Moedwil en misverstand

De Egyptenaar Mahmud is zonder eerlijk proces tot vijf jaar cel veroordeeld. Bedorven voedsel vol insecten. Vervuild drinkwater. En met twintig gevangenen in een cel. `Ze hebben me dagenlang pillen en elektrische schokken gegeven.'

Heeft Mahmud zijn buurman Aziz vermoord of is hij een onschuldige omstander die hem juist wilde helpen? Dit is de vraag nadat Mahmud drie jaar geleden het ziekenhuis binnenstormde met het zwaar toegetakelde, stervende lichaam van Aziz. Of althans: dit zou de vraag moeten zijn.

Maar de 35-jarige Mahmud heeft zich nooit in de rechtszaal kunnen verdedigen. Zijn betrokkenheid bij de dood van zijn achterneef Aziz is nooit onderzocht. Hij noch anderen die volgens hem van zijn onschuld kunnen getuigen, ontvingen een dagvaarding voor het proces. De rechter baseerde zich louter op getuigenverklaringen van de familie van Aziz, die volgens Mahmud hun eigen betrokkenheid wilden verdoezelen. Zou de rechter voorvoeld hebben dat er iets loos was? Hij veroordeelde Mahmud bij verstek tot vijf jaar in plaats van de in Egypte voor moord gebruikelijke dood door ophanging. Een klein jaar na de veroordeling viel de naar eigen zeggen nietsvermoedende Mahmud in handen van de politie.

Mahmud is één van de vele gevallen in Egypte waarbij moedwil, misverstand of een combinatie daarvan een eerlijk proces hebben verhinderd. Statistieken ontbreken omdat het ministerie van Justitie iedere samenwerking of openbaarmaking weigert, maar Atef Shahat van het Arabische Centrum voor de Onafhankelijkheid van de Rechterlijke Macht en de Juridische Beroepen (ACIJLP) in Kairo schat het aantal gevallen in Egypte op ,,tienduizenden per jaar''.

Het organiseren van een proces in een land als Egypte is een enorme opgave, onderstreept Shahat. Door de gebrekkige registratie zijn mensen vaak moeilijk te vinden. Sommige gebieden in het zuiden zijn bijna niet te bereiken, en in de razendsnel uitdijende sloppenwijken hebben de straten geen namen. laat staan nummers. Ruim veertig procent van de bevolking is analfabeet. Dan heet ook nog eens de helft van de mannelijke Egyptenaren hetzij Muhammed, Ahmed, Mahmud of Hassan. Shahat: ,,Dat leidt dus tot eindeloze verwarring en nodigt uit tot misbruik.'' Daarbij komt nog dat veel Egyptenaren helemaal niet op de hoogte zijn van hun rechten en plichten, en niet in beroep gaan wanneer hun rechten worden geschonden, of argeloos en zonder enig besef van de mogelijke consequenties bijvoorbeeld meineed plegen.

De wet schrijft voor dat dagvaardingen persoonlijk worden overhandigd aan de geadresseerde, weet Shahat. Maar de bode mag ze ook achterlaten bij het dichtstbijzijnde politiebureau. Shahat haalt hulpeloos de schouders op: ,,Agenten verdienen hier per maand 200 pond (120 gulden, red.). Geen wonder dat er op die bureaus wel eens wat verdwijnt, bijvoorbeeld omdat de agent familie is van een belanghebbende, of omdat de advocaat een pakketje ponden aandraagt.''

Lang wachten

Twee zaken maken deze gebrekkige rechtsgang voor de benadeelden nog ingrijpender. De omstandigheden in Egyptische gevangenissen zijn ronduit erbarmelijk. Daarnaast kampt het Egyptische ministerie van Justitie met zo'n grote achterstand in het verwerken van zaken, dat het doorgaans drie tot vier jaar duurt voor een hoger beroep plaatsheeft.

Twintig maanden wacht Mahmud in de gevangenis van een grote stad in Zuid-Egypte op het hoger beroep. Shahat van ACIJLP: ,,Aan die achterstand gebeurt niets. We hebben vijfduizend rechters in Egypte voor tien tot twaalf miljoen zaken per jaar. De bevolking groeit met een miljoen mensen per jaar, terwijl er jaarlijks maar tweehonderd rechters bijkomen. De overheid is alleen geïnteresseerd in de hervorming en stroomlijning van de investeringswetgeving, om Egypte aantrekkelijker te maken voor buitenlandse bedrijven.''

Mahmuds broer Osama vermoedt dat de advocaat van Aziz ,,ons erin heeft geluisd''. ,,Hij heeft de dagvaardigingen verborgen weten te houden, en onze eigen advocaat zat te slapen.'' Osama zegt dat zijn broer Aziz wilde redden door hem naar het ziekenhuis te brengen, door te betalen voor een operatie en door een halve liter bloed af te staan. ,,En nu wordt hij daarvoor gestraft, omdat hij de laatste is die Aziz levend heeft gezien.'' Maar helemaal eenduidig is deze lezing niet. Een getuige suggereert dat Mahmud waarschijnlijk wel was betrokken bij de vechtpartij, al dan niet de fatale klap heeft uitgedeeld, maar in ieder geval de ernst van Aziz' verwonding inzag en hem daarom naar het ziekenhuis bracht.

Los van de vraag of Mahmud schuldig is of niet, vindt Mustapha Yoshri van de Egyptische Organisatie voor de mensenrechten in Kairo dat hij recht heeft op een eerlijk proces, op snelle behandeling van een hoger beroep, en bij eventuele veroordeling op een menswaardige behandeling in de gevangenis. Jaarlijks dient Mustapha honderden klachten in over marteling en mishandeling van gevangenen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat aan het hoofd staat van het gevangeniswezen. ,,En wat ik binnenkrijg is nog maar het topje van de ijsberg'', zegt Mustapha. ,,De meeste mensen in Egypte weten niet van ons werk.'' En zij die er wel van weten, moet hij toegeven, zien in organisaties voor de mensenrechten vaak ,,agenten van vijandige mogendheden die met geld uit het buitenland proberen het beeld van Egypte te beschadigen'', zoals het zich liberaal onafhankelijk noemende al-`Usbu'-krant het uitdrukt. Veel gebeurt er niet met zijn klachtenstroom, geeft Mustapha toe. Er is zelfs nog nooit een reactie gekomen van de autoriteiten, behalve van het ministerie van Volksgezondheid dat niets over deze zaken heeft te zeggen.

Hetzelfde lot treft de tweede categorie klachten die Mustapha indient, namens gevangenen die naar eigen zeggen medische zorg nodig hebben, maar die in de gevangenis niet krijgen. ,,De gevangenisartsen vallen onder de gevangenisdirectie en staan op de loonlijst van het ministerie van Binnenlandse Zaken'', zegt Mustapha. ,,Die zijn dus niet onafhankelijk.''

Mustapha is bezig met een klacht namens Mahmud. Sinds Mahmud de cel in ging, kampt hij aan beide benen met verlammingsverschijnselen. Dit houdt waarschijnlijk verband met de erbarmelijke omstandigheden in de gevangenis. Bedorven voedsel vol insecten; vieze kleding en beddengoed; vervuild drinkwater; gebrek aan recreatiemogelijkheden; geen persoonlijke hygiëne en een minimum aan ventilatie. Omdat een cel gemiddeld vierentwintig vierkante meter groot is en twintig gevangenen telt, moet om beurten worden geslapen. Er is een open toilet terwijl de temperatuur in Zuid-Egypte in de zomer oploopt tot ruim 45 graden. Tuberculose, astma, schurft en gevallen van verlamming komen in de Egyptische gevangenissen als gevolg daarvan zeer veel voor. Het spaarzame sociaal-wetenschappelijke onderzoek naar dit onderwerp suggereert dat in het verleden veel gevangenen onder dergelijke omstandigheden zijn gevallen voor de verleidingen van het moslim-fundamentalisme, uit wrok tegen het systeem en als houvast om de verschrikkingen door te komen.

Omdat de gevangenisarts niets onderneemt en weigert Mahmud toestemming te geven voor een ziekenhuisbehandeling, wil zijn broer via een organisatie voor de mensenrechten behandeling afdwingen. Of dat gaat lukken, vraagt Osama. Mustapha glimlacht innemend maar wijst dan gegeneerd naar een manshoge stapel dossiers. ,,Bij deze gevallen uit het verleden heeft het in ieder geval niet geholpen.''

Auto's en ezels

Een week later is bij de poort van de gevangenis van Mahmud aan de aangeslagen gezichten van de bezoekende familie af te lezen wat een opsluiting van een dierbare je doet. Achter een haag van ordepolitie zitten de vrouwen in de schaduw, velen huilend. Aan de andere kant turen de mannen in de brandende zon stuurs voor zich uit. Buiten het terrein staan ruime auto's van de gegoede middenklasse naast afgetrapte terreinwagens van het platteland en een enkele ezel of paard. De gevangenis staat midden in de stad, naast de Moskee van de Glorie, een suikerrietveld en een paar woonblokken van zes verdiepingen. Vanuit die woningen kun je zo op de binnenplaats van de gevangenis kijken, of door het betraliede raam een blik naar binnen werpen.

De bezoekende familieleden zijn om zeven uur 's ochtends naar de gevangenis gekomen om hun naam op een lijst te zetten. Ze wachten een aantal uren in de hitte op hun beurt en nadat hun naam is afgeroepen hebben ze een minuut of vijftien voor het bezoek. ,,Dat is altijd goed opletten'', vertelt Mahmuds zus. ,,Want als je niet direct reageert op de oproep, dan is je kans verkeken en moet je weer twee weken wachten. In de tussentijd zit Mahmud zonder fatsoenlijk eten.'' Dan is het de beurt aan Mahmuds familie. De vrouwen laden kartonnen dozen vol voedsel op hun hoofd. Daarachter verdringen de mannen, gekleed in galabiyya of lange jurk, zich rond de metaaldetector. Mobiele telefoons worden opgediept uit de galabiyya en tijdelijk ingeleverd. De sfeer voelt niet vijandig of gespannen en de mannen van de ordepolitie glimlachen welwillend. Maar zodra blijkt dat twee vrouwen onder valse voorwendselen voor de tweede keer proberen binnen te komen, worden ze met de wapenstok van het terrein gejaagd.

Op de betegelde binnenplaats heeft iedere gevangene een kleine cirkel om zich heen van familie. De begroeting is hartelijk. Mahmud zit in zijn vaste hoek in een blauwe overall. Kort worden wederwaardigheden over bekenden uitgewisseld, een knuffel uitgedeeld en voedsel overgedragen. Boeken zijn verboden, kranten van de oppositie ook. Brieven naar buiten worden geopend en vaak geconfisqueerd.

Tot ontsteltenis van zijn zussen blijkt Mahmuds rechterbeen nog slechter. Hij kan nu alleen nog met hulp van anderen lopen, en moet leunen op zijn wreef. ,,Zie je dit'', vraagt hij, wijzend op zijn krom staande voeten. ,,Toen ik plotseling verleden jaar de gevangenis in werd gegooid, raakte ik van schrik en verbijstering in een soort coma. Ze hebben me dagenlang pillen en elektrische schokken gegeven. Misschien komt het daardoor. Ik ga naar de gevangenisdokter en zeg dat ik verlamd raak. Hij knikt, schrijft het op, stuurt me weg en doet niets. Zo gaat dat.'' Net voor het vertrek, strooit de familie pakjes Marlboro over Mahmud uit, het betaalmiddel in de gevangenis. Lachend wijst Mahmud naar zijn korte haar. ,,Speciaal omdat jullie vandaag kwamen. De kapper kost tien sigaretten.''

Bloedwraak

Buiten legt Mahmuds zus uit dat de ellende nog lang niet voorbij is als over ruim drie jaar zijn straf erop zit. Zo moet hij maar hopen dat hij daadwerkelijk vrij komt, want geregeld houden de Egyptische autoriteiten mensen nog jaren vast nadat ze hun straf hebben uitgezeten. Laatst werd een man uit Alexandrië vier jaar te laat vrijgelaten – ze waren hem `vergeten'. Hij ontving van de overheid 20.000 pond, ongeveer 12.000 gulden, schadevergoeding. ,,Dat beschouwt onze regering dus als de waarde van vier jaar uit een mensenleven'', foeterde de oppositiepers.

Is Mahmud eenmaal vrij, dan wacht een nieuwe dreiging: tar. Dat is de in het zuiden van Egypte gebruikelijke bloedwraak. Om de eer hoog te houden hoort de naaste familie van het slachtoffer hetzij Mahmud, hetzij een van zijn naasten te vermoorden.

Osama ziet de bui hangen: ,,Nog steeds heeft Aziz' familie geen azza gehouden ten teken dat het verleden is begraven. Dat betekent dat ze zinnen op wraak.'' Een azza is een islamitische plechtigheid voor de overledene waarbij enkele dagen lang in de straat van de familie tenten worden opgezet, Koranverzen worden voorgelezen en bekenden hun condoleances kunnen aanbieden.

Maar zelfs als de 35-jarige Mahmud, van beroep chauffeur, wordt vrijgelaten en de familie van Aziz zou afzien van bloedwraak, dan nog is zijn leven naar Egyptische begrippen goed beschouwd voorbij. Want net zomin als rechtszekerheid, kent Egypte sociale zekerheid. ,,Hoe moet hij met lamme benen straks de kost gaan verdienen'', vraagt zijn zus. ,,Er is toch helemaal geen toekomst voor mensen die niet kunnen lopen?''

In het belang van de betrokkenen is een aantal plaats- en persoonsnamen gefingeerd.