ja'', antwoordt Sajda. ``In de Koran. Heten bij ons Adam en Hawa.'' Van deze ontdekking is Pilar even stil.

    • Jacqueline Kuijpers